Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.18.0390/III

Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten.

Kenmerk
W06.18.0390/III
Datum aanhangig
17 december 2018
Datum vastgesteld
20 februari 2019
Datum advies
21 februari 2019
Datum publicatie
4 april 2019
Vindplaats
Kamerstukken II 2018/19, 35179, nr. 4
  • Financiën
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 21 december 2018, no.2018002382, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en enkele andere wetten in verband met de registratie van uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten ter implementatie van de gewijzigde vierde anti-witwasrichtlijn (Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten), met memorie van toelichting.

Het wetsvoorstel regelt een deel van de implementatie van Richtlijn 2018/843 (hierna: de richtlijn). (zie noot 1) Het wetsvoorstel omvat het deel van de richtlijn dat verplicht tot het inrichten van een register van uiteindelijk belanghebbenden (Ultimate Beneficiary Owner, UBO) van vennootschappen en soortgelijke rechtspersonen.

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de reikwijdte van het voorgestelde UBO-register. Zij adviseert in verband daarmee de toelichting aan te vullen en zo nodig het voorstel aan te passen.

1. Inleiding
De richtlijn wijzigt de vierde antiwitwasrichtlijn, welke ziet op het bestrijden van financieel economische delicten: witwassen en terrorisme-financiering (hierna: de vierde antiwitwasrichtlijn). (zie noot 2)

Het wetsvoorstel implementeert het deel van de richtlijn dat verplicht tot het inrichten van een register van uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en soortgelijke rechtspersonen. Het wetsvoorstel regelt het register in de Handelsregisterwet 2017 (HRW), in die zin dat de Kamer van Koophandel (KvK) het register beheert. Vennootschappen dienen op grond van de richtlijn zelf te beschikken over voldoende toereikende informatie over hun UBO’s en deze te melden bij de KvK. Instellingen die op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme verplicht zijn cliëntenonderzoek te verrichten (Wwft-instellingen) zijn verplicht om fouten in het register te constateren en aan de KvK te melden (terugmeldplicht).

De richtlijn voorziet ook in de verplichting tot het inrichten van een register van uiteindelijk belanghebbenden van ‘trusts en andere soorten juridische constructies’. Het wetsvoorstel voorziet niet in de implementatie van dit onderdeel, maar stelt dit uit tot een later wetsvoorstel. De richtlijn kent voor dat onderdeel ook een langere implementatietermijn. (zie noot 3)

Ook een aantal andere bepalingen van de richtlijn zal bij afzonderlijk wetsvoorstel worden geïmplementeerd. Dat hangt ermee samen, zo vermeldt de toelichting, dat het om regels gaat die aanzienlijke aanpassing van ICT-infrastructuur vergen.

2. Reikwijdte

a. Entiteiten
Het wetsvoorstel neemt als uitgangspunt dat de entiteiten die in het UBO-register moeten worden ingeschreven dezelfde entiteiten zijn die nu in het handelsregister worden ingeschreven. Het betreft de BV en NV, de Europese NV, het Europees economisch samenwerkingsverband, de Europese coöperatieve vennootschap, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, de vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid die een onderneming drijft, de stichting, de maatschap, de commanditaire vennootschap, de vennootschap onder firma en de rederij.

Het wetsvoorstel sluit van de verplichting uit de verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid die geen onderneming drijven, verenigingen van eigenaren en ‘overige privaatrechtelijke rechtspersonen’ in de zin van de HRW. Volgens de toelichting is er reden om aan te nemen dat bij deze juridische entiteiten een laag risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. (zie noot 4) Ook kerkgenootschappen worden niet geregistreerd, omdat de centrale registratie van natuurlijke personen als UBO van een kerkgenootschap een indirecte registratie van de religie van die UBO betekent. (zie noot 5) De toelichting gaat niet in op de vraag welke risico’s aan een dergelijke uitzondering verbonden zijn.

De richtlijn verplicht tot het opnemen in een centraal register van gegevens over vennootschappen die zijn opgericht in Nederland en andere juridische entiteiten.

De toelichting vermeldt niet hoe de genoemde uitzonderingen zich verhouden tot de werkingssfeer van de richtlijn, en welke consequenties dit heeft in het kader van de risicobeheersing van de afzonderlijke entiteiten. De Afdeling adviseert in de toelichting hierop in te gaan. (zie noot 6)

b. Europese coördinatie
De Afdeling merkt in het licht van het voorgaande op dat met het UBO-register niet alleen binnen Nederland, maar ook binnen de gehele Europese Unie transparantie wordt beoogd. De UBO-registergegevens zullen immers door samenwerking tussen lidstaten onderling toegankelijk zijn, zodat misbruik van verschillen tussen de Europese jurisdicties zal worden verkleind. Voor de effectieve samenwerking is wel vereist dat de lidstaten de wijze waarop zij gegevens in de registers actueel, accuraat en volledig houden, voldoende op elkaar afstemmen.

Tegen deze achtergrond adviseert de Afdeling om in de toelichting aandacht te besteden aan de vraag in hoeverre afstemming met andere lidstaten plaatsvindt over de aanwijzing van entiteiten waarvan gegevens in de UBO-registers worden opgenomen.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 29 maart 2019

2a. Aan de opmerking van de Afdeling is gevolg gegeven door in paragraaf 3.1.4 van de memorie van toelichting nader in te gaan op de redenen voor het uitsluiten van de registratieplicht voor een beperkt aantal juridische entiteiten. Daarbij is aandacht besteed aan de werkingssfeer en het doel van de richtlijn tot het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme.

2b. Op grond van artikel 30 van de gewijzigde vierde anti-witwasrichtlijn is elke lidstaat verplicht ervoor te zorgen dat binnen haar grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over wie hun uiteindelijk begunstigden zijn, inwinnen en bijhouden, en opnemen in een openbaar toegankelijk centraal register. Het is de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke lidstaten om in hun wetgeving te regelen op welke juridische entiteiten de verplichtingen rusten. Vervolgens is het aan de Europese Commissie om te beoordelen of de richtlijn op een juiste wijze is geïmplementeerd in de afzonderlijke lidstaten.

Het kabinet erkent dat een sluitend geheel van registers op Europees niveau van belang is om transparantie te vergroten en misbruik van verschillen tussen lidstaten te verkleinen. Tegelijkertijd is de richtlijn voldoende duidelijk over de verplichting dat elke lidstaat een register moet realiseren voor de in die lidstaat opgerichte juridische entiteiten. In Nederland wordt de registratieplicht onderdeel van het handelsregister. Zoals hierboven aangegeven zijn in de memorie van toelichting de redenen om een beperkt aantal juridische entiteiten uit te sluiten nader uiteengezet.

Ik moge U, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Financiën


Voetnoten

(1) Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU.
(2) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie.
(3) De implementatietermijn is voorzien voor 10 maart 2020.
(4) Toelichting, paragraaf 3.1.4.
(5) Toelichting, paragraaf 3.1.4.
(6) Artikel 30 geeft geen uitsluitsel over de vraag of er ruimte is voor de genoemde uitzonderingen; het gaat immers om "binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten". Artikel 30 bevat geen nadere duiding van wat onder ‘andere juridische entiteiten’ moet worden verstaan. De considerans van de vierde antiwitwasrichtlijn geeft op dit punt ook geen uitsluitsel, anders dan overweging 12 dat de lidstaten er voor dienen te zorgen dat "het breedst mogelijke scala van juridische entiteiten die op hun grondgebied vennootschapsrechtelijk of anderszins zijn opgericht, wordt bestreken."


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon