Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202401297/4/R3

Uitspraak 202401297/4/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3672
Datum uitspraak
24 juni 2026
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3990 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Den Haag opgedragen binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van de raad van 14 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" te herstellen. Bij besluit van 29 januari 2026 heeft de raad het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 18.9 geoordeeld dat de raad onvoldoende in kaart heeft gebracht wat de gevolgen zijn van de voorziene ontwikkeling voor de parkeerdruk in de directe omgeving van het plangebied, met name de wijk Voorburg Noord. Dat de wijk Voorburg Noord in de gemeente Leidschendam-Voorburg ligt, ontslaat de raad niet van zijn verplichting eventuele negatieve gevolgen voor die wijk in kaart te brengen en, desgewenst in samenspraak met de gemeente Leidschendam-Voorburg, zorg te dragen voor een aanvaardbare uitkomst.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persbericht
Volledige tekst

202401297/4/R3.
Datum uitspraak: 24 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A], [appellant B], [appellant C] en [appellant D], allen wonend in [woonplaats] (hierna tezamen:[appellant] en anderen)

appellanten,

en

de raad van de gemeente Den Haag,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3990 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad opgedragen binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van de raad van 14 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" te herstellen.

Bij besluit van 29 januari 2026 heeft de raad het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" gewijzigd vastgesteld (hierna: het herstelbesluit).

[appellant] en anderen hebben, daartoe in de gelegenheid gesteld, een zienswijze over de wijze waarop het gebrek volgens de raad is hersteld naar voren gebracht.

De raad heeft een nader verweer ingediend.

[appellant] en anderen hebben een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 16 maart 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

De tussenuitspraak

2.       De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 18.9 geoordeeld dat de raad onvoldoende in kaart heeft gebracht wat de gevolgen zijn van de voorziene ontwikkeling voor de parkeerdruk in de directe omgeving van het plangebied, met name de wijk Voorburg Noord. Dat de wijk Voorburg Noord in de gemeente Leidschendam-Voorburg ligt, ontslaat de raad niet van zijn verplichting eventuele negatieve gevolgen voor die wijk in kaart te brengen en, desgewenst in samenspraak met de gemeente Leidschendam-Voorburg, zorg te dragen voor een aanvaardbare uitkomst.

3.       Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen, is het plan in zoverre vastgesteld in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van 14 december 2023 is gegrond, zodat dit besluit dient te worden vernietigd.

Opdracht in de tussenuitspraak

4.       In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 18.9 en 28 nader te motiveren wat de gevolgen zijn van de voorziene ontwikkeling voor de parkeerdruk in de wijk Voorburg Noord van de gemeente Leidschendam-Voorburg, dan wel een ander besluit daarvoor in de plaats te stellen.

Het herstelbesluit

5.       De raad heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak bij besluit van 29 januari 2026 het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

5.1.    Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."

5.2.    Het herstelbesluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede onderwerp van dit geding. Het beroep van [appellant] en anderen is dus van rechtswege mede gericht tegen dit besluit.

5.3.    In het onderstaande zal de Afdeling aan de hand van de door [appellant] en anderen naar voren gebrachte zienswijze beoordelen of de raad met het herstelbesluit heeft voldaan aan de opdracht in de tussenuitspraak.

5.4.    De Afdeling stelt vast dat de raad in het herstelbesluit paragraaf 5.2.1.2 van de plantoelichting heeft aangepast en artikel 8.6 aan de planregels heeft toegevoegd.

Zienswijze

6.       [appellant] en anderen voeren aan dat niet inzichtelijk is gemaakt dat de voorgestelde wijziging van het parkeerbeleid een adequate oplossing biedt voor de mogelijke nadelige gevolgen voor de parkeerdruk. Volgens hen staat op geen enkele wijze vast dat de voorwaardelijke verplichting uit artikel 8.6 van de planregels kan worden uitgevoerd door de gemeente Leidschendam-Voorburg. In dat kader wijzen zij erop dat de wijziging van het parkeerregime veel weerstand en verzet oproept. De toekomstige parkeerdruk in de gemeente Leidschendam-Voorburg is niet onderzocht en wordt daardoor ook niet opgelost, aldus [appellant] en anderen.

6.1.    Artikel 8.6 van de planregels luidt:

"a. De woningen en andere functies binnen de bestemming 'Gemengd' in het plangebied mogen in gebruik worden genomen of gegeven onder de voorwaarde dat er in de wijk Voorburg Noord (gemeente Leidschendam-Voorburg) gereguleerd parkeren is ingevoerd;

b. Onder gereguleerd parkeren, zoals benoemd onder a., wordt verstaan: een parkeerschijfzone (blauwe zone) met een maximale parkeerduur van 1 uur, geldend van maandag tot en met zondag van 08:00 uur tot en met 24:00 uur, of een andere vorm van regulering met ten minste een vergelijkbare werking om een toename van parkeerdruk in de wijk Voorburg Noord vanwege de woningen en andere functies binnen de bestemming 'Gemengd' tegen te gaan."

6.2.    Uit paragraaf 5.2.1.2 van de plantoelichting volgt dat de raad in overleg is getreden met het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Zo staat in de plantoelichting dat de toekomstige bewoners, werknemers en bezoekers van de voorziene woningen en de voorziene voorzieningen niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning voor parkeren op straat in de wijk Voorburg Noord van de gemeente Leidschendam-Voorburg. De betreffende adressen worden namelijk uitgesloten van de mogelijkheid een parkeervergunning aan te vragen. Daarnaast staat ook in de plantoelichting dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg voornemens is om de venstertijden voor het parkeren op straat met een maximale parkeerduur van één uur in de wijk Voorburg Noord te verruimen. De venstertijden zullen worden aangepast van maandag tot en met vrijdag van 8:00 uur tot 17:00 uur naar maandag tot en met zondag van 8:00 uur tot 0:00 uur, zo staat in de plantoelichting. Dit betekent dat, als toekomstige bewoners, werknemers en bezoekers van de voorziene ontwikkeling wel een auto hebben, zij tussen 8:00 uur en 0:00 uur slechts één uur hun auto kunnen parkeren in de wijk Voorburg Noord en dus rondjes moeten rijden tot 0:00 uur om hun auto langer vrij te kunnen parkeren in de wijk Voorburg Noord.

6.3.             Op grond van artikel 8.6, lid a, van de planregels mogen de voorziene woningen en andere functies op de gronden van het plangebied pas in gebruik worden genomen als in de wijk Voorburg Noord gereguleerd parkeren is ingevoerd. In artikel 8.6, lid b, van de planregels staat wat wordt verstaan onder gereguleerd parkeren. Zo zal of een blauwe zone met een parkeerschijf worden ingevoerd met een maximale parkeerduur van één uur geldend van maandag tot en met zondag van 8:00 uur tot en met 0:00 uur, of een andere vorm van regulering worden ingevoerd met een ten minste vergelijkbare werking om de parkeerdruk in de wijk Voorburg Noord als gevolg van het voorziene plan tegen te gaan.

Deze planregeling betekent dat de voorziene woningen en andere functies niet in gebruik kunnen worden genomen, indien niet wordt voldaan aan het in artikel 8.6 van de planregels gestelde vereiste dat er een gereguleerd parkeerregime in de wijk Voorburg Noord van de gemeente Leidschendam-Voorburg moet worden ingevoerd. Met deze planregeling is geborgd dat bij de ingebruikneming van de voorziene ontwikkeling er geen onaanvaardbare parkeerhinder in de wijk Voorburg Noord zal ontstaan als gevolg van het plan.

6.4.    Gelet op dit samenstel aan maatregelen ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat als gevolg van het plan geen onaanvaardbare parkeerhinder in de wijk Voorburg Noord van de gemeente Leidschendam-Voorburg is te verwachten. Ook ziet de Afdeling in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad nader onderzoek had moeten doen naar het aspect parkeren in de wijk Voorburg Noord, omdat met het samenstel van maatregelen wordt voorkomen dat de parkeerdruk aldaar onaanvaardbaar toe zal nemen. De Afdeling acht het onaannemelijk dat toekomstige bewoners, werknemers en bezoekers van de voorziene ontwikkeling die wel een auto hebben, elke dag tot 0:00 uur rondjes zullen rijden, dan wel ieder uur hun auto verplaatsen, om hun auto te kunnen parkeren in de wijk Voorburg Noord, met als gevolg dat de parkeerdruk aldaar zou toenemen. De Afdeling ziet in het aangevoerde ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de voorwaardelijke verplichting in artikel 8.6 van de planregels niet uitvoerbaar is. Daarbij betrekt de Afdeling dat de stelling van [appellant] en anderen dat de wijziging van het parkeerregime in de gemeente Leidschendam-Voorburg leidt tot weerstand bij inwoners, daartoe onvoldoende is. Voor zover [appellant] en anderen er ook op wijzen dat de bestaande parkeerdruk niet wordt opgelost, wijst de Afdeling erop dat de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening moet houden met de parkeerdruk die het gevolg is van het plan. Het is niet nodig dat het plan tevens bestaande parkeeroverlast in de omgeving van het plangebied, wat daarvan ook zij, oplost (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1671, onder 11.2).

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

7.       Gelet op het vorenstaande is het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond. De Afdeling heeft hiervoor overwogen dat het beroep tegen het besluit van 14 december 2023 gegrond is en dat dit besluit daarom moet worden vernietigd. De Afdeling leidt uit het herstelbesluit af dat het bestemmingsplan daarbij alleen op onderdelen is gewijzigd en niet geheel opnieuw is vastgesteld. De Afdeling ziet daarom aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit van 14 december 2023 in stand te laten voor zover dit besluit niet door het herstelbesluit is gewijzigd. Het beroep tegen het herstelbesluit is ongegrond. Het bestemmingsplan komt daarmee dus te luiden zoals dat met het herstelbesluit is gewijzigd.

Proceskosten

8.       De raad moet de proceskosten vergoeden. Over de te vergoeden kosten overweegt de Afdeling het volgende. [appellant] heeft op het proceskostenformulier aangegeven verletkosten te hebben. Op grond van de door hem overgelegde salarisspecificatie gaat de Afdeling uit van een uurtarief van € 40,56. Daarnaast wordt het aantal uren forfaitair vastgesteld op zes, zodat de verletkosten worden gesteld op € 243,36.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep van [appellant A], [appellant B], [appellant C] en [appellant D] tegen het besluit van de raad van de gemeente Den Haag van 14 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" gegrond;

II.       vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Den Haag van 14 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4";

III.      laat de rechtsgevolgen van het besluit van 14 december 2023 in stand, voor zover dit niet door het hierna te noemen besluit van 29 januari 2026 is gewijzigd;

IV.     draagt de raad van de gemeente Den Haag op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdelen II en III, worden verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;

V.      verklaart het beroep van [appellant A], [appellant B], [appellant C] en [appellant D] tegen het besluit van de raad van de gemeente Den Haag van 29 januari 2026 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" ongegrond;

VI.     veroordeelt de raad van de gemeente Den Haag tot vergoeding van bij [appellant A], [appellant B], [appellant C] en [appellant D] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 243,36, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VII.     gelast dat de raad van de gemeente Den Haag aan [appellant A], [appellant B], [appellant C] en [appellant D] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 371,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.M.W. van Ewijk, griffier.

w.g. Knol
voorzitter

w.g. Van Ewijk
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026

867

Persbericht

Groen licht voor 1.200 woningen op plek voormalig ministerie Sociale Zaken Den Haag

Het bestemmingsplan ‘Anna van Hannoverstraat 4’ van de gemeente Den Haag is definitief. De gemeenteraad heeft de eerder geconstateerde tekortkomingen in het plan succesvol hersteld. Dat oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van vandaag (24 juni 2026). De gemeente wil met het bestemmingsplan op de locatie van het voormalige ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bouw mogelijk maken van maximaal 1.200 woningen en van voorzieningen, zoals winkels en horeca.

Eerdere tussenuitspraak

De Afdeling bestuursrechtspraak deed in augustus 2025 al een zogenoemde tussenuitspraak over dit plan. Daarin droeg zij de gemeenteraad op om binnen 26 weken beter te motiveren wat de gevolgen zijn van het plan voor de parkeerdruk in de directe omgeving, met name in de wijk Voorburg Noord. Dat die wijk niet in Den Haag maar in de gemeente Leidschendam-Voorburg ligt, ontslaat de Haagse gemeenteraad niet van zijn verplichting eventuele negatieve gevolgen voor de parkeerdruk in die wijk in kaart te brengen en, desgewenst in samenspraak met de gemeente Leidschendam-Voorburg, te zorgen voor een aanvaardbare oplossing, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak in de tussenuitspraak.

Geen onaanvaardbare parkeerhinder

In de einduitspraak van vandaag oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gemeenteraad erin is geslaagd om de tekortkomingen in het plan te herstellen. De Haagse gemeenteraad is in overleg gegaan met het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg om tot afspraken te komen over het parkeren. De gemeenteraad heeft in het zogenoemde ‘herstelbesluit’ geregeld dat de geplande woningen en andere functies pas in gebruik mogen worden genomen als in de wijk Voorburg Noord gereguleerd parkeren is ingevoerd. Dat kan bijvoorbeeld door een blauwe zone met een parkeerschijf in te voeren met een maximale parkeerduur van één uur, geldend van maandag tot en met zondag van 8:00 uur tot en met 0:00 uur. Daarnaast is uit het overleg voortgekomen dat de toekomstige bewoners, werknemers en bezoekers van de nieuwe woningen en voorzieningen niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning voor parkeren op straat in de wijk Voorburg Noord. Op deze manier is volgens de Afdeling bestuursrechtspraak voldoende zeker gesteld dat het plan geen onaanvaardbare parkeerhinder in de wijk Voorburg Noord zal veroorzaken.

Gevolgen van deze einduitspraak

De gemeenteraad heeft de tekortkomingen in het bestemmingsplan dan ook succesvol hersteld en het bestemmingsplan is met deze einduitspraak definitief. Dat betekent dat de bouw van 1.200 woningen en voorzieningen op de locatie van het voormalige ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag door kan gaan.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon