Uitspraak 202406452/3/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4874
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij tussenuitspraak van 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:370, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Hoeksche Waard opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omgeschreven gebreken in het besluit van 17 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Margrietstraat 2-Graaf Van Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland" te herstellen. Over het besluit van 17 september 2024 heeft de Afdeling in de tussenuitspraak onder 9.3 overwogen dat onduidelijk was of de verkeersintensiteit na uitvoering van het plan de maximale capaciteit van de wegen rondom het plangebied niet overschrijdt. De Afdeling heeft daarom geoordeeld dat de raad onvoldoende gemotiveerd heeft dat het plan geen onaanvaardbare verkeersoverlast tot gevolg heeft. Gelet hierop heeft de Afdeling geoordeeld dat de raad het besluit van 17 september 2024 in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht heeft genomen. De Afdeling heeft onder 19 van de tussenuitspraak de raad opdracht gegeven dit gebrek te herstellen. Het herstelbesluit 3. De raad heeft verkeerstellingen uitgevoerd op de Margrietstraat, de Croonenburgh en het Pad van Jongejan. In de "Memo verkeersgeneratie bestemmingsplan ‘Margrietstraat 2-Graaf Van Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland’" geeft de raad aan op welke wijze de uitkomst van de verkeerstellingen wordt verwerkt in de plantoelichting. Daarnaast zijn de verkeerstellingen als bijlagen bij de plantoelichting gevoegd.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- RO - Geluid
- RO - Zuid-Holland
Toon inhoud
202406452/3/R3.
Datum uitspraak: 19 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1. [appellant sub 1], wonend in Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
2. [appellant sub 2] en anderen, allen wonend in Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
appellanten,
en
1. het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard,
2. de raad van de gemeente Hoeksche Waard,
verweerders.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:370, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omgeschreven gebreken in het besluit van 17 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Margrietstraat 2-Graaf Van Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland" te herstellen.
Bij beschikking van 1 april 2026 heeft de Afdeling de hiervoor genoemde hersteltermijn verlengd tot en met 8 juni 2026.
Bij besluit van 2 juni 2026 (het herstelbesluit) heeft de raad de toelichting van het bestemmingsplan aangepast en het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld.
[appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen zijn in de gelegenheid gesteld een zienswijzen naar voren te brengen over de wijze waarop het gebrek is hersteld. Zij hebben daar geen gebruik gemaakt.
De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Tussenuitspraak
1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 5.4 overwogen dat het in artikel 8:69a van de Awb opgenomen relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het besluit van het college van 28 mei 2024, waarbij hogere waarden zijn vastgesteld.
2. Over het besluit van de raad van 17 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan, heeft de Afdeling in de tussenuitspraak onder 9.3 overwogen dat onduidelijk was of de verkeersintensiteit na uitvoering van het plan de maximale capaciteit van de wegen rondom het plangebied niet overschrijdt. De Afdeling heeft daarom geoordeeld dat de raad onvoldoende gemotiveerd heeft dat het plan geen onaanvaardbare verkeersoverlast tot gevolg heeft.
Gelet hierop heeft de Afdeling geoordeeld dat de raad het besluit van 17 september 2024 in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft genomen. De Afdeling heeft onder 19 van de tussenuitspraak de raad opdracht gegeven dit gebrek te herstellen.
Het herstelbesluit
3. De raad heeft verkeerstellingen uitgevoerd op de Margrietstraat, de Croonenburgh en het Pad van Jongejan. In de "Memo verkeersgeneratie bestemmingsplan ‘Margrietstraat 2-Graaf Van Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland’" geeft de raad aan op welke wijze de uitkomst van de verkeerstellingen wordt verwerkt in de plantoelichting. Daarnaast zijn de verkeerstellingen als bijlagen bij de plantoelichting gevoegd.
In de Memo staat dat de wegen rondom het plangebied een maximale capaciteit van 4.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal hebben. De 50 te realiseren woningen zorgen samen voor een toename met gemiddeld 213 verplaatsingen per etmaal. In de bestaande situatie is er op het drukste moment in de week sprake van 314 motorvoertuigbewegingen per etmaal op de Margrietstraat. Op de Croonenburgh en het Pad van Jongejan zijn dit respectievelijk 3.230 en 1.436 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Met de toename van de verplaatsingen als gevolg van het plan wordt de maximale capaciteit van deze wegen dan ook niet overschreden.
4. Met het herstelbesluit heeft de raad de plantoelichting aangepast conform de Memo en heeft de raad het bestemmingsplan opnieuw gewijzigd vastgesteld. Het herstelbesluit is op grond van artikel 6:19 van de Awb mede onderwerp van het geding. De beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen zijn van rechtswege ook gericht tegen dit besluit.
5. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen hebben geen zienswijzen naar voren gebracht over het herstelbesluit. De Afdeling leidt hieruit af dat zij daar geen bezwaren tegen hebben.
Conclusie
6. Gelet op wat onder 5.4 van de tussenuitspraak is overwogen, zijn de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen tegen het besluit van 28 mei 2024, tot vaststelling van hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder, ongegrond.
7. Gelet op wat in de tussenuitspraak onder 9.3 en 18 is overwogen, zijn de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen tegen het besluit van 17 september 2024, tot vaststelling van het bestemmingsplan, gegrond. Dit besluit moet wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb worden vernietigd.
8. Gelet op wat hiervoor onder 5 is overwogen, zijn de van rechtswege ontstane beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen tegen het herstelbesluit van 2 juli 2026 ongegrond.
9. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard van 28 mei 2024 ongegrond;
II. verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Hoeksche Waard van 17 september 2024 gegrond;
III. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Hoeksche Waard van 17 september 2024;
IV. verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Hoeksche Waard van 2 juli 2026 ongegrond;
V. gelast dat de raad van de gemeente Hoeksche Waard aan [appellant sub 1] het door haar voor de behandeling van haar beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 187,00 vergoedt;
VI. gelast dat de raad van de gemeente Hoeksche Waard aan [appellant sub 2] en anderen het door hen voor de behandeling van hun beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 187,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Schadd, griffier.
w.g. Knol
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schadd
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2026
1076
Woningbouw in Oud-Beijerland
Uitspraak over het bestemmingsplan 'Margrietstraat 2-Graaf van Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland' dat de gemeenteraad van Hoeksche Waard heeft vastgesteld. Het plan maakt een gebouw met 50 appartementen in drie bouwlagen en een ontmoetingsplan (‘woonkamer voor de buurt’) mogelijk op de locatie van de voormalige Thomaskerk en school De Ark in Oud-Beijerland. Aan de noord- en zuidkant van het gebied komen parkeerplaatsen. Diverse omwonenden zijn het niet eens met het plan en zijn daartegen in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vinden dat het plan vanwege het aantal woningen en de hoogte van het gebouw niet past in de dorpse omgeving. Verder vrezen zij parkeeroverlast en verlies van hun privacy. In januari 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak een zogenoemde tussenuitspraak in deze zaak. Daarin oordeelde zij dat de gemeenteraad onvoldoende heeft gemotiveerd dat het bestemmingsplan geen onaanvaardbare verkeersoverlast tot gevolg heeft. Zij droeg de gemeenteraad op om deze tekortkoming in het bestemmingsplan binnen zestien weken te herstellen. Deze termijn is daarna nog met enkele weken verlengd. In juni 2026 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan aangepast. In de uitspraak van 19 augustus 2026 beoordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak of het bestemmingsplan met deze aanpassing definitief is geworden.