Ontwerpbesluit houdende wijziging van het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in verband met de rapportageverplichting over het drempelbedrag bij het verplicht schatkistbankieren en een verduidelijking van de informatieverplichting over verbonden partijen, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W04.14.0202/I
- Datum advies
- 3 juli 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 15210
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in verband met de rapportageverplichting over het drempelbedrag bij het verplicht schatkistbankieren en een verduidelijking van de informatieverplichting over verbonden partijen, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 23 juni 2014, no.2014001224, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in verband met de rapportageverplichting over het drempelbedrag bij het verplicht schatkistbankieren en een verduidelijking van de informatieverplichting over verbonden partijen, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot verduidelijking van de bepaling over op te nemen informatie van verbonden partijen en het opnemen van een rapportageverplichting over het benutten van het drempelbedrag in het kader van het verplicht schatkistbankieren.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
De in het ontwerpbesluit opgenomen rapportageverplichting (zie noot 1) houdt in dat in de toelichting op de balans van de (openbare lichamen (zie noot 2) van) decentrale overheden het drempelbedrag wordt vermeld voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd. Vervolgens wordt het totaal aan middelen opgenomen dat, uitsluitend in het kader van het drempelbedrag, per kwartaal van dat jaar door de desbetreffende decentrale overheid buiten ’s Rijks schatkist wordt gehouden. In de toelichting wordt opgemerkt dat de wijzigingen van dit besluit niet leiden tot een significante verzwaring van de administratieve lasten voor medeoverheden. (zie noot 3)
De Afdeling merkt op dat de regering, mede gelet op de reacties van het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, (zie noot 4) onderkent dat sprake is van een administratieve lastenverzwaring als gevolg van de rapportageverplichting. Niet duidelijk is echter waarop de stelling in de toelichting is gebaseerd dat de wijzigingen in dit besluit niet leiden tot een significante verzwaren van de administratieve lasten voor de medeoverheden. Daarnaast wordt niet beargumenteerd waarom de regering eraan hecht dat deze rapportage onderdeel gaat uitmaken van de rechtmatigheidscontrole van de accountant.
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling de toelichting op deze punten aan te vullen.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 9 juli 2014
Medeoverheden zijn ingevolge de invoering van het schatkistbankieren in de Wet financiering decentrale overheden verplicht om te schatkistbankieren. De onderhavige wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten met betrekking tot het drempelbedrag houdt verband met de invoering van het schatkistbankieren en verplicht medeoverheden tot het in de jaarrekening opnemen van het drempelbedrag voor het verantwoordingsjaar en per kwartaal de hoogte van het bedrag dat medeoverheden in het kader van het drempelbedrag buiten ’s Rijks schatkist hebben aangehouden. De administratieve lasten als gevolg van het onderhavige besluit beperken zich alleen tot het opnemen in de jaarrekening van informatie die door medeoverheden wordt bijgehouden in de administratie in verband met het verplicht schatkistbankieren. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Financiën zullen voorts een model van rapportage online beschikbaar stellen waar medeoverheden gebruik van kunnen maken.
Ten aanzien van het opnemen van de rapportageverplichting in de jaarrekening merkt de regering op dat zij er belang aan hecht dat de rapportageverplichting onderdeel uitmaakt van de rechtmatigheidscontrole. Door het opnemen van de verplichting in de jaarrekening wordt bewerkstelligd dat door de accountant wordt getoetst of de rapportage getrouw is en rechtmatig gehandeld is doordat niet meer buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden dan ingevolge het drempelbedrag is toegestaan. Indien de rapportageverplichting in het jaarverslag zou worden opgenomen zou de accountantscontrole zich beperken of het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening. Een expliciet oordeel van de accountant over de rechtmatigheid wordt dan niet verkregen.
De nota van toelichting is in lijn met bovenstaande aangevuld.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1) Het voorgestelde artikel 52c van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
(2) Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
(3) Nota van toelichting, algemeen deel, administratieve lasten.
(4) Brief van het Interprovinciaal Overleg van 18 maart 2014, kenmerk FIN 06926/2014 en brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten van 21 mei 2014, kenmerk ECFE/U201401065.