Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201707901/1/V2

Uitspraak 201707901/1/V2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2018:4300
Datum uitspraak
21 december 2018
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 augustus 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201707901/1/V2.
Datum uitspraak: 21 december 2018

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 25 september 2017 in zaak nr. NL17.7606 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 25 september 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
 
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.B. Azar, advocaat te Arnhem, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De vreemdeling heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij na terugkeer naar Iran door de autoriteiten zal worden gearresteerd. Als reden daarvoor heeft zij aangegeven dat zij wordt beschuldigd van overspel en van afvalligheid, omdat zij een buitenechtelijke relatie heeft gehad met een christelijke, Armeense man (hierna: haar minnaar). Ook vreest zij dat zij bij terugkeer zal worden gedood door haar echtgenoot en zijn familie.

2. De staatssecretaris klaagt in de enige grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van de vreemdeling over haar buitenechtelijke relatie ongeloofwaardig zijn. Voor dat oordeel heeft de rechtbank onvoldoende meegewogen dat de vreemdeling weliswaar niet tegenstrijdig heeft verklaard, maar dat de staatssecretaris haar wel heeft tegengeworpen dat zij vaag, summier en bevreemdingwekkend heeft verklaard. Voor deze vage, summiere en bevreemdingwekkende verklaringen heeft zij geen plausibele verklaring gegeven. De rechtbank heeft gelet op deze verklaringen ten onrechte teveel waarde gehecht aan de door de vreemdeling overgelegde e-mails en intieme foto's, aldus de staatssecretaris.

3. De rechtbank heeft overwogen dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de overgelegde e-mails niet afkomstig zijn uit objectief verifieerbare bron, maar dat dit niet zonder meer betekent dat aan de inhoud ervan geen bewijskracht toekomt. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 8 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1539. Volgens de rechtbank volgt ook uit paragraaf C1/4.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000, dat de staatssecretaris bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de door een vreemdeling gestelde relevante elementen, alle documenten die die vreemdeling heeft ingediend, moet betrekken. Omdat de staatssecretaris ten aanzien van de overgelegde e-mails alleen heeft tegengeworpen dat deze niet afkomstig zijn uit een objectieve bron, heeft hij deze onvoldoende betrokken bij de beoordeling van de door de vreemdeling gestelde problemen als gevolg van haar buitenechtelijke verhouding. Hij had nader moeten motiveren welke waarde aan de e-mails kan worden gehecht, aldus de rechtbank.

Over de intieme foto's, heeft de rechtbank overwogen dat de staatssecretaris ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom de foto's niet de verklaringen van de vreemdeling kunnen onderbouwen. Zo heeft de staatssecretaris de man op de foto niet vergeleken met foto's van de echtgenoot van de vreemdeling. Verder heeft de staatssecretaris geen standpunt ingenomen over wat het bestaan van deze foto's op zichzelf betekent voor het risico dat de vreemdeling loopt als deze foto's aan de Iraanse autoriteiten zouden worden getoond, aldus de rechtbank.

4. Uit de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3009, volgt dat de waarde die - gelet op de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling van een asielrelaas - aan een door een vreemdeling overgelegd document toekomt, moet worden bezien in het licht van de - overige - door die vreemdeling afgelegde verklaringen en het asielrelaas als geheel, en tegen de achtergrond van wat algemeen bekend is over de situatie in diens land van herkomst (vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3652, 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:890, en 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2853).

4.1. De staatssecretaris heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de vreemdeling summiere verklaringen heeft afgelegd over haar relatie met haar minnaar. Omdat deze relatie de oorzaak is van de door de vreemdeling gestelde problemen, heeft de staatssecretaris niet ten onrechte van haar verwacht dat zij uitvoerig kan verklaren over de achtergrond van haar minnaar, over het ontstaan en het verloop van deze relatie en wat ten grondslag heeft gelegen aan haar keuze om met hem een buitenechtelijke relatie te beginnen.

Daarnaast heeft de staatssecretaris erop gewezen dat zowel de vreemdeling als haar minnaar een groot risico hebben genomen door in Iran, waar overspel strafbaar is, een seksuele relatie aan te gaan. De verklaring van de vreemdeling hiervoor, dat zij ongelukkig was in haar huwelijk, werd mishandeld en liefde, aandacht en seks miste, heeft de staatssecretaris niet ten onrechte als onvoldoende aangemerkt. Hij heeft daarbij toegelicht niet in te zien waarom de vreemdeling scheiding van haar echtgenoot niet heeft doorgezet. De omstandigheid dat haar minnaar niet wist dat zij was getrouwd, maakt dat volgens de staatssecretaris niet anders, omdat het in Iran hoe dan ook niet is toegestaan om een seksuele relatie te hebben buiten het huwelijk. De staatssecretaris heeft dus ook niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat haar minnaar het risico heeft genomen om het overspel bekend te maken. Dat hij, volgens de vreemdeling, van plan was om naar Armenië te verhuizen, biedt, gelet op dit risico, onvoldoende verklaring voor deze handelwijze.

Ook heeft de staatssecretaris niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat de vreemdeling met haar minnaar is meegegaan naar de kerk. De staatssecretaris heeft niet ten onrechte bevreemdend geacht dat de vreemdeling heeft verklaard dat zij aan islamitische voorschriften moest voldoen en gesluierd naar buiten moest, maar ook heeft verklaard dat zij een kerk kon betreden zonder dat iemand wist dat zij moslima was. Temeer omdat het bezoeken van een kerk voor moslims verboden is.

Bovendien heeft de staatssecretaris niet ten onrechte de verklaringen van de vreemdeling over de aanklacht die haar echtgenoot zou hebben ingediend ongeloofwaardig geacht. Daarbij heeft de staatssecretaris niet ten onrechte van belang geacht dat de vreemdeling enerzijds heeft verklaard dat haar vader het strafdossier niet mocht inzien om privacy redenen en anderzijds dat hij het wel heeft ingezien en kon vertellen dat erin stond dat de vreemdeling ervan wordt verdacht dat zij zich heeft bekeerd.

4.2. Anders dan aan de orde was in de zaak die heeft geleid tot de door de rechtbank genoemde uitspraak van de Afdeling van 8 juni 2017 heeft de vreemdeling geen plausibele verklaringen gegeven voor de tekortkomingen in de verklaringen die zij heeft afgelegd.

4.3. Mede gelet op het voorgaande, heeft de rechtbank ten onrechte een groot gewicht toegekend aan de door de vreemdeling overgelegde e-mails en intieme foto's. De staatssecretaris klaagt ook terecht in zijn grief dat de rechtbank niet heeft onderkend dat hij ter zitting bij de rechtbank heeft toegelicht dat e-mails op eenvoudige wijze kunnen worden opgesteld en dat niet duidelijk is waar, wanneer en onder welke omstandigheden de foto's zijn gemaakt. Dergelijke foto's kunnen ook op relatief eenvoudige wijze in scene worden gezet. De grief slaagt.

5. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het besluit van 22 augustus 2017 toetsen in het licht van de daartegen in eerste aanleg aangevoerde beroepsgronden, voor zover daarop, na hetgeen hiervoor is overwogen, nog moet worden beslist.

Het beroep

6. De vreemdeling heeft verklaard dat zij zich op haar 18e heeft afgekeerd van de islam. De staatssecretaris heeft wel geloofwaardig geacht dat de vreemdeling de islam niet praktiseert en er kritiek op heeft, maar heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe zij vervolgens tot het besluit is gekomen om de islam helemaal te verlaten.

6.1. De vreemdeling betoogt dat de staatssecretaris ten onrechte heeft overwogen dat zij onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarom zij in Iran als afvallige zal worden beschouwd. De staatssecretaris heeft daarvoor niet ten onrechte redengevend gevonden dat in Iran een groot deel van de bevolking net als de vreemdeling het islamitische geloof niet praktiseert. De vreemdeling heeft alleen in het algemeen kritiek geuit op de islam en dan met name op de uitvoering van algemene handelingen en regels, zoals onder meer de rouwtradities en de rol van de vrouw. Dergelijke kritiek maakt nog niet inzichtelijk welk proces zij heeft doorgemaakt om haar geloof te verlaten en welke diepgewortelde overtuiging daaraan ten grondslag ligt. De beroepsgrond faalt.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 25 september 2017 in zaak nr. NL17.7606;

III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Engelhart, griffier.

w.g. Verheij w.g. Engelhart
voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2018

643.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon