Europees Hof van Justitie beantwoordt aanvullende prejudiciële vragen over verlenging beslistermijn voor asielverzoeken
Het Hof van Justitie in Luxemburg heeft in een arrest van 5 maart 2026 antwoord gegeven op enkele aanvullende prejudiciële vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak in juli 2024 stelde over de beslistermijn in asielzaken. De Afdeling bestuursrechtspraak wilde van het Europese Hof weten of en hoe vaak de minister van Asiel en Migratie aansluitend gebruik mag maken van de bevoegdheid om de beslistermijn voor asielverzoeken te verlengen. Deze vragen waren een aanvulling op de eerdere prejudiciële vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak in november 2023 stelde aan het Europese Hof. Op die vragen heeft het Hof al geantwoord in mei 2025.
Prejudiciële vragen Afdeling bestuursrechtspraak
De eerdere prejudiciële vragen
die de Afdeling bestuursrechtspraak op 8 november 2023 stelde aan het Europese Hof, gaan over de bevoegdheid om op basis van de Europese Procedurerichtlijn de standaardbeslistermijn voor asielverzoeken van zes maanden met maximaal negen maanden te verlengen. Die verlenging ziet op alle asielverzoeken waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken op 27 september 2022 en die zijn ingediend tot 1 januari 2023. Daarna is de beslistermijn voor asielverzoeken opnieuw verlengd met negen maanden. Deze keer voor asielverzoeken die vanaf 1 januari 2023 tot uiterlijk 1 januari 2024 zijn ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak vroeg zich af hoe opvolgende verlenging van de beslistermijn moet worden beoordeeld in het licht van de Europese Procedurerichtlijn..
Arrest Hof van Justitie
Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest van vandaag geoordeeld dat een lidstaat meerdere malen achter elkaar kan besluiten om de beslistermijn te verlengen. Wel moet de lidstaat aan de hand van concrete gegevens aannemelijk maken dat hij, ondanks de geleverde inspanningen om het hoofd te bieden aan de gelijktijdige toestroom van asielaanvragen, niet voldoende tijd heeft gehad om passende en voldoende middelen ter beschikking te stellen om op tijd te beslissen. Daarbij mag de opgetelde duur van de opeenvolgende verlengingen niet langer zijn dat de tijd die de lidstaat nodig heeft om aan die verplichting te voldoen en niet langer zijn dan maximaal 21 maanden na indiening van een asielverzoek.
Voortzetting behandeling
Met dit arrest van het Hof van Justitie is nog geen einde gekomen aan de procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij had de behandeling van de zaak met zaaknummer 202400194/1 geschorst in afwachting van het antwoorden van het Hof in Luxemburg. Nu het Europese Hof de prejudiciële vragen heeft beantwoord, zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling van deze zaak voortzetten en later een definitieve uitspraak doen.

Lees hier de volledige tekst van het arrest van het Hof.