Uitspraak 202307520/1/R2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4280
- Datum uitspraak
- 22 juli 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad van de gemeente Oirschot het bestemmingsplan "Verbindingsweg Kempenweg - Eindhovensedijk" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de aanleg van een verbindingsweg met een lengte van ongeveer 1,4 km tussen de Kempenweg, de randweg van Oirschot, en de Eindhovensedijk, ten zuiden van de kern van Oirschot. De verbindingsweg is direct ten noorden van en grotendeels evenwijdig aan de A58 voorzien en is grotendeels voorzien binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Ter compensatie van het verlies van het NNB voorziet het plan op een afstand van ongeveer 900 m ten oosten van de aansluiting van de verbindingsweg op de Eindhovensedijk in nieuw aan te leggen natuur. Het doel van de Vereniging Buurtgroep de Kemmer is het beschermen en verbeteren van de leefbaarheid, bereikbaarheid, veiligheid en welzijn van de bewoners en particuliere grondeigenaren van De Kemmer in Oirschot. [appellant] woont aan de [locatie] in Oirschot en heeft grenzend aan zijn woonperceel ook een bosperceel in eigendom. Zijn percelen liggen aan de noordzijde van het plangebied.
- Eerste aanleg - meervoudig
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
202307520/1/R2.
Datum uitspraak: 22 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Vereniging Buurtgroep de Kemmer en [appellant], gevestigd of wonend in Oirschot (hierna samen: Buurtgroep de Kemmer),
appellanten,
en
de raad van de gemeente Oirschot,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Verbindingsweg Kempenweg - Eindhovensedijk" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft Buurtgroep de Kemmer beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op zitting behandeld op 21 april 2026, waar Buurtgroep de Kemmer, vertegenwoordigd door [appellant] en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. R. Benhadi, advocaat in Nijmegen, J.A.H.M. van Doormaal en M.C. Siecker, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 2 maart 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het bestemmingsplan voorziet in de aanleg van een verbindingsweg met een lengte van ongeveer 1,4 km tussen de Kempenweg, de randweg van Oirschot, en de Eindhovensedijk, ten zuiden van de kern van Oirschot. De verbindingsweg is direct ten noorden van en grotendeels evenwijdig aan de A58 voorzien en is grotendeels voorzien binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Ter compensatie van het verlies van het NNB voorziet het plan op een afstand van ongeveer 900 m ten oosten van de aansluiting van de verbindingsweg op de Eindhovensedijk in nieuw aan te leggen natuur.
2.1. Het doel van de Vereniging Buurtgroep de Kemmer is het beschermen en verbeteren van de leefbaarheid, bereikbaarheid, veiligheid en welzijn van de bewoners en particuliere grondeigenaren van De Kemmer in Oirschot.
[appellant] woont aan de [locatie] in Oirschot en heeft grenzend aan zijn woonperceel ook een bosperceel in eigendom. Zijn percelen liggen aan de noordzijde van het plangebied.
Zij betogen onder meer dat de raad de alternatieven onvoldoende heeft meegenomen bij de besluitvorming en de natuurcompensatie op onjuiste wijze plaatsvindt.
Toetsingskader
3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Participatie
4. Buurtgroep de Kemmer betoogt dat het bestemmingsplan niet zorgvuldig is vastgesteld, omdat de raad bij de vaststelling van het plan niet aan de inspraak- en participatieverplichtingen heeft voldaan. Daarover voert zij aan dat het participatieproces op onjuiste wijze heeft plaatsgevonden.
4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het bestemmingsplan zorgvuldig is vastgesteld en hij daarbij aan de inspraak- en participatieverplichtingen heeft voldaan. Het bestemmingsplan is openbaar voorbereid door middel van het wettelijk vooroverleg en het ontwerpplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen waarop zienswijzen konden worden ingediend.
4.2. De raad heeft zich naar het oordeel van de Afdeling op het standpunt mogen stellen dat het bestemmingsplan zorgvuldig is vastgesteld en hij daarbij aan de inspraak- en participatieverplichtingen heeft voldaan. Het bieden van inspraak voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan maakt geen deel uit van de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure. Het niet bieden van inspraak in die eerdere fase heeft daarom geen gevolgen voor de rechtmatigheid van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.
Het betoog slaagt niet.
Nut en noodzaak en alternatieven
5. Buurtgroep de Kemmer betoogt dat er geen deugdelijke motivering aan het bestemmingsplan ten grondslag ligt, omdat de raad niet goed heeft gemotiveerd dat de aanleg van de randweg noodzakelijk is. Het aantal motorvoertuigbewegingen op de voorziene verbindingsweg zal namelijk slechts ongeveer 2.000 per etmaal bedragen. De doelstellingen, die in de loop der jaren zijn aangepast, kunnen ook door veel minder vergaande maatregelen worden bereikt. Dat zijn de pakketten aan Quick Win-maatregelen, de beoogde verbreding van de A58 en de afschaling van de Eindhovensedijk van 80 km/u naar 60 km/u. Als deze maatregelen onvoldoende blijken, dan kan de verbindingsweg in de toekomst alsnog worden aangelegd. Deze alternatieve maatregelen zijn onvoldoende betrokken bij de besluitvorming. In dit verband wijst zij erop dat alle in de voorbereiding onderzochte varianten van het plan al gebruik maakten van het tracé evenwijdig aan de A58, waardoor er eigenlijk geen keuze meer was. Ook door onder meer de beoogde afschaling van de maximumsnelheid van de Eindhovensedijk en de 30 km-zone, zal de beoogde verbindingsweg minder aantrekkelijk worden. Hierdoor ontbreekt de noodzaak voor de beoogde verbindingsweg en daarmee noodzaak voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
5.1. De raad stelt zich op het standpunt dat hij goed heeft gemotiveerd dat de aanleg van de randweg noodzakelijk is. De aanleiding van het bestemmingsplan is een verkeersprobleem in Oirschot dat al lange tijd bestaat en waarvan een groot aantal inwoners van Oirschot dagelijks grote overlast ondervindt. Naast een dagelijks verkeersinfarct in de kern van Oirschot is er momenteel ook geluidsoverlast, overlast van fijn stof en onveiligheid voor een groot aantal inwoners. Zo is het aantal geregistreerde ongevallen hoog. De aanleg van de verbindingsweg biedt een oplossing voor deze problematiek.
5.2. Verder stelt de raad zich op het standpunt dat alternatieve maatregelen voldoende zijn meegewogen bij de besluitvorming. Na uitgebreid onderzoek is voor een voorkeursalternatief gekozen. Uit het rapport "Compensatieplan Natuurnetwerk Brabant" van 24 juni 2022 volgt dat er acht alternatieven zijn beoordeeld op probleemoplossend vermogen voor de verkeersafwikkeling. Uiteindelijk is gebleken dat de verbindingsweg de meeste problemen kan oplossen. Specifiek met het oog op de ecologische waarden is een vergelijking gemaakt voor een tracé ten noorden en ten zuiden van de A58. Het door Buurtgroep de Kemmer aangedragen alternatief buiten de NNB is ook beoordeeld, maar met dat alternatief worden de problemen onvoldoende opgelost. Ook de andere door Buurtgroep de Kemmer aangedragen alternatieven zijn in een eerder stadium al onderzocht of kunnen niet worden gerealiseerd en hebben daarom niet geleid tot een andere afweging.
Daarnaast zijn de door Buurtgroep de Kemmer bedachte Quick win-pakketten grotendeels geen onderdeel van het bestemmingsplan, omdat deze niet alleen gaan over de verbindingsweg, maar over de totale verkeerssituatie in en rond Oirschot. De aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende onderzoeken zijn uitgevoerd door deskundige bureaus in overeenstemming met de wettelijk voorgeschreven methoden. Aan deze onderzoeken en adviezen kent de raad een zwaarder gewicht toe dan aan de notities en berekeningen van Buurtgroep de Kemmer op basis van eigen inzichten en lokale kennis.
5.3. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad inzichtelijk gemaakt wat de huidige problemen zijn van de verkeerssituatie in en rond Oirschot en deugdelijk gemotiveerd dat de verbindingsweg Kempenweg-Eindhovensedijk hiervoor niet alleen noodzakelijk is maar ook een adequate oplossing biedt. In de plantoelichting staat dat er hinder wordt ondervonden door sluipverkeer van en naar de A58 en dit leidt tot verkeersoverlast en onveilige verkeerssituaties op de wegen in het zuidelijke deel van Oirschot. De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen. De raad heeft een aantal onderzoeken laten uitvoeren naar de alternatieven. Het gaat om het rapport "Verkenning randweg Oirschot" van Sweco van 17 mei 2017 en het rapport "Compensatieplan Natuurnetwerk Brabant" van Rho Adviseurs van 24 juni 2022. Hieruit blijkt dat de verbindingsweg zoals in het bestemmingsplan is vastgelegd, de voorkeur heeft, omdat deze variant de meeste problemen oplost en het totale verkeerseffect het grootst is. De raad heeft zich op het standpunt mogen stellen dat met de alternatieven de problemen onvoldoende worden opgelost.
5.4. De raad heeft op de zitting voorts toegelicht dat het onvoldoende is om de snelheid op de Eindhovensedijk te verlagen van 80 km/u naar 60 km/u, omdat nog steeds dezelfde hoeveelheid verkeer gebruik maakt van de Eindhovensedijk. Met de verrichte onderzoeken en in de Nota zienswijzen, zoals nader toegelicht in het verweerschrift en op de zitting, heeft de raad de door Buurtgroep de Kemmer voorgestelde alternatieven afgewogen bij de vaststelling van het plan en toereikend gemotiveerd waarom niet voor deze alternatieven is gekozen. De Afdeling ziet in wat Buurtgroep de Kemmer aanvoert, geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het bestemmingsplan niet heeft mogen vaststellen.
Het betoog slaagt niet.
Herbegrenzingsbesluit NNB
6. Buurtgroep de Kemmer betoogt dat het bestemmingsplan in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat het aan het plan ten grondslag liggende besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 13 oktober 2023 tot herbegrenzing van het NNB in strijd is met artikel 2.10.5, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 2.10.4 van het Barro. Daarbij is volgens Buurtgroep de Kemmer van belang dat de oppervlakte van het NNB per saldo afneemt, omdat de compensatie (gedeeltelijk) in bestaand NNB wordt gerealiseerd. Daarnaast is Buurtgroep de Kemmer het niet eens met de locatie van de gronden waar de natuurcompensatie is voorzien. Op die gronden (met perceelaanduiding N57) is volgens haar namelijk ook compensatie voor andere ruimtelijke ontwikkelingen voorzien. Ook heeft Buurtgroep de Kemmer op de zitting aangevoerd dat de natuurcompensatie beter op de plek van de Kynologenclub kan plaatsvinden, zodat de natuur in de buurt van de verbindingsweg wordt hersteld.
6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende herbegrenzingsbesluit niet in strijd is met artikel 2.10.5, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 2.10.4 van het Barro. Voor het bestemmingsplan is een compensatiegebied aangewezen dat in eigendom is van de gemeente Oirschot. Compensatie zal plaatsvinden op perceel N57, aansluitend aan bestaande natuur met de aanduiding NNB. Voorheen was het compensatiegebied nog niet ingericht als natuur, maar door dit plan en in het bijzonder de door in het plan opgenomen voorwaardelijke verplichtingen zal natuur binnen het compensatiegebied worden gerealiseerd. Door de bijbehorende wijziging van de begrenzing van de IOV zal het gehele compensatiegebied deel gaan uitmaken van het NNB.
Daarnaast is compensatie in de door Buurtgroep de Kemmer aangedragen alternatieven binnen De Kemmer niet mogelijk, omdat dit gebied al deel uitmaakt van het gerealiseerde NNB.
6.2. Een besluit van het college van gedeputeerde staten tot wijziging van de begrenzing van het NNB is een algemeen verbindend voorschrift (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3883, onder 8.1).
Een algemeen verbindend voorschrift kan slechts exceptief worden getoetst. Deze toetsing houdt in dat aan een algemeen verbindend voorschrift slechts verbindende kracht kan worden ontzegd, als het in strijd is met een hoger wettelijk voorschrift of als het in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel. Het is aan het regelgevend bevoegd gezag om de verschillende belangen, die bij het nemen van een besluit inhoudende algemeen verbindende voorschriften betrokken zijn, tegen elkaar af te wegen. De rechter heeft daarbij niet de taak om de waarde of het maatschappelijk gewicht dat aan de betrokken belangen moet worden toegekend naar eigen inzicht vast te stellen en heeft ook overigens daarbij terughoudendheid te betrachten.
6.3. Artikel 2.10.4, eerste lid, van het Barro luidt:
"Bij provinciale verordening worden regels gesteld die bewerkstelligen dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een gebied behorende tot het natuurnetwerk Nederland en een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken geen activiteiten mogelijk maken ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan, die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden, tenzij:
a. er sprake is van een groot openbaar belang,
b. er geen reële alternatieven zijn, en
c. de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd."
6.4. Artikel 2.10.5, aanhef en onder c, van het Barro luidt:
"De begrenzing, bedoeld in artikel 2.10.2, eerste lid, kan bij provinciale verordening worden gewijzigd:
c. ten behoeve van de toepassing van de krachtens artikel 2.10.4, eerste lid, gestelde regels."
6.5. De raad heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende herbegrenzingsbesluit in strijd is met artikel 2.10.5, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 2.10.4 van het Barro. Weliswaar zijn de gronden in het plangebied met de bestemming "Natuur" al onderdeel van het NNB, maar deze gronden hebben betrekking op nog niet gerealiseerde delen van het NNB. Op grond van artikel 3.23, eerste lid, van de IOV vindt compensatie plaats in de nog niet gerealiseerde delen van het NNB. Anders dan Buurtgroep de Kemmer stelt is dit artikel niet in strijd met het Barro. De raad heeft zich namelijk op het standpunt mogen stellen dat de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd als bedoeld in artikel 2.10.4, eerste lid en onder c, van het Barro.
6.6. De raad heeft de compensatie gelijkwaardig mogen achten, omdat die plaatsvindt in delen die nog niet zijn ingericht als natuur. Daarbij wordt ter compensatie een toeslag van twee-derde in oppervlakte gehanteerd. De totale compensatieopgave (na toeslag) heeft daarmee een omvang van 22.484 m². Hiervan wordt 18.702 m² binnen bestaand NNB aangelegd en de resterende 3.782 m² wordt financieel gecompenseerd. Dit is in overeenstemming met de regels in artikel 3.22 van de IOV. Bovendien heeft de raad zich op het standpunt mogen stellen dat er praktische en financiële bezwaren zijn voor het gebruik van de locatie van de Kynologenclub voor compensatie. De raad heeft op de zitting toegelicht dat de Kynologenclub over onvoldoende financiële middelen beschikt om een verhuizing naar een andere locatie mogelijk te maken. De huidige locatie van de Kynologenclub kan dan ook niet worden ingezet als compensatielocatie. De raad heeft dan ook de gronden in het plangebied met de bestemming "Natuur" mogen gebruiken voor compensatie. Verder heeft Buurtgroep de Kemmer niet aannemelijk gemaakt dat op die gronden (met perceelaanduiding N57) ook compensatie voor andere ruimtelijke ontwikkelingen is voorzien.
Het betoog slaagt niet.
Lichtbelasting NNB
7. Buurtgroep de Kemmer betoogt dat het bestemmingsplan in strijd is met de artikelen 3.15 en 3.16 van de IOV, omdat de staat van de natuur en van de flora en fauna onaanvaardbaar verslechtert door een overdaad aan licht in het NNB. Zij wijst erop dat het onderzoek naar lichtbelasting zich focust op de toename van lichtbelasting door verlichting die afkomstig zal zijn van de verbindingsweg, maar zij beziet de uitbreiding in totaalperspectief. Buurtgroep de Kemmer stelt ter compensatie grondruil met de kynologenclub en herstel en versterking van het 'bottleneck'-bos voor, wat tot significante verbetering van de lichtbelasting in het NNB zal leiden.
7.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het bestemmingsplan niet in strijd is met de artikelen 3.15 en 3.16 van de IOV. Uit de memo "onderbouwing externe werking licht en geluid op NNB" van Rho Adviseurs van 13 december 2022 volgt namelijk dat er geen negatieve effecten van lichthinder plaatsvinden door de ontwikkeling van de verbindingsweg. Om verdere verslechtering van de lichtsituatie in De Kemmer tegen te gaan is in de planregels en op de verbeelding geborgd dat een groot deel van de verbindingsweg niet is verlicht.
7.2. De raad heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het bestemmingsplan niet in strijd is met de artikelen 3.15 en 3.16 van de IOV. Uit de hiervoor genoemde memo "Onderbouwing externe werking licht en geluid op NNB" volgt dat het plan niet leidt tot lichtverstoring van vogels en vleermuizen. Bovendien is aan het grootste gedeelte van de verbindingsweg de functieaanduiding "specifieke vorm van verkeer uitgesloten - straatverlichting" toegekend. Op grond van artikel 5.2.2, aanhef en onder b, van de planregels is ter plaatse van de gronden met deze functieaanduiding straatverlichting niet toegestaan. Ook is in het plan voorzien in een aarden wal, die ervoor zorgt dat het licht van de koplampen wordt tegengehouden. Daarmee is de lichthinder door het plan voldoende beperkt. Verder hoeft de raad geen oplossingen aan te dragen voor mogelijke bestaande problemen met lichtbelasting uit andere, al bestaande bronnen.
Het betoog slaagt niet.
Overlast door geluid en fijn stof
8. Buurtgroep de Kemmer betoogt dat het bestemmingsplan is strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat het plan leidt tot onaanvaardbare overlast vanwege geluid en fijn stof. Buurtgroep de Kemmer wijst erop dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de verwezenlijking van het plan met twee procent zal toenemen en dat de bronnen van overlast, dat zijn het motorcrossterrein aan de zuidzijde van de A58, de A58 zelf en de verbindingsweg, 12,5 m dichter bij de bewoners van De Kemmer komen te liggen. De bosrand biedt een buffer voor deze bronnen, maar deze buffer wordt smaller en komt verder van deze bronnen af te liggen. Dat laatste geldt ook voor de zandwal. Hierdoor komt de buffer 12,5 m van de primaire geluidsbron, de A58, af te liggen en is daardoor veel minder effectief. Volgens Buurtgroep de Kemmer had ook kunnen worden volstaan met een kleiner ruimtebeslag (1,5 m minder) voor het geluidscherm en de portalen. Buurtgroep de Kemmer doet hiervoor een voorstel.
8.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Alleen de effecten van dit plan moeten worden onderzocht en beoordeeld. In het gebied rondom De Kemmer zijn veel natuurwaarden aanwezig, maar het gebied kent ook een al bestaande belasting van geluid en fijn stof. Deze belasting hangt voor een groot deel samen met de aanwezigheid van de A58 op korte afstand. Ook zijn er onderzoeken uitgevoerd naar het geluid en de luchtkwaliteit, waaruit blijkt dat aan de normen wordt voldaan.
Verder is er een ontwerp tot stand gekomen dat door Rijkswaterstaat akkoord is bevonden. Op 22 mei 2023 heeft in het bijzijn van Buurtgroep de Kemmer overleg plaatsgevonden met Rijkswaterstaat waarin onder meer is gesproken over het ruimtebeslag voor het geluidsscherm en de portalen. Er zijn geen mogelijkheden om het ruimtebeslag verder te beperken. De ideeën van Buurtgroep de Kemmer over het ontwerp van de verbreding van de A58 kunnen niet worden betrokken bij dit bestemmingsplan voor de verbindingsweg.
8.2. De raad heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het bestemmingsplan op het punt van geluid en fijn stof niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Weliswaar leidt het plan op dit punt tot een verslechtering, maar uit onderzoek blijkt dat de normen niet worden overschreden. Uit het akoestisch onderzoek volgt namelijk dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij geen van de woningen wordt overschreden als gevolg van het verkeer op de voorziene verbindingsweg. Ook blijkt uit het rapport "Verbindingsweg, Oirschot. Onderzoek luchtkwaliteit" van Rho Adviseurs van 13 augustus 2023 dat de grenswaarden uit de Wet milieubeheer voor luchtkwaliteit in de worst-case situatie niet worden overschreden bij de omliggende woningen en de berekende waarden liggen ruimschoots onder de wettelijke grenswaarden. De raad heeft zich dan ook op het standpunt mogen stellen dat het plan niet leidt tot onaanvaardbare overlast door geluid en fijn stof. De Afdeling ziet in wat Buurtgroep de Kemmer aanvoert geen aanleiding voor een ander oordeel.
Het betoog slaagt niet.
Voorwaardelijke verplichting
9. Buurtgroep de Kemmer betoogt dat het bestemmingsplan onzorgvuldig is, omdat in het plan - bijvoorbeeld met een voorwaardelijke verplichting - had moeten worden vastgelegd dat de maximumsnelheid op de Eindhovensedijk zal worden verlaagd van 80 km/u tot 60 km/u. Dit leidt volgens Buurtgroep de Kemmer tot een verbetering van de verkeersveiligheid ter plaatse.
9.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het bestemmingsplan niet onzorgvuldig is. De raad heeft op de zitting toegelicht dat de snelheidsverlaging op de Eindhovensedijk niet noodzakelijk is voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bestemmingsplan. Niettemin zal in het kader van de verbindingsweg de maximale snelheid op de Eindhovensedijk vanaf de kruising met de verbindingsweg richting Oirschot worden verlaagd naar 60 km/u. Hiervoor worden momenteel voorbereidingen getroffen. De snelheidsverlaging en de bijbehorende verkeersmaatregelen zullen worden uitgevoerd zodra de verbindingsweg is gerealiseerd. Ook is de Eindhovensedijk (buiten de bebouwde kom) in het gemeentelijk Mobiliteitsplan Oirschot 2023-2040, vastgesteld op 30 mei 2023, aangemerkt als een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 60 km/u.
9.2. De raad heeft zich gelet hierop op het standpunt mogen stellen dat het bestemmingsplan ook in dit opzicht niet onzorgvuldig tot stand is gekomen.
Het betoog slaagt niet.
Breedte van de verbindingsweg
10. Buurtgroep de Kemmer betoogt dat het bestemmingsplan onzorgvuldig is, omdat door de gemeente voor de verbindingsweg een strook grond van 12,5 m breedte wordt gekocht, terwijl de breedte van de verbindingsweg maar 11 m is. Er had ook kunnen worden volstaan met een kleiner ruimtebeslag, namelijk 1,5 m minder.
10.1. De raad heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het bestemmingsplan niet onzorgvuldig is. De strook grond met de bestemming "Verkeer" in het bestemmingsplan heeft een breedte van 11 m. De Afdeling ziet in wat Buurtgroep de Kemmer aanvoert dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het bestemmingsplan niet had mogen vaststellen. Hoe breed de strook grond is die de gemeente aankoopt, ligt niet ter beoordeling voor.
Het betoog slaagt niet.
Gemeentelijk beleid
11. Buurtgroep de Kemmer betoogt dat het bestemmingsplan in strijd is met het Landschapskwaliteitsplan Oirschot en het Actieplan Woningbouw Oirschot 2.0. Op grond van het Landschapskwaliteitsplan mag compensatie namelijk niet worden afgewenteld naar plaats en tijd. Verder geldt op grond van het Actieplan de zogenoemde saldo 0+ benadering, wat inhoudt dat er per saldo winst moet zijn voor de kwaliteiten natuur, landschap en cultuurhistorie.
11.1. De raad heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het bestemmingsplan niet in strijd is met het Landschapskwaliteitsplan en het Actieplan. Het Actieplan is niet van toepassing, omdat het bestemmingsplan geen woningbouw mogelijk maakt. Verder is het Landschapskwaliteitsplan onvoldoende concreet, zodat het geen toetsingskader biedt voor het bestemmingsplan.
Het betoog deelt het lot van de overige betogen en slaagt evenmin.
De belangenafweging
12. Buurtgroep de Kemmer betoogt tenslotte meer in het algemeen dat de raad de belangen die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen niet goed heeft afgewogen omdat haar belangen onvoldoende zijn betrokken. Zoals de Afdeling hierboven heeft uiteengezet is dat laatste niet het geval. Ten aanzien van de belangenafweging is voorts van belang dat de raad daarin ook heeft moeten en mogen betrekken de zwaarwegende belangen van bewoners en bedrijven die gebaat zijn bij de aanleg van de verbindingsweg en de te verwachten reële afname van verkeer, geluid en andere vormen van hinder elders.
Conclusie
13. Het beroep is ongegrond.
14. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, voorzitter, en mr. E.A. Minderhoud en mr. J. Gundelach, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier.
w.g. Besselink
voorzitter
w.g. Ahmady-Pikart
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026
638-1150
Bestemmingsplan voor aanleg nieuwe verbindingsweg in Oirschot
Uitspraak over het bestemmingsplan ‘Verbindingsweg Kempenweg – Eindhovenseweg’ dat de gemeenteraad van Oirschot heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de aanleg van een verbindingsweg mogelijk van de Kempenweg, langs de A58, naar de Eindhovense Dijk. De verbindingsweg komt grotendeels binnen het Natuur Netwerk Brabant te liggen. Om het verlies van deze natuur te compenseren voorziet het plan op een afstand van ongeveer negenhonderd meter ten oosten van de verbindingsweg in nieuwe natuur. Vereniging Buurtgroep de Kemmer is het niet eens met het bestemmingsplan en is daartegen in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij voert een tal van bezwaren aan, die onder meer gaan over alternatieve oplossingen en het nut en de noodzaak van de nieuwe randweg. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 21 april 2026 op zitting behandeld.