Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202303066/1/R1

Uitspraak 202303066/1/R1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4161
Datum uitspraak
15 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 december 2020, voor zover hier van belang, heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen aan [appellant sub 2] omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken als brood- en ijssalon van het perceel aan de [locatie 1] in Nijmegen. [appellant sub 2] is eigenaar van het perceel waaraan de adressen [locatie 1] en [locatie 2] zijn toegekend. Zijn woning betreft [locatie 2]. Daarnaast staat een gebouw dat in gebruik is geweest als kapsalon, met het adres [locatie 1]. Om daarin een brood- en ijssalon te mogen exploiteren heeft [appellant sub 2] vergunningen aangevraagd. [appellant sub 1] woont op het perceel [locatie 3]. Dat perceel grenst aan het perceel van [appellant sub 2]. Hij is het niet eens met verlening van de omgevingsvergunning en de exploitatievergunning. Hij vreest door het vergunde gebruik voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat in de vorm van onder meer geluidsoverlast, parkeeroverlast en aantasting van zijn privacy. Daarom heeft hij tegen de verleende vergunningen bezwaar gemaakt.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202303066/1/R1.
Datum uitspraak: 15 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] (samen en in enkelvoud: [appellant sub 1]),
2. [appellant sub 2A], wonend in Nijmegen en [appellante sub 2B], gevestigd in Nijmegen (samen en in enkelvoud: [appellant sub 2]),
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 30 maart 2023 in zaak nr. 21/3959 in het geding tussen:

[appellant sub 1]

en

1.       het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen,
2.       de burgemeester van Nijmegen.

Procesverloop

Bij besluit van 22 december 2020, voor zover hier van belang, heeft het college aan [appellant sub 2] omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken als brood- en ijssalon van het perceel aan de [locatie 1] in Nijmegen.

Bij besluit van 1 maart 2021 heeft de burgemeester een exploitatievergunning verleend voor droge horeca (lunchroom) aan de [locatie 1] in Nijmegen.

Bij besluit van 27 juli 2021 zijn de door [appellant sub 1] gemaakte bezwaren tegen de besluiten van 22 december 2020 en 1 maart 2021 ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 maart 2023 heeft de rechtbank het door [appellant sub 1] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 27 juli 2021 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant sub 1] hoger beroep ingesteld. [appellant sub 2] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

[appellant sub 1] heeft een zienswijze over het incidenteel hoger beroep naar voren gebracht.

Bij besluit van 14 september 2023 heeft het college de door [appellant sub 1] gemaakte bezwaren tegen de besluiten van 22 december 2020 en 1 maart 2021 opnieuw ongegrond verklaard.

[appellant sub 1] heeft gronden ingediend tegen het besluit van 14 september 2023.

[appellant sub 2] en [appellant sub 1] hebben een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 6 februari 2026, waar [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], bijgestaan door mr. J.P. Hoegee, advocaat in Nijmegen, en [appellant sub 2A], bijgestaan door [gemachtigde] zijn verschenen. Het college, vertegenwoordigd door mr. M. Spoeltman, heeft via een videoverbinding de zitting bijgewoond.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellant sub 2] is eigenaar van het perceel waaraan de adressen [locatie 1] en [locatie 2] zijn toegekend. Zijn woning betreft [locatie 2]. Daarnaast staat een gebouw dat in gebruik is geweest als kapsalon, met het adres [locatie 1]. Om daarin een brood- en ijssalon te mogen exploiteren heeft [appellant sub 2] vergunningen aangevraagd.

Het college heeft, voor zover hier van belang, aan [appellant sub 2] vervolgens een omgevingsvergunning verleend om het gebouw [locatie 1] en een deel van het perceel te gebruiken voor detailhandel en lichte horeca (brood- en ijssalon).

De burgemeester heeft aan [appellant sub 2] op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bovendien een exploitatievergunning verleend om op een deel van het perceel droge horeca (lunchroom) te exploiteren.

[appellant sub 1] woont op het perceel [locatie 3]. Dat perceel grenst aan het perceel van [appellant sub 2]. Hij is het niet eens met verlening van de omgevingsvergunning en de exploitatievergunning. Hij vreest door het vergunde gebruik voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat in de vorm van onder meer geluidsoverlast, parkeeroverlast en aantasting van zijn privacy. Daarom heeft hij tegen de verleende vergunningen bezwaar gemaakt.

2.       Voor het perceel geldt het bestemmingsplan "Nijmegen Woonpark Oosterhout 2013" en het bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan Parkeren". Het gebouw en een smalle strook grond ten zuiden en westen daarvan hebben de bestemming "Dienstverlening". Het perceel heeft voor het overige de bestemming "Tuin". Het gebruik van het perceel voor een brood- en ijssalon is in strijd met de bestemming "Dienstverlening" en "Tuin". Het college acht dat gebruik echter wel in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening en heeft daarom de omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2º, van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De bezwaren tegen deze vergunning en de verleende exploitatievergunning zijn door het college ongegrond verklaard. Daartegen heeft [appellant sub 1] beroep ingediend.

3.       De rechtbank heeft dat beroep gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd. Volgens de rechtbank mocht het college de omgevingsvergunning niet verlenen. De rechtbank heeft daarover overwogen dat het college zich op basis van de door hem gegeven motivering niet op het standpunt heeft mogen stellen dat het vergunde gebruik in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Wat de exploitatievergunning betreft heeft de rechtbank overwogen dat het besluit op bezwaar een bevoegdheidsgebrek kent, omdat het niet is genomen door de burgemeester, terwijl die bevoegd is om over het bezwaar gericht tegen de exploitatievergunning te beslissen.

4.       [appellant sub 1] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Hij beoogt een verdergaande vernietiging van het besluit op bezwaar. [appellant sub 2] is het niet eens met de vernietiging van het besluit op bezwaar en heeft daarom incidenteel hoger beroep ingesteld.

De (incidenteel) hoger beroepen over de omgevingsvergunning

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

5.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 25 november 2020. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Omvang van het vergunde gebruik - duidelijkheid omgevingsvergunning

6.       [appellant sub 1] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat onduidelijk is welke delen van het perceel op grond van de verleende omgevingsvergunning gebruikt mogen worden ten behoeve van de brood- en ijssalon. Daartoe wijst hij erop dat onduidelijk is hoe het voorterrein is begrensd en welke delen voor de brood- en ijssalon mogen worden gebruikt.

6.1.    Het college stelt zich op het standpunt dat het gebouw en het daarvoor gelegen terrein mag worden gebruikt ten behoeve van een brood- en ijssalon conform de tekening bij de omgevingsvergunning.

Op de tekening met bladnummer "003", die bij de aanvraag behoort, is de inrichting van het voor het gebouw gelegen terrein (het voorterrein) te zien. Die tekening geeft duidelijkheid welke gronden voor de brood- en ijssalon gebruikt mogen worden. Op die tekening staat een dikgedrukte lijn met rechts daarvan de tekst "bestaande beuken haag 1200 mm hoog". Op die tekening staat verder een dunne lijn die als pijl fungeert richting het voorterrein, waarop staat "def. tuinindeling volgens plan tuinarchitect zie tuinplan tuinarchitect". Uit die tekening leidt de Afdeling af dat het deel van het perceel links van de dikgedrukte lijn, waarop ook de hiervoor bedoelde pijl is gericht, tot het voorterrein behoort en gebruikt mag worden voor de brood- en ijssalon. Daar zijn ook 3 auto’s op getekend met het bijschrift "3 parkeerpl". Handhaven volgens maatvoering CROW. Aan de op de tekening meer naar rechts staande dikgedrukte lijn met daarbij de tekst "bestaande beukenhaag", komt wat betreft de begrenzing van het voorterrein geen betekenis toe. De gronden tussen de twee dikgedrukte lijnen behoren dus niet tot het voorterrein en mogen niet voor de brood- en ijssalon worden gebruikt. Overigens blijkt ook uit de door de vergunninghouder overgelegde sfeerimpressies, waarop alleen het voorterrein is afgebeeld, de hiervoor beschreven begrenzing van het voorterrein.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat uit de vergunning via deze tekening bij de aanvraag voldoende duidelijk blijkt welke delen van het perceel mogen worden gebruikt ten behoeve van de ijs- en broodsalon.

Het betoog slaagt niet.

Heeft het college de omgevingsvergunning mogen verlenen?

7.       [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat het gebruik voor een brood- en ijssalon van het perceel in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Wat betreft het gebruik van het voorterrein wijst hij erop dat hinder voor de omgeving voldoende is beperkt, omdat het college geen toestemming heeft verleend voor een terras. Op het voorterrein mogen alleen in het gebouw gekochte producten genuttigd worden.

Volgens [appellant sub 2] heeft de rechtbank verder miskend dat het vergunde gebruik wat betreft geluid aanvaardbaar is. Hij wijst erop dat op basis van het bestemmingsplan bij recht in het gebouw dienstverlenende functies, zoals een autorijschool, zijn toegestaan en dat deze functies tot een gelijke of zwaardere milieucategorie behoren en het vergunde gebruik dus minder ruimtelijke gevolgen heeft dan wat op grond van het bestemmingsplan al is toegestaan. Ook wijst hij erop dat de rechtbank ten onrechte bij haar oordeel heeft betrokken dat er een oliebollenkraam of een aardbeien- en kersenkraam kan worden geëxploiteerd op het voorterrein, terwijl dit gebruik niet is aangevraagd.

7.1.    Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.

7.2.    In de toelichting bij de aanvraag, die deel uitmaakt van de aanvraag, staat dat het voorterrein zal worden ingericht als tuin en dat plekken worden ingericht om te zitten en in het gebouw gekochte producten te nuttigen. Verder staat daarin dat geen toestemming voor een terras wordt gevraagd. [appellant sub 2] stelt dus terecht dat een terras, bestaande uit bij elkaar geplaatste tafels en stoelen, waarbij bestellingen worden opgenomen en producten worden geserveerd, niet tot het vergunde gebruik behoort en de omgevingsvergunning alleen toestaat dat op het voorterrein producten mogen worden genuttigd die in het gebouw zijn gekocht.

Wat betreft geluid staat in het besluit op bezwaar dat stemgeluid niet bij de beoordeling hoeft te worden betrokken, omdat er geen terras aanwezig is. Wat betreft het geluid door laden en lossen ten behoeve van de detailhandelsfunctie heeft het college zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat ook dit niet hoeft te worden betrokken bij zijn besluitvorming.

Dat geen terras mogelijk is betekent echter nog niet dat er geen hinder van het gebruik van het perceel kan optreden. Zeker als klanten van de brood- en ijssalon op het voorterrein producten nuttigen. De rechtbank heeft daarover terecht overwogen dat bij toetsing van de aanvraag het college de gevolgen van stemgeluid en geluid door laden en lossen wel had moeten betrekken, omdat dit geluid ook nadelige gevolgen kan hebben voor omwonenden. De stelling van [appellant sub 2] dat een oliebollenkraam of een aardbeien- en kersenkraam niet tot het vergunde gebruik behoren, leidt niet tot een ander oordeel. Dat doet namelijk niet af aan de conclusie dat een ruimtelijke afweging door het college over de hiervoor genoemde geluidsaspecten ontbreekt en dat geluid ook zonder die kramen kan ontstaan. Dat het bestemmingsplan bij recht dienstverlenende functies toestaat en dat deze functies, zoals een autorijschool, volgens [appellant sub 2] meer hinder voor de omgeving kunnen veroorzaken, maakt dit niet anders. Het vergunde gebruik van het voorterrein ten behoeve van de brood- en ijssalon is namelijk in strijd met het bestemmingsplan en het college moet de ruimtelijke gevolgen daarvan op zichzelf beoordelen.

Gelet op wat hiervoor staat, heeft het college zich op basis van de door hem in het besluit op bezwaar gegeven motivering niet op het standpunt mogen stellen dat het vergunde gebruik in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank is tot dezelfde conclusie gekomen.

Het betoog slaagt niet.

Het hoger beroep over de exploitatievergunning

8.       [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college onbevoegd het besluit op bezwaar over de verleende exploitatievergunning heeft genomen. Volgens [appellant sub 2] miskent de rechtbank dat het besluit namens de burgemeester is genomen.

8.1.    Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht overwogen dat het besluit op bezwaar een bevoegdheidsgebrek kent, omdat het niet ook door de burgemeester is genomen. Vaststaat dat alleen de burgemeester bevoegd is om te beslissen op het bezwaar dat is gericht tegen de door hem verleende exploitatievergunning. Het besluit is in dit geval genomen namens "Burgemeester en Wethouders van Nijmegen". Hieruit kan niet worden afgeleid dat het besluit op bezwaar niet alleen door het college, maar ook door de burgemeester is genomen. Het college heeft dat tijdens de zitting bij de Afdeling ook erkend. Ook anderszins is niet gebleken dat het besluit moet worden geacht mede namens de burgemeester te zijn genomen. De burgemeester heeft daarvoor geen aanknopingspunten aangedragen.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie over de hoger beroepen

9.       Het hoger beroep van [appellant sub 1] is, gelet op wat onder 6.1 is overwogen, ongegrond. Het incidenteel hoger beroep van [appellant sub 2] is, gelet op wat onder 7.2 en 8.1 is overwogen, ook ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.

Het besluit van 14 september 2023

10.     Ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft het college bij besluit van 14 september 2023 opnieuw op de bezwaren van [appellant sub 1] beslist. Het college heeft de bezwaren opnieuw ongegrond verklaard. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. [appellant sub 1] heeft gronden ingediend tegen dit besluit.

Heeft het college de omgevingsvergunning mogen verlenen?

11.     [appellant sub 1] betoogt dat het gebruik van het perceel voor een brood- en ijssalon vanwege de geluidgevolgen daarvan voor het woon- en leefklimaat van omwonenden in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Hij voert aan dat de geluidbelasting door het vergunde gebruik hoger is dan waarvan het college is uitgegaan. Ter onderbouwing daarvan heeft hij een rapport van 29 februari 2024, opgemaakt van een in zijn opdracht uitgevoerd akoestisch onderzoek door "Akoestisch Buro Tideman" overgelegd.

[appellant sub 1] voert aan dat het college een geluidniveau van 50 dB(A) etmaalwaarde niet acceptabel heeft mogen achten, maar had moeten uitgaan van een referentieniveau van 45 dB(A), dat passend is van bij een "rustige woonwijk" als bedoeld in de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" uit 2009 van de VNG (VNG-brochure).

Verder voert hij aan dat een rapportage ontbreekt bij het aan het besluit ten grondslag gelegde advies over geluid. Daardoor kan volgens hem niet worden geverifieerd van welke aannames is uitgegaan.

Wat betreft het geluid door laden en lossen voert hij aan dat ten onrechte ervan is uitgegaan dat het laden en lossen op een afstand van 6 meter vanaf de gevel van zijn woning plaatsvindt. Die afstand is volgens hem slechts 4 meter. Ook wijst hij erop dat niet in de omgevingsvergunning is geborgd dat de laad- en losactiviteiten alleen met klein materieel plaatsvinden.

Over het stemgeluid op het voorterrein voert hij aan dat in het advies ten onrechte wordt uitgegaan van een afstand van 8 meter van zijn woning tot de plek waar klanten van de brood- en ijssalon kunnen zitten. De afstand vanaf de dichtstbijzijnde gevel van zijn woning tot aan het voorterrein is volgens hem slechts 4 meter. Verder is volgens hem in het advies van een te laag bronvermogen uitgegaan voor stemgeluid, te weten 70 dB(A). Dat bronvermogen is volgens hem acceptabel voor rustig met elkaar sprekende personen en niet voor schreeuwende kinderen. [appellant sub 1] betoogt verder dat ten onrechte geen beperkingen zijn gesteld aan het aantal personen dat op het voorterrein aanwezig mag zijn. Het college heeft gelet daarop volgens hem ook in het besluit niet inzichtelijk gemaakt waarom hij het vergunde gebruik wel aanvaardbaar acht en een terras niet.

[appellant sub 1] betoogt ten slotte dat voor het sluiten van autodeuren in het advies is uitgegaan van een te laag bronvermogen van 98 dB (A). Dat is volgens hem het brongeluid als de deur voorzichtig wordt dichtgedaan en niet wanneer een deur hard wordt dichtgeslagen.

11.1.  Het college heeft bij het besluit van 14 september 2023 alsnog een motivering gegeven over de gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden van geluid door het vergunde gebruik. Aan het besluit heeft het college een nader advies van de afdeling Stedenbouw van 10 juli 2023 ten grondslag gelegd. Ook heeft het college daaraan het advies van de afdeling Geluid van 19 juli 2023 (het geluidadvies) ten grondslag gelegd. De inhoud van de adviezen is weergegeven in het besluit.

Volgens het college vindt er door geluid op het perceel geen onevenredige aantasting plaats van het woon- en leefklimaat van omwonenden als de geluidbelasting voor de omgeving niet meer bedraagt dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Het college heeft zich op grond van het geluidadvies op het standpunt gesteld dat daaraan wordt voldaan als er onder meer gemiddeld in de avondperiode niet meer dan vier personen en in de dagperiode niet meer dan twaalf personen tegelijk aanwezig zijn en het laden en lossen plaatsvindt met klein materieel.

11.2.  Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college zich op het standpunt mogen stellen dat als wordt voldaan aan een etmaalwaarde van 50 dB(A) er geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden plaatsvindt. Gelet op de aard van de omgeving, heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat er sprake is van een "gemengd gebied" als bedoeld in de VNG-brochure. In de VNG-brochure wordt onder "gemengd gebied" verstaan een gebied met een matige tot sterke functiemenging, waarin naast woningen ook andere functies voorkomen. De Afdeling stelt vast dat aan de Oude Groeneweg ter plaatse woonbebouwing ligt maar ook tegenover het perceel een buurtwinkelcentrum, waar onder meer een grote supermarkt is gevestigd. Het college is daarom terecht van een gemengd gebied uitgegaan. De VNG-brochure vermeldt als maximale geluidbelasting op geluidgevoelige bestemmingen voor dat gebied een richtwaarde van 50 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. In wat [appellant sub 1] heeft aangevoerd over het achtergrondgeluidniveau bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het college niet van de richtwaarden van 50 dB(A) heeft mogen uitgaan.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college ervan mogen uitgaan dat met het geluidadvies voldoende inzicht is geboden in de gegevens die zijn gehanteerd en de aannames die zijn gedaan.

In het geluidadvies is ervan uitgegaan dat de minimale afstand van de woning van [appellant sub 1] tot een laad- en lospositie op het perceel 6 meter bedraagt. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat niet van een afstand van 6 meter mocht worden uitgegaan. Gelet op de beoogde inrichting van het terrein moet het ervoor worden gehouden dat dit de minimale afstand is vanaf de gevel van [appellant sub 1] tot aan de locatie, waarop een voertuig kan staan om te laden en lossen.

Het college heeft toegelicht dat het brood en het ijs in de ochtend worden bezorgd met een bestelbus, waarbij de koelmotor niet aanstaat. [appellant sub 1] heeft dat niet bestreden. Naar het oordeel van de Afdeling is in het onderzoek terecht ervan uitgegaan dat in de normale bedrijfssituatie het laden en lossen overdag plaatsvindt met klein materieel. Het college hoefde daarom niet in de vergunning te borgen dat er niet ’s avonds wordt geladen en gelost, omdat dit geen onderdeel is van de representatieve bedrijfssituatie. Evenmin bestond aanleiding om te borgen dat het laden en lossen allen met klein materieel plaatsvindt.

Op het deel van het perceel dat mag worden gebruikt ten behoeve van de brood- en ijssalon mag worden geparkeerd. Er is voorzien in drie parkeerplaatsen. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat van een hoger bronvermogen voor het dichtslaan van autodeuren op het perceel had moeten worden uitgegaan. Naar het oordeel van de Afdeling is een bronvermogen van 98 dB(A) een reëel bronvermogen daarvoor, vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:824.

Zoals ook onder 7.2 is overwogen, wordt het voorterrein ingericht als tuin en worden daar ook plekken ingericht om te zitten en om in het gebouw gekochte producten te nuttigen. Wat betreft het gehanteerde bronvermogen voor stemgeluid ziet de Afdeling in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat niet van een bronvermogen van 70 dB(A) mocht worden uitgegaan. Dat is het bronvermogen dat gebruikelijk is voor het spreken met verheffing, vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 12 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2690, onder 6.5, en 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1871, onder 4.3. [appellant sub 1] heeft niet aannemelijk gemaakt dat schreeuwen onderdeel is van de representatieve bedrijfssituatie.

In het geluidadvies is uitgegaan van een afstand van 8 meter van de woning tot het midden van de plek op het voorterrein waar kan worden gezeten. De kortste afstand tussen bezoekers en de dichtstbijzijnde gevel bedraagt volgens het advies 6 meter. De zitplekken in het midden van het voorterrein komen op een afstand van ongeveer 8 meter van de gevel van de woning van [appellant sub 1]. Gelet op de grootte van het voorterrein en de beoogde inrichting daarvan, acht de Afdeling dit niet onjuist.

Het college heeft ervan mogen uitgaan dat er in de dagperiode, dus van 7.00 tot 19.00 uur, gemiddeld per uur niet meer dan twaalf personen gelijktijdig aanwezig zijn en in de avondperiode van 19.00 tot 23.00 uur niet meer dan vier personen. Volgens het college is er spreiding van klanten over de dag en de avond. De Afdeling ziet in wat is aangevoerd geen aanleiding daaraan te twijfelen. Gelet op de openingstijden doet stemgeluid zich in de representatieve bedrijfssituatie verder gedurende een beperkte periode in de avond voor. Uit het geluidsadvies volgt dat gedurende één uur zestien personen aanwezig kunnen zijn. Het college heeft het aannemelijk mogen achten dat onder het maximum van zestien personen in de avondperiode wordt gebleven. In wat [appellant sub 1] verder heeft aangevoerd, ziet de Afdeling, mede gelet op wat hiervoor is overwogen, geen aanleiding voor het oordeel dat het college niet van het geluidsadvies heeft mogen uitgaan.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college zich op grond van het geluidadvies op het standpunt mogen stellen dat het vergunde gebruik wat betreft het geluid in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Het betoog slaagt niet.

Parkeren

12.     [appellant sub 1] betoogt dat de omgevingsvergunning niet had mogen worden verleend vanwege parkeerhinder voor de omgeving. Daartoe voert hij aan dat drie parkeerplaatsen onvoldoende zijn om in de parkeerbehoefte van de brood- en ijssalon te voorzien. Volgens hem is de parkeerbehoefte niet juist berekend.

12.1.  Het college heeft aan de hand van de nota "Beleidsregels Parkeren, Parkeren, Parkeernormen Auto en Fiets" (beleidsregels Parkeren) de parkeerbehoefte bepaald. Het college heeft aan de hand van de parkeernorm voor "commerciële dienstverlening" bepaald dat voor het gebouw, dat een oppervlakte heeft van 82,4 m2 BVO, de parkeerbehoefte van 1,648 en daarmee afgerond twee parkeerplaatsen is. Daarmee zijn volgens het college drie parkeerplaatsen voldoende om in de parkeerbehoefte te voorzien.

Het perceel ligt in de stedelijkheidszone "Rest bebouwde kom" op kaart 1, waarop de gemeente in zones is verdeeld. Voor een brood- en ijssalon zijn geen autoparkeernormen opgenomen. Het college heeft daarom aansluiting mogen zoeken bij een autoparkeernorm die daarmee het meeste overeenkomt. Dat is volgens het college de functie "commerciële dienstverlening", waarvoor een norm van 2,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (BVO) geldt. Het college heeft toegelicht dat de functies die onder "commerciële dienstverlening" vallen qua parkeerdruk en openingstijden het meest overeenkomen met het vergunde gebruik. Het college is ervan uitgegaan dat er met name in de ochtend brood wordt verkocht en dat 80 à 90 procent van de klanten lopend of met de fiets komt. Soms komt men met de auto. In de middag is het brood vaak op en komen er volgens het college klanten vooral voor de ijssalon. Deze klanten komen volgens het college lopend of met de fiets. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanleiding om daaraan te twijfelen. Onder deze omstandigheden heeft het college in dit geval bij de norm voor "commerciële dienstverlening" mogen aansluiten.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie over het beroep

13.     Het beroep van [appellant sub 1] tegen het besluit van 24 september 2023 is ongegrond.

Proceskosten

14.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.       verklaart het beroep van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen van 14 september 2023, kenmerk VJ50/Z23.075021, ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, griffier.

w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Heusden
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026

163-1036

Persaankondiging

Omgevingsvergunning voor een brood- en ijssalon in Nijmegen

Uitspraak over de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen heeft verleend voor een brood- en ijssalon in de Oude Groenestraat in Nijmegen en over de exploitatievergunning die de burgemeester hiervoor heeft verleend. De buren zijn het niet eens met de verleende vergunningen en kwamen hiertegen eerder in beroep bij de rechtbank Gelderland. Volgens hen is onduidelijk wat er is geregeld over het terras en wat klanten van de bakkerij/ijssalon buiten mogen nuttigen. Ook zijn de buren bang voor geluids- en parkeeroverlast. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 6 februari 2026 op zitting behandeld.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon