Aanvullende prejudiciële vragen over verlenging beslistermijn voor asielverzoeken

Gepubliceerd op 10 juli 2024

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een verwijzingsuitspraak van vandaag (10 juli 2024) aanvullende vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Zij wil van het Europese Hof weten of en hoe vaak de minister van Asiel en Migratie aansluitend gebruik mag maken van de bevoegdheid om de beslistermijn voor asielverzoeken te verlengen. Deze vragen zijn aanvullend op de eerdere prejudiciële vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak in november 2023 heeft gesteld aan het Europese Hof.

Eerdere vragen

De eerdere prejudiciële vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak op 8 november 2023 stelde aan het Europese Hof, gaan over de bevoegdheid van de minister (voorheen staatssecretaris van Justitie en Veiligheid) om op basis van de Europese Procedurerichtlijn de standaardbeslistermijn voor asielverzoeken van zes maanden met maximaal negen maanden te verlengen. De staatssecretaris had van die bevoegdheid gebruikgemaakt, omdat volgens hem sprake was van een groot aantal asielverzoeken dat hij niet meer zorgvuldig binnen zes maanden kon afhandelen. Die verlenging gold voor alle asielverzoeken waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken op 27 september 2022.

Aanvullende vragen

De staatssecretaris heeft vervolgens opnieuw de beslistermijn voor asielverzoeken verlengd met negen maanden. Deze keer voor asielverzoeken die vanaf 1 januari 2023 tot uiterlijk 1 januari 2024 zijn ingediend. Dat hij opnieuw en aansluitend gebruikmaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn te verlengen, roept bij de Afdeling bestuursrechtspraak nieuwe vragen op. Het is niet duidelijk hoe dit nieuwe besluit om de beslistermijn te verlengen zich verhoudt tot het direct voorgaande besluit tot verlenging. Het is onduidelijk of ieder besluit om de beslistermijn te verlengen alleen moet worden beoordeeld naar de feiten en omstandigheden op het moment van de verlenging of dat daarbij ook relevant is dat dit besluit volgt op een direct daaraan voorafgegane verlenging. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de antwoorden van het Europese Hof nodig om elk opvolgend besluit tot verlenging van de beslistermijn te kunnen toetsen. Daarnaast vraagt de Afdeling bestuursrechtspraak het Europese Hof om de vragen versneld te behandelen.

Schorsing behandeling

De Afdeling bestuursrechtspraak schorst de verdere behandeling van deze zaak in afwachting van de antwoorden van het Europese Hof. Daarna zet de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling van de zaak voort en doet uiteindelijk definitief uitspraak in deze zaak.


Hamer rechtspraak

Lees hier de hele uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak met zaaknummer 202400194/1.