Ontwerpbesluit tot wijziging van het Pachtprijzenbesluit 2007, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W15.13.0287/IV
- Datum advies
- 13 september 2013
- Vindplaats
- Staatscourant 2013, nr. 32209
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Pachtprijzenbesluit 2007, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 14 augustus 2013, no.13.001631, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Pachtprijzenbesluit 2007, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit vult het Pachtprijzenbesluit 2007 (hierna: het Ppb 2007) aan met een bepaling over de wijze van berekening van de gemiddelde grondbeloning per hectare in geval van wijziging van de indeling in pachtprijsgebieden. Voorts voorziet het ontwerpbesluit in aanpassingen van de bijlage behorende bij het Ppb 2007, waardoor het gehele grondgebied van de per 1 januari 2012 ontstane gemeente Hollands Kroon per 1 januari 2014 deel zal uitmaken van het pachtprijsgebied Westelijk Holland.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de reikwijdte van het voorgestelde artikel 6, vierde lid, Ppb 2007 en de geleidelijke doorwerking van een wijziging van de indeling in pachtprijsgebieden. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Reikwijdte van artikel 6, vierde lid
Het Ppb 2007 regelt de hoogst toelaatbare pachtprijzen voor pachtovereenkomsten over agrarische gronden. De Minister van Economische Zaken stelt jaarlijks de hoogst toelaatbare pachtprijs per hectare vast. (zie noot 1) Voor deze vaststelling zijn de Nederlandse gemeenten onderverdeeld in pachtprijsgebieden. Dit zijn gebieden waarbinnen de landbouwgronden een vergelijkbaar opbrengend vermogen hebben. De indeling van pachtprijsgebieden is opgenomen in de bijlage bij het Ppb 2007.
De hoogst toelaatbare pachtprijs wordt gebaseerd op de gemiddelde grondbeloning per hectare in een pachtprijsgebied, met dien verstande dat daarop enkele correcties plaatsvinden. (zie noot 2) De gemiddelde grondbeloning per hectare is het gemiddelde van de grondbeloning per hectare over de afgelopen vijf jaren, voorafgaand aan de (jaarlijkse) vaststelling van de hoogst toelaatbare pachtprijs. (zie noot 3)
Het voorgestelde artikel 6, vierde lid, Ppb 2007 bepaalt dat, bij wijziging van de indeling in pachtprijsgebieden, bij de bepaling van de gemiddelde grondbeloning per hectare de gewijzigde indeling in aanmerking wordt genomen voor de twee jaren voorafgaand aan het jaar waarin zij van kracht wordt.
De Afdeling merkt hierover op het volgende op. De toelichting bij het ontwerpbesluit is toegesneden op de specifieke situatie van de gemeente Hollands Kroon. Ook het gegeven dat de in artikel 6, vierde lid, opgenomen periode van twee jaren aansluit bij de tijdspanne tussen de totstandkoming van de gemeente Hollands Kroon op 1 januari 2012 en de voorgenomen wijziging van het Ppb 2007 per 1 januari 2014, lijkt erop te wijzen dat het ontwerpbesluit beoogt een voorziening te bieden voor dit individuele geval.
Uit de plaats die de voorgestelde bepaling in het Ppb 2007 krijgt, volgt evenwel dat zij ook van toepassing zal zijn op mogelijke volgende aanpassingen van de indeling van pachtprijsgebieden. Uit de toelichting blijkt niet, dat deze ruime reikwijdte is beoogd, en waarom zij nuttig en noodzakelijk wordt geacht.
De Afdeling adviseert de toelichting in het licht van het voorgaande aan te vullen en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen.
2. Geleidelijke doorwerking van een wijziging van de indeling
Zoals de toelichting vermeldt, kan een wijziging van de indeling van pachtprijsgebieden gevolgen hebben voor de grondbeloning per hectare in een pachtprijsgebied. Langs die weg werkt een wijziging van de indeling door in de bepaling van de hoogst toelaatbare pachtprijs in een pachtprijsgebied.
De voorgestelde bepaling brengt mee dat, wanneer in het eerste jaar na de wijziging van de indeling van pachtprijsgebieden de gemiddelde grondbeloning per hectare moet worden bepaald, bij die bepaling moet worden gehandeld als ware de indeling twee jaren eerder doorgevoerd. Deze fictie leidt ertoe dat het pachtprijs-verhogende of -verlagende effect van de indelingswijziging eerder in de hoogst toelaatbare pachtprijzen wordt verdisconteerd dan het geval zou zijn zonder het voorgestelde artikel 6, vierde lid. Ook weegt dit effect dan zwaarder, namelijk voor twee vijfde deel. Onder de gelding van het huidige Ppb 2007, zonder artikel 6, vierde lid, werkt het effect immers pas door in het tweede jaar na de indelingswijziging en dan slechts voor één vijfde deel.
Het ontwerpbesluit beoogt het - in dit geval pachtprijs-verhogende - effect van de gewijzigde indeling van pachtprijsgebieden voor Hollands Kroon geleidelijk te laten optreden, zo begrijpt de Afdeling. (zie noot 4) Zij merkt hierover op dat, zoals uit het voorgaande blijkt, met het ongewijzigd laten van artikel 6 Ppb 2007 een meer geleidelijke ontwikkeling van de pachtprijzen zou worden bewerkstelligd. De toelichting motiveert niet waarom het gewenst is de doorwerking van het pachtprijs-beïnvloedende effect te vervroegen en waarom de voorgestelde bepaling tot de juiste mate van geleidelijkheid leidt. De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.13.0287/IV
- In artikel I, onderdeel A (nieuw artikel 6, vierde lid) de woorden "in aanmerking genomen" vervangen door: in acht genomen.
- In artikel I, onderdeel A, de woorden "zij van kracht wordt" vervangen door: zij van kracht is geworden.
Nader rapport (reactie op het advies) van 29 oktober 2013
1. Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling advisering is aan de toelichting over artikel 6, vierde lid, een tekstpassage toegevoegd die tot uitdrukking brengt dat met dit nieuwe vierde lid een ruime reikwijdte wordt beoogd, welke losstaat van de specifieke situatie van de gemeente Hollands Kroon. Verder wordt ten overvloede aangegeven dat, indien ten algemene tot een herindeling van pachtprijsgebieden besloten wordt, die wijziging in het ene gebied een verhogend effect, en in het andere gebied een verlagend effect op de pachtprijs kan hebben.
2. In de nota van toelichting is tevens een tekstpassage toegevoegd die verduidelijkt dat het ingevolge artikel 6, derde lid, zes jaar zou duren voor het verhogend of verlagend effect van een andere indeling van de pachtprijsgebieden geheel is doorgewerkt in de hoogte van de maximaal toelaatbare pachtprijzen. In de nota van toelichting is aangegeven dat dit te lang duurt en onwenselijk is en dat de toepassing van artikel 6, vierde lid, meebrengt dat deze periode met twee jaar wordt vervroegd, waarmee, gelet op de belangen van pachters en verpachters, een meer afgewogen mate van geleidelijkheid wordt gerealiseerd.
3. De redactionele kanttekeningen zijn verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Economische Zaken
(1) Artikel 2 van het Ppb 2007.
(2) Artikel 4 van het Ppb 2007.
(3) Artikel 6, derde lid, Ppb 2007. Ingevolge artikel 6, eerste lid, Ppb 2007 komt de grondbeloning overeen met de opbrengsten uit bedrijf, die achtereenvolgens worden verminderd met:
a. de kosten en afschrijvingen, die met deze opbrengsten verband houden, uitgezonderd de kosten voor grond en de vergoeding voor niet aangekochte immateriële activa en
b. de vergoeding voor eigen arbeid.
Ingevolge artikel 6, tweede lid, Ppb 2007 wordt de grondbeloning per hectare bepaald door de grondbeloning te delen door de tot de bedrijfsoppervlakte behorende cultuurgrond.
(4) De nota van toelichting gebruikt de woorden "pas na vijf jaren" en "stapsgewijs". Dat het verhogend effect pas na vijf jaar volledig zichtbaar wordt, is overigens niet juist, zoals blijkt uit hetgeen de Afdeling in de tweede alinea onder 2. opmerkt. Bij toepassing van artikel 6, vierde lid, is het verhogend effect al na drie jaren volledig zichtbaar.