Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.24.000338

Uitspraak BRS.24.000338

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:903
Datum uitspraak
10 maart 2025
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.
  • Hoger beroep
  • Bewaring

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.24.000338
ECLI:NL:RVS:2025:903
Datum uitspraak: 10 maart 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 4 september 2024, gerectificeerd op 12 september 2024, in zaak nr. NL24.33506 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 25 augustus 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 4 september 2024, gerectificeerd op 12 september 2024, heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de bewaring met ingang van 4 september 2024 bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat in Rotterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De minister heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

De beoordeling van het hoger beroep

1.       De minister klaagt in zijn enige grief terecht over het oordeel van de rechtbank dat de bewaringsmaatregel vanaf het begin onrechtmatig is, omdat hij de bewaringsmaatregel die daaraan voorafgaand was opgelegd, niet heeft opgeheven met gebruikmaking van een model M113. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 28 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:232, is het opmaken van een model M113 geen constitutief vereiste voor de opheffing van een bewaringsmaatregel. De minister betoogt in het verlengde daarvan ook terecht dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat sprake was van twee tegelijkertijd voortdurende bewaringsmaatregelen met een verschillende grondslag. Zoals de Afdeling onder 5.4 van de hiervoor genoemde uitspraak heeft overwogen, is de eerste bewaringsmaatregel geëindigd door het opleggen van de tweede bewaringsmaatregel.

De grief slaagt.

Conclusie hoger beroep en bespreking beroepsgronden

2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven en waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist. Ook toetst zij de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve.

3.       De vreemdeling betoogt dat de bewaringsmaatregel onrechtmatig is, omdat de minister geen piketmelding heeft gedaan voorafgaand aan het gehoor voor de inbewaringstelling. De Afdeling stelt vast dat in het

proces-verbaal van gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling staat dat de vreemdeling heeft verklaard dat hij bijstand wenste van een advocaat bij het gehoor en dat de minister een piketmelding heeft gedaan. In het proces-verbaal staat verder dat de minister aan de vreemdeling heeft medegedeeld dat hij contact heeft gehad met de piketadvocaat, maar deze niet bij het gehoor aanwezig kon zijn en hem op een later tijdstip zal bezoeken.

Tijdens de zitting bij de rechtbank heeft de minister echter toegelicht dat hij voorafgaand aan dit gehoor geen piketmelding heeft gedaan, omdat de vreemdeling geen aanvullingen zou hebben gehad op de verklaring die hij voorafgaand aan de eerdere bewaringsmaatregel had gegeven. De Afdeling stelt op basis hiervan vast dat de informatie in het hiervoor genoemde proces-verbaal feitelijk niet klopt en dat de vreemdeling, ondanks zijn verzoek daartoe, geen raadsman is toegevoegd zodra hem zijn vrijheid was ontnomen met het oog op de tweede bewaringsmaatregel, waardoor hij gedurende het gehoor van rechtsbijstand verstoken is geweest. Dit levert een schending op van artikel 100, eerste lid, van de Vw 2000. Anders dan de minister tijdens de zitting bij de rechtbank heeft betoogd, is hiermee gegeven dat de vreemdeling in zijn belangen is geschaad.

3.1.    Dit gebrek maakt de inbewaringstelling, indien voor de rest aan alle in de wet gestelde vereisten daarvoor is voldaan, pas onrechtmatig indien de met de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. De Afdeling concludeert gelet op de toelichting van de minister ter zitting bij de rechtbank, dat de minister in het geheel geen inspanningen heeft verricht om de vreemdeling van de gevraagde rechtsbijstand te voorzien. Daartoe was hij gelet op het verzoek van de vreemdeling wel gehouden. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 23 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2483. Of de vreemdeling volgens de minister wel of geen aanvullingen had op zijn eerdere verklaring, is daarbij niet relevant.

Onder de gegeven omstandigheden, gelet op de aard van de maatregel en omdat niet is gebleken van belangen aan de zijde van de minister, is de Afdeling van oordeel dat de met bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen van de vreemdeling. Dit betekent dat de bewaringsmaatregel vanaf het begin onrechtmatig is.

3.2.    De beroepsgrond slaagt.

4.       Omdat de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig is, bestaat voor ambtshalve toetsing geen aanleiding.

Conclusie beroep

5.       Het beroep is gegrond. Het is niet nodig wat de vreemdeling verder heeft aangevoerd te bespreken. Omdat de maatregel van bewaring al is opgeheven, is een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling heeft wel recht op schadevergoeding (artikel 106, eerste lid, van de Vw 2000). Deze vergoeding wordt daarom aan de vreemdeling toegekend. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 4 september 2024, in zaak nr. NL24.33506;

III.      verklaart het beroep gegrond;

IV.      kent aan de vreemdeling een vergoeding toe van € 1.030,00, ten laste van de Staat der Nederlanden, te betalen door de griffier van de Raad van State;

V.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.

w.g. Sevenster
voorzitter

w.g. Nederhoff
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2025

347-1017


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon