Minister trekt terecht asiel in na gekochte en verzonnen asielverhalen
De minister van Asiel en Migratie mag een asielvergunning intrekken als hij erachter komt dat een asielzoeker zijn asielmotief heeft verzonnen en heeft gebaseerd op valse verklaringen. Maar de minister moet daarna wel altijd een deugdelijke herbeoordeling maken of de asielzoeker alsnog in aanmerking komt voor asiel. Dat oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in twee uitspraken van vandaag (8 juli 2026) in het zogenoemde ‘Ambroseproject’.
Achtergrond
In december 2023 veroordeelde het gerechtshof in 's-Hertogenbosch een juridisch adviseur tot een gevangenisstraf van vier jaar voor mensensmokkel. Hij verkocht verzonnen asielverhalen voor flinke bedragen aan asielzoekers uit onder andere Iran en hielp ze bij het instuderen hiervan om in Nederland asiel te krijgen. Dit leidde tot het zogenoemde ‘Ambroseproject’, waarin de minister onderzoek deed naar ruim honderd asielvergunningen die hij had verleend. Zo deed hij ook onderzoek naar twee Iraanse gezinnen die hij in 2017 asiel verleende. De minister geloofde dat de gezinnen afvalligen en bekeerd zijn en daarom in Iran gevaar lopen. Maar na het onderzoek concludeert de minister dat de gezinnen hulp hebben gehad van de veroordeelde juridisch adviseur en valse verklaringen hebben gegeven. Daarom heeft de minister de asielvergunningen ingetrokken. De gezinnen houden nog altijd vast aan hun oorspronkelijke asielmotief.
Oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak
De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat de minister de asielvergunningen van de gezinnen terecht heeft ingetrokken nadat hij concludeerde dat zij valse verklaringen hebben gegeven. Wel moet de minister nog een deugdelijke herbeoordeling maken of de gezinnen wellicht toch nog in aanmerking komen voor asiel. Dat geldt ook als zij vasthouden aan hun oorspronkelijke asielmotief. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister in een van de zaken de herbeoordeling niet zorgvuldig heeft voorbereid, omdat het gezin niet over alle relevante aspecten van hun asielmotief is gehoord. De minister zal het gezin daarom opnieuw moeten horen en opnieuw een besluit moeten nemen of het gezin in aanmerking komt voor asiel. In de andere zaak oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de minister de herbeoordeling wel deugdelijk heeft gedaan en dat hij terecht geen asiel heeft verleend.

Lees hier de twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak.