Artikel
Het Hof van Justitie in Luxemburg heeft in een arrest van 1 oktober 2026 antwoord gegeven op prejudiciële vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde in een verwijzingsuitspraak in april 2025. De Afdeling bestuursrechtspraak wilde weten of de minister van Asiel en Migratie moet beslissen op een asielaanvraag van iemand die recht heeft op tijdelijke bescherming op grond van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming, of dat hij mag wachten totdat de tijdelijke bescherming niet meer geldt.
Achtergrond
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde de prejudiciële vragen in een rechtszaak over een Chinese man die vóór 24 februari 2022 met zijn Oekraïense vrouw en kind in Oekraïne verbleef. Begin maart 2022 zijn zij samen naar Nederland gegaan. De man vroeg asiel aan. Omdat hij gezinslid is van een Oekraïense onderdaan, heeft hij recht op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. De minister heeft de man wel tijdelijke bescherming geboden, maar heeft geen beslissing genomen op zijn asielaanvraag, zolang de man tijdelijke bescherming heeft op basis van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Als deze bescherming ophoudt, zal de minister op de asielaanvraag beslissen. De man is het daar niet mee eens en legde de zaak aan de Afdeling bestuursrechtspraak voor.
Prejudiciële vragen
De Richtlijn Tijdelijke Bescherming lijkt de ruimte te bieden aan EU-lidstaten om te wachten met de beslissing op een asielaanvraag zolang tijdelijke bescherming wordt geboden. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak weet dat niet zeker. Zij leidt namelijk onder andere uit de totstandkoming van de richtlijn af dat die regels bevat voor een uitzonderlijke situatie in de EU‑lidstaten. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is het denkbaar dat de beslistermijnen uit de Procedurerichtlijn niet gelden in die specifieke en uitzonderlijke situatie.
Arrest Hof van Justitie
Naar het oordeel van het Hof van Justitie verzetten de beide richtlijnen zich ertegen dat EU-lidstaten de behandeling van asielaanvragen “algemeen en automatisch” opschorten zolang aanvragers onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen. Alleen in uitzonderlijke gevallen staat het de lidstaten vrij om de behandeling van deze asielaanvragen uit te stellen en de beslistermijn dus te overschrijden, maar het Hof stelt daar wel voorwaarden aan.
Voortzetting van de rechtszaak
Met dit arrest van het Hof van Justitie is nog geen einde gekomen aan de procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij had de behandeling van de zaken met zaaknummer 202402732/1 geschorst in afwachting van de antwoorden van het Hof in Luxemburg. Nu het Europese Hof de prejudiciële vragen heeft beantwoord, zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling van deze zaak voortzetten en later definitieve uitspraak doen.

Lees hier het arrest van het Hof van Justitie