Ontwerpbesluit tot intrekking van het Besluit van 23 augustus 2011 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag van verzekeraars (Stb. 2011, 396), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W03.14.0258/II
- Datum advies
- 6 augustus 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 208
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot intrekking van het Besluit van 23 augustus 2011 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag van verzekeraars (Stb. 2011, 396), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 18 juli 2014, no.2014001436, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot intrekking van het Besluit van 23 augustus 2011 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag van verzekeraars (Stb. 2011, 396), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot het intrekken van het besluit waarbij de Governance Principes Verzekeraars (hierna: de Code) zijn aangewezen als gedragscode als bedoeld in artikel 391 lid 5 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op basis van het nu in te trekken besluit zijn verzekeraars verplicht in het jaarverslag verantwoording af te leggen over de naleving van de Code.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de motivering van de intrekking van de wettelijke verankering van de Code. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Motivering intrekking wettelijke verankering van de Code
De Code is totstandgekomen in reactie op de aanbevelingen van de Tijdelijke commissie onderzoek financieel stelsel (Commissie De Wit). (zie noot 1) De wettelijke verankering van de Code dateert uit 2011. (zie noot 2) De nota van toelichting motiveerde de wettelijke verankering van de Code destijds door een verwijzing naar de wettelijke verankering van de Nederlandse corporate governance code en de code banken: "Net als bij banken speelt financiële stabiliteit een belangrijke rol bij verzekeraars. Mede daarom gelden de argumenten om de Code wettelijk te verankeren in grote mate ook voor de verzekeraars." (zie noot 3)
In de nota van toelichting bij het nu voorliggende ontwerpbesluit wordt opgemerkt dat het Verbond van Verzekeraars (hierna: het verbond) in 2013 een nieuwe versie van de Code heeft vastgesteld. Het verbond heeft aangegeven dat de nieuwe Code niet behoeft te worden aangewezen als gedragscode als bedoeld in artikel 391, lid 5, van Boek 2 van het BW. Daarnaast wordt de intrekking gemotiveerd door de vaststelling in de toelichting dat de in de Code opgenomen principes inmiddels grotendeels in wetgeving zijn vervat. Ook wordt erop gewezen dat door het schrappen van de wettelijke verankering de verantwoordelijkheid voor de Code als instrument van zelfregulering bij de sector zelf wordt gelaten. (zie noot 4) De Afdeling merkt over de motivering van de intrekking van de wettelijke verankering van de Code het volgende op.
a. In de nota van toelichting wordt geen aandacht besteed aan de redenen die nog maar drie jaar geleden ten grondslag lagen aan de keuze voor de wettelijke verankering van de Code. In het bijzonder vanuit een oogpunt van bestendigheid van wetgeving kan een dergelijke motivering niet worden gemist. De Afdeling wijst in dit verband tevens op het belang van financiële stabiliteit van verzekeraars en de vergelijking met de functie van de wettelijke verankering van de code banken en van de corporate governancecode. Dat is te meer van belang nu de Afdeling geen aanwijzingen heeft dat wettelijke verankering van deze laatstgenoemde codes niet zou blijven bestaan.
b. Ten aanzien van het in de toelichting opgenomen argument dat de in de Code opgenomen beginselen thans grotendeels in wetgeving zijn vervat, merkt de Afdeling op dat hierbij niet wordt aangegeven welke onderwerpen van de Code dit betreft. Als gevolg daarvan kan niet worden beoordeeld in hoeverre het voorstel hierdoor wordt gerechtvaardigd. Bovendien is onduidelijk waarom het gehele bedrag aan nalevingskosten dat bij het invoeren van de wettelijke verankering werd berekend, thans geacht wordt in formele zin te vervallen als een aantal gelijksoortige verplichtingen blijven voortvloeien uit het in wetgeving omgezette deel van de Code.
c. De Afdeling adviseert de toelichting in het licht van het voorgaande aan te vullen en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.14.0258/II
- In de nota van toelichting de uitkomsten van de voorhangprocedure vermelden.
Nader rapport (reactie op het advies) van 3 december 2014
1. Motivering intrekking wettelijke verankering van de Code
a. De Afdeling merkt in haar advies op dat er geen aandacht is besteed aan de redenen die drie jaar geleden ten grondslag lagen aan de keuze voor de wettelijke verankering.
De visie van dit kabinet is dat zelfregulering waar mogelijk, de voorkeur verdient boven wettelijke verplichtingen. Met de wettelijke verankering is drie jaar geleden sectorbrede toepassing van de Code beoogd waarbij op transparante wijze over de naleving van de Code werd gerapporteerd in het jaarverslag. Uit de eindrapportage van de Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelsel (commissie De Wit) is gebleken dat verzekeraars sectorbreed de beginselen uit de Code serieus hebben opgepakt. Bovendien hebben de verzekeraars inmiddels een nieuwe Code opgesteld waarbij de rapportageverplichting als beginsel is opgenomen. Ze hebben daarbij aangegeven de verankering niet nodig te hebben. Gegeven de ervaring van afgelopen jaren, de positieve uitkomsten van de eindrapportage en de nieuwe wettelijke regelingen op relevante punten, acht het kabinet verankering van de nieuwe Code niet nodig.
b. Ook merkt de Afdeling op dat niet genoemd wordt welke beginselen uit de Code inmiddels in wetgeving zijn vervat, en dat het vervallen van de nalevingskosten in dit verband een nadere toelichting behoeft.
Beginselen uit de Code die zien op beloningsbeleid zijn inmiddels vervat in de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen. Verder zijn in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het daarop gebaseerde Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) bepalingen opgenomen met betrekking tot governance en het goedkeuringsproces. Het gaat dan bijvoorbeeld om de artikelen 3:8 en 3:9 Wft en artikel 32 en verder van het BGf. Hoewel uit de beginselen die in wetgeving zijn opgenomen voor verzekeraars nog steeds nalevingskosten voortvloeien, berusten zij door het intrekken van de wettelijke verankering enkel op de betreffende wetgeving. De nalevingskosten verbonden aan de wettelijke verankering van de Code, komen met dit intrekkingsbesluit te vervallen.
c. De toelichting is op de genoemde punten conform het advies van de Afdeling aangepast.
2. Met de redactionele kanttekeningen van de Afdeling is rekening gehouden.
Ik moge U, mede namens de Minister van Financiën, hierbij het ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Veiligheid en Justitie
(1) Kamerstukken II 2010/11, 31 980, nr. 4 , blz. 16 en nr. 16 blz. 11.
(2) Besluit van 23 augustus 2011 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag van verzekeraars (Stb. 2011, 396).
(3) Stb. 2011, 396, nota van toelichting, Algemeen.
(4) Nota van toelichting, algemeen.