Voorstel van wet tot wijziging van de Politiewet 2012 (onderzoek in lichaam).
- Kenmerk
- W03.14.0272/II
- Datum advies
- 30 juli 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 25399
- Justitie en Veiligheid
- Wet
Toon inhoud
Voorstel van wet tot wijziging van de Politiewet 2012 (onderzoek in lichaam).
Bij Kabinetsmissive van 21 juli 2014, no. 2014001448, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Politiewet 2012 (onderzoek in lichaam), met memorie van toelichting.
Het voorstel van wet geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Afdeling geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 27 augustus 2014
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om in de memorie van toelichting een passage toe te voegen over onderzoek in het lichaam indien dat wordt verricht door een arts die de ingeslotene medische bijstand verleent.
Verder is het wetsvoorstel aangevuld met twee andere wijzigingen die verband houden met de Wet van 21 mei 2014 tot wijziging van de Gemeentewet, de Wet wapens en munitie en de Politiewet 2012 (verruiming fouilleerbevoegdheden) (Stb. 2014, 191). Deze meer technische wijzigingen hebben betrekking op de artikelen 7, achtste lid, en 9, zesde lid, van de Politiewet 2012 zoals deze artikelen komen te luiden na de inwerkingtreding van artikel III van de Wet verruiming fouilleerbevoegdheden. De wijzigingen zijn opgenomen in artikel I, onderdeel B, en artikel II en toegelicht in het artikelsgewijze deel van de memorie van toelichting. Aangezien artikel II eventueel eerder in werking kan treden dan artikel I, is aan artikel III de mogelijkheid van gedifferentieerde inwerkingtreding toegevoegd. De toelichting bij artikel III is aangepast.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Veiligheid en Justitie