Minister J&V mag Nederlanderschap van uitreiziger naar Syrië intrekken
De minister van Justitie en Veiligheid mag toch het Nederlanderschap intrekken van een man met zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit nadat hij was veroordeeld voor terroristische misdrijven. De minister maakt daarmee geen verboden onderscheid naar afkomst of afstamming. Dat volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van vandaag (30 september 2026). De rechtbank Amsterdam kwam eerder nog tot een andere uitspraak.
Uitreiziger
De man is een zogenoemde uitreiziger en sloot zich tussen 2013 en 2015 aan bij verschillende jihadistische terroristische organisaties in Syrië. Bij terugkomst in Nederland werd hij voor terroristische misdrijven veroordeeld tot ruim vijf jaar gevangenisstraf. De man is het niet eens met het intrekkingsbesluit van de minister en kwam daartegen eerder in beroep bij de rechtbank Amsterdam.
Direct onderscheid
De rechtbank oordeelde in maart 2025 dat de minister met het intrekken van het Nederlanderschap van de man een verboden direct onderscheid maakt op basis van afkomst of afstamming. Bij direct onderscheid is sprake van openlijke discriminatie waarbij mensen in vergelijkbare situaties verschillend worden behandeld en dat verschil rechtstreeks is gebaseerd op een identificeerbare eigenschap of status, zoals afkomst. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat de minister met het intrekken van het Nederlanderschap na een veroordeling vanwege terroristische misdrijven geen direct onderscheid maakt naar afkomst of nationale of etnische afstamming. In de Rijkswet op het Nederlanderschap staat dat de bevoegdheid van de minister om het Nederlanderschap in te trekken afhankelijk is van een strafrechtelijke veroordeling vanwege terroristische misdrijven. Deze bevoegdheid is neutraal en objectief geformuleerd en is niet afhankelijk van afkomst of nationale of etnische afstamming.
Indirect onderscheid
Maar omdat de minister niet iemand staatloos mag maken door zijn enige nationaliteit in te trekken, kan de minister feitelijk alleen het Nederlanderschap intrekken van mensen met meerdere nationaliteiten. Dit leidt in de praktijk tot een indirect onderscheid ten nadele van Nederlanders met meerdere nationaliteiten die door hun afkomst of nationale en etnische afstamming een andere nationaliteit hebben waar zij geen afstand van kunnen doen, zoals de Marokkaanse nationaliteit. Met indirect onderscheid wordt weliswaar niet openlijk gediscrimineerd, maar leiden neutrale en objectieve criteria in feite tot dat resultaat.
Indirect onderscheid is gerechtvaardigd
Anders dan bij direct onderscheid, kan voor indirect onderscheid dat in de praktijk ontstaat, een rechtvaardiging bestaan. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat de minister in dit geval zo’n rechtvaardiging heeft. Het verschil in behandeling moet een legitiem doel dienen en geschikt, noodzakelijk en evenredig zijn om dat doel te bereiken. De Afdeling bestuursrechtspraak komt in haar uitspraak tot de conclusie dat aan al deze criteria voldaan wordt. Door het plegen van terroristische misdrijven heeft de man zich zodanig tegen de Nederlandse belangen gekeerd dat de band met Nederland niet langer kan bestaan. Ook wordt de man niet staatloos, omdat hij ook nog de Marokkaanse nationaliteit heeft. Om deze redenen is het intrekken van het Nederlanderschap een geschikt, noodzakelijk en evenredig middel.
Gevolg van de uitspraak
Het intrekkingsbesluit van de minister van Justitie en Veiligheid blijft dus in stand. Dat betekent dat de man zijn Nederlandse nationaliteit definitief heeft verloren. De minister van Asiel en Migratie heeft hem ook opgedragen Nederland te verlaten en een inreisverbod opgelegd. Die besluiten zijn met een andere uitspraak van vandaag ook definitief geworden.
Lees hier de hele uitspraak over het intrekken van het Nederlanderschap (zaaknummer 202502611/1) en de hele uitspraak over het terugkeerbesluit (zaaknummer 202502275/1).