Besluit om Nederland te verlaten pas uitgewerkt bij ‘daadwerkelijk en effectief’ vertrek
Een Poolse man die voldaan had aan een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om binnen 28 dagen Nederland te verlaten, maar daarna snel terugkwam, mocht worden vastgezet. Dit staat in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (23 februari 2022). Deze uitspraak is het sluitstuk van een langdurige, juridische procedure waarin de Afdeling bestuursrechtspraak eerder een zogenoemde prejudiciële vraag stelde aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Zij wilde van het Europese Hof weten of het vastzetten van de Poolse man was toegestaan op grond van de Europese Verblijfsrichtlijn. Het Hof beantwoordde deze vraag in juni 2021 bevestigend.
Achtergrond van de zaak
De staatssecretaris besloot in september 2018 dat de Poolse man binnen 28 dagen Nederland moest verlaten, omdat hij hier illegaal verbleef. De man verliet Nederland op tijd, maar na een kort verblijf in Duitsland kwam hij weer terug naar Nederland. De staatssecretaris heeft hem vervolgens vastgezet om er zeker van te zijn dat hij Nederland vervolgens daadwerkelijk zou verlaten. De man is het hier niet mee eens, omdat hij zou hebben voldaan aan de voorwaarde om binnen 28 dagen Nederland te verlaten.
Besluit na 28 dagen niet meteen uitgewerkt
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het besluit van de staatssecretaris om Nederland binnen 28 dagen te verlaten door naar een andere EU-lidstaat te gaan, niet meteen is uitgewerkt. Dat moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Als het besluit nog niet is uitgewerkt en een EU-burger komt weer snel terug naar Nederland, mag hij worden vastgezet.
Nederland niet 'daadwerkelijk en effectief' verlaten
In dit geval oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de Poolse man nooit 'daadwerkelijk en effectief' Nederland heeft verlaten. Ondanks dat hij Nederland binnen 28 dagen had verlaten, heeft hij niet bewezen dat hij in Polen werk heeft gezocht en in Duitsland bij vrienden heeft verbleven. Daarom was in dit geval het besluit nog niet uitgewerkt en heeft de staatssecretaris de Poolse man mogen vastzetten in afwachting van zijn vertrek uit Nederland.

Lees hier de volledige tekst van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak met zaaknummers 201809965/3 en 201904550/1.