Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.25.000347

Uitspraak BRS.25.000347

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4440
Datum uitspraak
22 september 2025
Inhoudsindicatie
Op 26 september 2024 heeft de minister een eerder genomen terugkeerbesluit aangevuld. Bij uitspraak van 4 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.
  • Hoger beroep
  • Regulier

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.25.000347
ECLI:NL:RVS:2025:4440
Datum uitspraak: 22 september 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellant],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 4 maart 2025 in zaak nr. NL24.37981 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Op 26 september 2024 heeft de minister een eerder genomen terugkeerbesluit aangevuld.

Bij uitspraak van 4 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Appellant klaagt in zijn eerste grief dat de rechtbank een onjuist terugkeerbesluit heeft aangemerkt als het rechtsgeldige terugkeerbesluit. Uit het dossier volgt dat de minister op 30 november 2012, 23 oktober 2016 en 31 oktober 2018 terugkeerbesluiten heeft genomen. Zoals de minister blijkens het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank terecht heeft toegelicht en appellant terecht betoogt, is het terugkeerbesluit van 30 november 2012 het rechtsgeldige terugkeerbesluit. Appellant heeft namelijk geen gevolg gegeven aan deze terugkeerverplichting, zodat dit terugkeerbesluit niet is uitgewerkt. Gelet hierop betoogt appellant terecht dat de besluiten van 23 oktober 2016 en 31 oktober 2018 onverplicht zijn genomen. Alleen al daarom hebben deze geen nieuwe rechtsgevolgen ten opzichte van het terugkeerbesluit van 30 november 2012, waardoor dit geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

Omdat de minister in de aanvulling van 26 september 2024 alleen heeft verwezen naar het onverplicht genomen terugkeerbesluit van 31 oktober 2018, is deze aanvulling ook geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb waartegen op grond van artikel 8:1 van de Awb beroep kon worden ingesteld. Dat betekent dat de rechtbank zich onbevoegd had moeten verklaren om kennis te nemen van het beroep tegen deze aanvulling. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 27 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2369, onder 4.

1.1.        De grief slaagt.

2.        Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het is niet nodig wat appellant verder heeft aangevoerd te bespreken. De Afdeling verklaart de rechtbank alsnog onbevoegd om kennis te nemen van het door appellant ingestelde beroep tegen de aanvulling van 26 september 2024. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 4 maart 2025 in zaak nr. NL24.37981;

III. verklaart de rechtbank onbevoegd om van het door appellant ingestelde beroep kennis te nemen;

IV. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep

opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende        rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Jiawan, griffier.

w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Jiawan
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2025

1017


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon