Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202504640/1/R1

Uitspraak 202504640/1/R1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4865
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 juni 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het definitief plaatsingsplan "Besluit van het dagelijks stadsbestuur van Nieuw-West tot het aanwijzen, opheffen en wijzigen van afvalinzamellocaties in de buurt De Aker-Oost" vastgesteld. In het besluit heeft het college onder meer de locatie [kenmerk A], ter hoogte van de [locatie], aangewezen voor de plaatsing van drie ondergrondse afvalcontainers. Twee van de ondergrondse afvalcontainers zijn voor restafval (ORAC’s) en één is voor oud papier en karton. Op de locatie [kenmerk A] stonden voor de vaststelling van het plaatsingsplan al twee ORAC’s. Verder is bij het besluit de locatie [kenmerk B] opgeheven. Op deze locatie stonden voor de vaststelling van het plaatsingsplan twee ORAC’s. [appellant] en anderen wonen aan de [locatie] en zijn het om verschillende redenen niet eens met het plaatsingsplan. [appellant] en anderen betogen dat de locatie [kenmerk A] niet geschikt is voor ondergrondse afvalcontainers. Ten eerste omdat afvalcontainers op die locatie tot verkeersonveilige situaties zullen leiden. Ter onderbouwing hiervan voeren zij aan dat het verkeer op de Pond Sterlinglaan tijdens het legen van de afvalcontainers - gelet op de positionering van het inzamelvoertuig - geen zicht heeft op het verkeer op het Forintplantsoen ter hoogte van de kruising Pond Sterlinglaan/Forintplantsoen.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202504640/1/R1.
Datum uitspraak: 19 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend in Amsterdam,
appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2025 heeft het college het definitief plaatsingsplan "Besluit van het dagelijks stadsbestuur van Nieuw-West tot het aanwijzen, opheffen en wijzigen van afvalinzamellocaties in de buurt De Aker-Oost" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en anderen en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 juli 2026, waar

[appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. D.R. van Ee en M. Zandhuis, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       In het besluit heeft het college onder meer de locatie [kenmerk A], ter hoogte van de [locatie], aangewezen voor de plaatsing van drie ondergrondse afvalcontainers. Twee van de ondergrondse afvalcontainers zijn voor restafval (ORAC’s) en één is voor oud papier en karton. Op de locatie [kenmerk A] stonden voor de vaststelling van het plaatsingsplan al twee ORAC’s.

Verder is bij het besluit de locatie [kenmerk B] opgeheven. Op deze locatie stonden voor de vaststelling van het plaatsingsplan twee ORAC’s. [appellant] en anderen wonen aan de [locatie] en zijn het om verschillende redenen niet eens met het plaatsingsplan.

Toetsingskader

2.       Bij de keuze van een locatie voor afvalcontainers moet het college een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het locatieplan. Daarbij heeft het college beleidsruimte. De Afdeling beoordeelt, aan de hand van de beroepsgronden, of de nadelige gevolgen van de aanwijzing van de locatie niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de aanwijzing te dienen doelen. Daarbij beoordeelt zij of het college de locatie geschikt heeft mogen achten voor de plaatsing van de afvalcontainer.

2.1.    Voor het bepalen van de locatie voor de plaatsing van de afvalcontainers heeft het college de "Richtlijnen voor locaties van inzamelvoorzieningen" (richtlijnen) als uitgangspunt gehanteerd.

Geschiktheid - verkeersveiligheid, geluid- en geurhinder en afstand tot gevel

3.       [appellant] en anderen betogen dat de locatie [kenmerk A] niet geschikt is voor ondergrondse afvalcontainers. Ten eerste omdat afvalcontainers op die locatie tot verkeersonveilige situaties zullen leiden. Ter onderbouwing hiervan voeren zij aan dat het verkeer op de Pond Sterlinglaan tijdens het legen van de afvalcontainers - gelet op de positionering van het inzamelvoertuig - geen zicht heeft op het verkeer op het Forintplantsoen ter hoogte van de kruising Pond Sterlinglaan/Forintplantsoen.

Ten tweede is volgens hen de locatie niet geschikt omdat de afvalcontainers tot onaanvaardbare geluid- en geurhinder zullen leiden. Ter onderbouwing hiervan voeren zij aan dat door het opheffen van de locatie [kenmerk B] afvalstromen worden geconcentreerd op de locatie [kenmerk A], waarmee er een toename aan hinder zal ontstaan ter hoogte van hun woning. Ook voeren zij ter onderbouwing hiervan aan dat de afvalcontainers te dicht op de gevel van de woning van [appellant] en anderen zullen staan. De containers komen namelijk op vier meter afstand van de gevel te staan en dit is volgens [appellant] en anderen in strijd met richtlijn R2.

3.1.    Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de locatie [kenmerk A] wel geschikt is voor het plaatsen van afvalcontainers. Zo zullen de afvalcontainers op die locatie volgens het college niet tot verkeersonveilige situaties leiden. Ook zullen de afvalcontainers volgens het college niet tot onaanvaardbare geluid- en geurhinder leiden.

3.2.    In deze procedure gaat het om de aanwijzing van een locatie voor ondergrondse afvalcontainers. De keuze van het gemeentebestuur om voor de inzameling van verschillende soorten afval gebruik te maken van dergelijke containers, ligt niet ter beoordeling voor.

Wanneer de beroepsgronden daartoe aanleiding geven, beoordeelt de Afdeling in een procedure als deze of het betrokken bestuursorgaan de gevolgen van de aanwijzing voor de omgeving aanvaardbaar heeft kunnen achten. Die beoordeling kan ook betrekking hebben op nadelen die inherent zijn aan het gekozen inzamelsysteem, zoals geluid- en geuremissie van het gebruik van een afvalcontainer, toeneming van verkeer van en naar een dergelijke container en (verkeers-)hinder die gepaard gaat met het legen van een container. Uit de rechtspraak van de Afdeling volgt echter dat die gevolgen onder normale omstandigheden niet aan aanwijzing van een locatie in de weg hoeven staan. Daarbij is van belang dat geluid- en geurhinder door de constructie van ondergrondse afvalcontainers en door het regelmatig legen en schoonmaken zoveel mogelijk worden voorkomen, dat de verkeersaantrekkende werking in het algemeen beperkt is en dat het legen van de containers maar van korte duur is. Als voorbeeld wijst de Afdeling op haar uitspraak van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2320. De Afdeling zal daarom enkel beoordelen of locatie-specifieke of andere bijzondere omstandigheden maken dat het college in die gevolgen reden had moeten zien om de locatie niet aan te wijzen.

3.3.    Over het betoog over verkeersveiligheid overweegt de Afdeling het volgende. Het inzamelvoertuig zal het zicht voor het verkeer op de Pond Sterlinglaan tijdens het legen van de afvalcontainers blokkeren. Het college heeft toegelicht dat dit legen gemiddeld slechts 2 keer per week zal voorkomen en ongeveer 5 minuten per keer in beslag zal nemen. Het inzamelvoertuig zal dan ook niet parkeren nabij de kruising Pond Sterlinglaan/Forintplantsoen, maar slechts laden en lossen. Het college heeft verder toegelicht dat de locatie in overeenstemming is met richtlijn R11. Op grond van deze richtlijn mogen geen locaties aangewezen worden op drukke verkeerskruisingen. De kruising Pond Sterlinglaan/Forintplantsoen is volgens het college geen drukke verkeerskruising. De Afdeling ziet in wat [appellant] en anderen hebben aangevoerd geen aanleiding om aan de juistheid van de toelichting van het college te twijfelen.

Gelet op het voorgaande heeft het college zich naar het oordeel van de Afdeling op het standpunt mogen stellen dat de afvalcontainers op de locatie [kenmerk A] niet tot verkeersonveilige situaties zullen leiden.

3.4.    Over het betoog over geluid- en geurhinder overweegt de Afdeling het volgende. Niet is gebleken dat door het opheffen van de locatie [kenmerk B] afvalstromen worden geconcentreerd op de locatie [kenmerk A], of dat daarmee een toename aan hinder zal ontstaan ter hoogte van de woning van [appellant] en anderen. Verder heeft het college heeft toegelicht dat om geluidhinder te beperken de afvalcontainers zijn uitgerust met een geluidsarme inwerpopening. Om geurhinder te beperken wordt het afval in de afvalcontainers ten minste eenmaal per week opgehaald. Ook worden de afvalcontainers regelmatig gereinigd. De Afdeling ziet in wat [appellant] en anderen hebben aangevoerd geen aanleiding om aan de juistheid van de toelichting van het college te twijfelen.

De Afdeling overweegt verder dat in richtlijn R1 is bepaald dat de afstand van de inzamelvoorziening tot de gevel van een gebouw minimaal 1,8 meter bedraagt. Het staat tussen partijen niet ter discussie dat hieraan is voldaan. Verder is in richtlijn R2 bepaald dat afvalcontainers zich onder andere niet bij een deur of raam van een gebouw met woonfunctie bevinden. Het college heeft geoordeeld dat de locatie [kenmerk A] zich in afwijking van deze richtlijn bevindt bij een raam van de woning van [appellant] en anderen. Richtlijn R2 noemt namelijk geen afstand, zodat ook als een afvalcontainer op enkele meters afstand van een deur of raam is voorzien, nog steeds gezegd kan worden dat deze bij een raam of deur is voorzien. Van deze richtlijn is het college echter gemotiveerd afgeweken. Dat mag. De Afdeling hecht in dit kader waarde aan de toelichting van het college dat de aangewezen locatie op in ieder geval 4 meter afstand tot het keukenraam van de woning van [appellant] en anderen ligt. Het is daarom te verwachten dat de hinder van de locatie [kenmerk A] beperkt zal zijn.

Gelet op het voorgaande heeft het college zich naar het oordeel van de Afdeling op het standpunt mogen stellen dat de mogelijke geluid- en geurhinder die de afvalcontainers zullen veroorzaken aanvaardbaar is.

3.5.    Gelet op het voorgaande heeft het college de locatie geschikt mogen achten voor ondergrondse afvalcontainers.

Het betoog slaagt niet.

Alternatieve locatie

4.       [appellant] en anderen betogen dat de locatie [kenmerk B] - de met het besluit opgeheven locatie - een geschiktere locatie is voor het plaatsen van meerdere ondergrondse afvalcontainers. Deze locatie voldoet volgens [appellant] en anderen aantoonbaar beter aan de ruimtelijke, verkeerskundige en beleidsmatige eisen en werd eerder door het gemeentebestuur voorgesteld. Er bestaan volgens [appellant] en anderen geen technische of veiligheidsbelemmeringen voor de plaatsing van de afvalcontainers op deze alternatieve locatie.

Verder is volgens [appellant] en anderen de technische onderbouwing van het college dat de locatie [kenmerk B] niet geschikt is vanwege ondergrondse infrastructuur niet controleerbaar. Dit omdat het college geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek van [appellant] en anderen om de ruwe data die ten grondslag liggen aan de tekeningen, waar de technische onderbouwing op is gebaseerd, aan hen te overleggen. Verder voeren [appellant] en anderen aan dat dat de onderbouwing van het college dat de locatie [kenmerk B] niet geschikt is vanwege de aanwezigheid van een boom onvoldoende is gemotiveerd. Zo is het volgens [appellant] en anderen niet duidelijk waarom op andere locaties afvalcontainers wel op korte afstand van een boom zijn geplaatst en waarom dat op de locatie [kenmerk B] niet mogelijk zou zijn. Ook de onderbouwing van het college dat het plaatsen van de afvalcontainers op die locatie een belemmering zal vormen voor de doorgang van nood- en hulpdiensten is volgens [appellant] en anderen onvoldoende gemotiveerd.

4.1.    Het college stelt zich op het standpunt dat de locatie [kenmerk B] niet geschikt is omdat het plaatsen van meerdere afvalcontainers niet mogelijk is vanwege de aanwezigheid van een boom, ondergrondse rioleringsbuizen en een lantaarnpaal. Verder zal het plaatsen van de afvalcontainers op die locatie een belemmering vormen voor de doorgang van nood- en hulpdiensten. Ook is het plaatsen van meerdere afvalcontainers niet mogelijk vanwege ondergrondse kabels en leidingen.

4.2.    In overweging 3.5. heeft de Afdeling geoordeeld dat het college de locatie geschikt heeft mogen achten voor het plaatsen van de ondergrondse afvalcontainers. De Afdeling zal beoordelen of het college toch had moeten afzien van aanwijzing van de aangewezen locatie vanwege de voorgestelde alternatieve locatie. Een alternatieve locatie moet zodanig geschikter zijn dan de aangewezen locatie dat geoordeeld moet worden dat het college niet heeft mogen vasthouden aan zijn keuze voor de aangewezen locatie, maar had moeten kiezen voor de alternatieve locatie.

4.3.    In richtlijn SRV8 is bepaald dat bij de plaatsing van afvalcontainers rekening wordt gehouden met voldoende ruimte rondom en boven de afvalcontainer ten behoeve van lediging. Op grond van richtlijn R9 worden bij het aanwijzen van locaties in principe geen bomen gekapt en trekwortels afgehakt.

4.4.    De Afdeling overweegt dat ten noordoosten van de door [appellant] en anderen aangedragen alternatieve locatie zich op relatief korte afstand een boom bevindt. Het enkele feit dat op andere locaties afvalcontainers op korte afstand van een boom zijn geplaatst, maakt niet dat dit op de locatie [kenmerk B] ook zou moeten of dat de locatie zodanig geschikter is dan de aangewezen locatie.

Wanneer de afvalcontainers op afstand van de boom staan, zal de alternatieve aanbiedlocatie zich op korte afstand van het ondergrondse vuilwaterriool bevinden, wat technische belemmeringen kan opleveren. Verder zal de alternatieve aanbiedlocatie zich dan op korte afstand van een lantaarnpaal bevinden, waarmee er volgens het college onvoldoende ruimte boven de afvalcontainer is voor lediging daarvan. Het college heeft verder toegelicht waarom het plaatsen van de afvalcontainers op afstand van de boom belemmeringen kan opleveren voor de doorgang van nood- en hulpdiensten. De Afdeling ziet in wat [appellant] en anderen hebben aangevoerd geen aanleiding om aan de juistheid van de toelichting van het college te twijfelen. De hiervoor genoemde bezwaren van het college tegen de locatie [kenmerk B] zijn op basis van de door het college ingediende tekeningen voldoende inzichtelijk gemaakt. Dat [appellant] en anderen niet de ruwe data die ten grondslag liggen aan deze tekeningen hebben ontvangen, maakt niet dat die bezwaren van het college onvoldoende inzichtelijk zijn.

4.5.    Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de alternatieve locatie van [appellant] en anderen niet zodanig geschikter is dan de aangewezen locatie [kenmerk A] dat het college voor de alternatieve locatie had moeten kiezen. Er hoeft daarom niet te worden beoordeeld of het argument van het college om vanwege ondergrondse kabels en leidingen niet voor deze locatie te kiezen juist is.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

5.       Het beroep is ongegrond.

Proceskosten

6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.

w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Driel Kluit
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2026

703-1188


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon