Ontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Rijswijk krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Rijswijk Sion -'t Haantje, eerste fase).
- Kenmerk
- W14.12.0511/IV
- Datum advies
- 14 februari 2013
- Vindplaats
- Staatscourant 2013, nr. 7010
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Rijswijk krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Rijswijk Sion -'t Haantje, eerste fase).
Krachtens machtiging van Uwe Majesteit heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu met een schrijven van 19 december 2012, no.RWSCD BJV 2012/2150, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Rijswijk krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Rijswijk Sion -'t Haantje, eerste fase).
1.In het ontwerpbesluit wordt opgemerkt dat de gemeente en reclamanten 1 in het minnelijk overleg twee parallelle sporen hebben gevolgd. Het eerste spoor is gericht op de verwerving van de in het onteigeningsplan begrepen perceelsgedeelten, het tweede op herinrichting van het tuincentrum van reclamanten. In het eerste spoor hebben reclamanten een aanbod van de gemeente van 17 augustus 2011 niet aanvaard, omdat zij opteren voor de herinrichting van hun bedrijf. Volgens het ontwerpbesluit heeft de gemeente medegedeeld dat een herhaling van de bieding niet heeft plaatsgevonden en niet nodig was, omdat de bieding van 17 augustus 2011 zonder instandhoudingstermijn is gedaan.
Hierover merkt de Afdeling advisering het volgende op. In het aan de Afdeling overgelegde onderhandelingsdossier bevindt zich een brief van 17 augustus 2011 van de gemeente aan een van de reclamanten 1 waarin een bieding wordt gedaan met instandhouding tot 12 september 2011. In het ontwerpbesluit wordt daarvan geen rekenschap gegeven. Dat zal alsnog moeten worden gedaan. Verder zal moeten worden onderzocht, welke inspanningen de gemeente zich na 12 september 2011 en het verzoekbesluit van 27 september 2011 heeft getroost om de eigendom volgens het eerste spoor minnelijk te verwerven. Indien de gemeente op dit punt is gaan stilzitten, zal het verzoek met betrekking tot de gronden van reclamanten 1 moeten worden afgewezen, omdat de gemeente geen nieuwe pogingen heeft ondernomen om de desbetreffende gronden minnelijk te verwerven. Dat reclamanten in hun zienswijze te kennen hebben gegeven dat zij met de gemeente constructief overleg voeren, doet hieraan niet af, omdat zij hun hoop daarbij kennelijk hebben gevestigd op een oplossing volgens het tweede spoor.
2.Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W14.12.0511/IV met redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft.
-Op blz. 1, onder "Het verzoek tot aanwijzing ter onteigening", verduidelijken dat burgemeester en wethouders in hun brieven op grond van onderdeel 4b van het raadsbesluit aan de Kroon hebben verzocht de door hen bedoelde onroerende zaken niet ter onteigening aan te wijzen.
- Op blz. 4 het eerste tekstblok naar aanleiding van de zienswijze van reclamanten 1 vervangen door: Voor zover de zienswijze van reclamanten 1 betrekking heeft op de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en het exploitatieplan, merken Wij op dat deze plannen in de administratieve onteigeningsprocedure niet ter beoordeling staan. Zienswijzen met betrekking tot de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en het grondexploitatieplan kunnen naar voren worden gebracht in de voor deze plannen geregelde procedures.
- Op blz. 6 in het vierde tekstblok achtereenvolgens datum en nummer vermelden van het Koninklijk besluit in zake het bedoelde onteigeningbesluit van de gemeente Gilze Rijen. In de betrokken zin "Gelet op" vervangen door: Echter in aansluiting op. In dezelfde zin "gesteld wordt" vervangen door: wordt geoordeeld.
- In het laatste tekstblok op blz. 6 in de zin, beginnende met de woorden "Aangezien de gemeente" de woorden "dan ook" schrappen. Vervolgens deze zin laten overgaan in de volgende zin door daarin "Daarbij komt nog de omstandigheid, dat" te vervangen door: ook omdat.
- Op blz. 7 in de eerste regel van het tweede tekstblok "gelet op de eigendomssituatie" vervangen door: gelet op de eigendoms- en onderhandelingssituatie. In de laatste zin van dit tekstblok "de gemeente op een adequate wijze" vervangen door: de gemeente voor het verzoekbesluit en ook daarna op een zorgvuldige wijze.
- Op blz. 7, tweede regel van onderen, de woorden "is naar Ons oordeel dan ook te rechtvaardigen" vervangen door: ligt naar Ons oordeel dan ook in de rede.
- Op blz. 8 in de vierde regel van boven het woord "overigens" schrappen.
- Op blz. 8 "Overige overwegingen" groter en vet drukken.
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 februari 2013
1. Binnen de gemeente Rijswijk ligt één van de laatste grote uitbreidingslocaties van de regio Haaglanden, te weten Rijswijk-Zuid. Dit gebied wordt in hoofdzaak ingericht voor woningbouw en in mindere mate voor bedrijvigheid. Het huidige glastuinbouwgebied zal daartoe moeten wijken en de komende vijftien jaar getransformeerd worden naar nieuwe woonwijken en bedrijven. De ter onteigening aan te wijzen gronden zijn nodig voor de aanleg van de hoofdontsluitingsweg in het deelgebied Sion, zo ook (gedeeltelijk) in het deelgebied ’t Haantje. Langs de ontsluitingsweg komt een afwateringssloot. De ontsluitingsweg wordt uitgevoerd met twee rijstroken en zal als een slinger door het woongebied Sion gaan lopen.
De in het verzoek om onteigening begrepen onroerende zaken zijn in het bestemmingsplan aangewezen voor “Verkeer - 2 (V-2)”, “Water (WA)” en de dubbelbestemmingen “Waarde – Archeologie (WR–A)” en “Waterstaat – Waterkering (WS –WK)”.
De Afdeling geeft U in overweging een besluit te nemen nadat rekening is gehouden met inhoudelijke opmerkingen met betrekking tot het met een belanghebbende door de gemeente Rijswijk gevoerde minnelijk overleg. De Afdeling maakt uit het onteigeningsdossier op, dat in tegenstelling tot hetgeen over een schriftelijk aanbod tot schadeloosstelling in het ontwerp besluit wordt opgemerkt, in dat aanbod wel uitdrukkelijk een termijn is bepaald waarbinnen dit bod door de gemeente Rijswijk gestand zal worden gedaan. De Afdeling constateert dat hierover in het ontwerp besluit geen rekenschap is gegeven en dat dit alsnog dient te gebeuren.
In dit verband vraagt de Afdeling tevens om nader te bezien, in hoeverre het minnelijk overleg met de betrokken belanghebbende na afloop van vorenbedoelde termijn en na de datum van het verzoekbesluit is voortgezet en adviseert de uitkomst van dit nader onderzoek bij de beslissing te betrekken. Daarnaast plaatst de Afdeling enkele redactionele kanttekeningen.
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling heb ik aanleiding gevonden het onteigeningsdossier nader te onderzoeken. Uit dit nader onderzoek is naar voren gekomen dat aan de desbetreffende schriftelijke bieding een termijn was verbonden, waarbinnen het bod door de gemeente gestand werd gedaan. Tevens is uit het nader onderzoek gebleken dat de gemeente het minnelijk overleg na deze datum heeft voortgezet. Mede rekening houdende met het feit dat de belanghebbende vorenbedoeld aanbod tot schadeloosstelling uiteindelijk heeft afgewezen om reden dat dit niet paste in zijn eerder reeds gebleken wens om met de gemeente Rijswijk bij voorkeur tot overeenstemming te komen over een reconstructie dan wel verplaatsing van zijn tuincentrum, ben ik van oordeel dat de raad van de gemeente Rijswijk onder deze omstandigheden ten tijde van zijn verzoekbesluit van mening kon zijn dat het aannemelijk was dat het minnelijk overleg met belanghebbende voorlopig niet zou leiden tot vrijwillige eigendomsoverdracht van diens in het onteigeningsplan begrepen gronden. Derhalve blijf ik, gelet op de uitkomsten van het nader onderzoek, van oordeel dat het verzoek tot aanwijzing ter onteigening in zoverre voor inwilliging in aanmerking komt. De motivering van het ontwerpbesluit heb ik naar aanleiding van het advies van de Afdeling en het nader onderzoek, evenwel in vorenstaande zin aangepast.
2. Met de door de Afdeling gemaakte redactionele kanttekeningen heb ik in het thans aan U voorgelegde ontwerp besluit rekening gehouden.
Ik moge U hierbij het in bovenstaande zin aangepaste ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Infrastructuur en Milieu
Ontwerpregeling met toelichting (pdf, 168 kB)