Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.046
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202204724/2/R1

Bij besluit van 20 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan Waardse Nistelrode B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van bedrijfsruimten aan de Dostalstraat 64-01 tot en met 64-18 in Tilburg. Bij besluiten van 16 april 2021 heeft het college de door onder meer [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij tussenuitspraak van 19 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2498, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in de besluiten van 16 april 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in overweging 8.2 van de tussenuitspraak overwogen dat met de door het college gemaakte belangenafweging, zoals weergegeven in overweging 8.1 van de tussenuitspraak, de belangen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen niet volledig zijn betrokken bij het besluit tot verlening van de gevraagde omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:124
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204724/2/R1

202205656/1/A2

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap [appellant] voor een bedrag van € 22.627,16 subsidie verleend voor de instandhouding van een woonhuis-rijksmonument. In de beslissing op bezwaar heeft de minister vermeld dat het rijksmonument in de registeromschrijving van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed staat als een grote boerderij (1875) van Oldambtster type met hoofdschuur, twee dwars aangebouwde bijschuren en een gesmeed hek. Verder staat in de omschrijving dat de tuin niet onder de bescherming valt. Nu de tuin blijkens het rijksmonumentenregister expliciet buiten de reikwijdte van de bescherming van het woonhuis valt, en de tuin ook niet zelfstandig is beschermd met inschrijving in het monumentenregister, zijn de onderhoudskosten van de tuin niet subsidiabel. Met betrekking tot de isolatie van de woning heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat op grond van het Besluit vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten alleen de kosten van de instandhouding van historisch waardevol isolatiemateriaal subsidiabel zijn. [appellant] heeft vlas vervangen door nieuw, niet historisch waardevol isolatiemateriaal. De isolatiekosten zijn daarom ook niet subsidiabel gesteld, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:127
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202205656/1/A2

202206140/1/A2

Bij besluit van 10 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort de aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan [locatie] in Amersfoort. Op 11 maart 2020 heeft hij een aanvraag ingediend om tegemoetkoming in planschade die hij in de vorm van waardevermindering van de woning heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding, op 2 februari 2018, van het op 12 december 2017 door het college genomen besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, sub a en c onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze omgevingsvergunning voorziet in afwijking van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, in de bouw van een zogenoemd afscheidshuis op de parkeerplaats van de voormalige kerk op het perceel Ringweg Dorrestein 9 in Amersfoort, in de nabijheid van de woning. [partij] heeft met de gemeente Amersfoort een overeenkomst gesloten, waarbij zij zich heeft verbonden eventuele door het college toe te kennen tegemoetkomingen in planschade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:113
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206140/1/A2

202206842/1/R3

Bij besluit van 23 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordenveld het handhavingsverzoek van [partijen] tegen de activiteiten van [appellant] op het perceel [locatie 1] in Peize afgewezen. [appellant] is gevestigd aan [locatie 1] in Peize. [partij B] woont naast het hoveniersbedrijf op het perceel [locatie 2]. [partij B] ervaart overlast van het bedrijf en heeft daarom op 24 september 2020 een handhavingsverzoek ingediend. Volgens [partij B] wordt het hoveniersbedrijf in strijd met de beheersverordening "Herziening Woonwijken Peize" geëxploiteerd op het perceel. Naar aanleiding van het verzoek is een toezichthouder op het perceel gaan controleren. Deze controles hebben er uiteindelijk toe geleid dat het college een last onder dwangsom heeft opgelegd en die met het besluit op bezwaar in stand is gelaten. [partij B] heeft beroep ingesteld, omdat de last onder dwangsom volgens haar ten onrechte niet strekte tot beëindiging van alle activiteiten van het hoveniersbedrijf op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:106
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206842/1/R3

202207200/1/R3

Bij besluit van 10 juli 2018 heeft het college het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal aan KPN B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een mast voor telecommunicatiedoeleinden, het plaatsen van een perceelafscheiding en het kappen van twee bomen op het perceel nabij het perceel Schipleidelaan 3 in Oldenzaal. KPN wil een volledige mobiele dekking realiseren voor de wijk De Thij in Oldenzaal. Daarom heeft KPN een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een zendmast met een hoogte van 40 m en een perceelsafscheiding en voor de kap van 2 bomen op het perceel nabij Schipleidelaan 3 in Oldenzaal. [appellant] woont op het perceel [locatie] in Oldenzaal. De afstand tussen de zendmast en de grens van zijn woonperceel bedraagt 30 m en tot zijn woning 78 m. [appellant] kan zich niet verenigen met de bouw van de zendmast, omdat die zijn woon- en leefklimaat aantast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:119
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207200/1/R3

202207332/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de parkeervergunning van [appellant A] voor sector 75 ingetrokken omdat hij niet meer is ingeschreven op het adres waarop de parkeervergunning is toegekend en bij besluit van 1 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de parkeervergunning van [appellant B] voor sector 75 ingetrokken omdat zij niet meer is ingeschreven op het adres waarop de parkeervergunning is toegekend. Per 1 juli 2021 wonen [appellant A] en [appellant B] op de [locatie] in Rotterdam, dat valt onder parkeersector 71. Het college heeft daarom onder verwijzing naar haar parkeerbeleid bij de besluiten van 1 juli 2021 de parkeervergunning van [appellant A] en [appellant B] voor parkeersector 75 ingetrokken, omdat zij niet langer in de basisregistratie personen stonden ingeschreven op het adres waarop zij de parkeervergunning toegekend hadden gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:108
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207332/1/A3

202207468/1/A3

Bij besluit van 19 april 2022 heeft de deken het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. [appellant] heeft bij brief van 17 januari 2022 een verzoek tot handhaving tegen [partij] bij de Deken ingediend. [appellant] heeft hierbij verzocht om een onderzoek te laten verrichten naar het patronaat van [partij], zijn voormalig patroon. De deken heeft dit handhavingsverzoek afgewezen omdat er geen overtreding is geconstateerd op grond van artikel 3.13 van de Verordening op de advocatuur (hierna: de Voda) die bestuursrechtelijk kan worden gehandhaafd. De deken heeft de afwijzing van het handhavingsverzoek in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:23
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207468/1/A3

202207472/1/A3

Bij brief van 19 april 2022 heeft de deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. [appellant] heeft bij brief van 17 januari 2022 de deken verzocht een onderzoek uit te voeren naar de gang van zaken rond het niet afgeven van een stageverklaring aan hem. Dit handhavingsverzoek is door de deken afgewezen, omdat het verzoek ziet op handelen van de [mentor] en de deken en niet op de voormalig patroon van [appellant], [partij]. Om deze reden valt het handhavingsverzoek niet onder artikel 45g van de Advocatenwet en is er geen bestuursrechtelijke handhaving mogelijk. Evenmin is volgens de deken gebleken van een tuchtrechtelijke overtreding. Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard, omdat het handhavingsverzoek geen betrekking heeft op bepalingen van de Verordening op de advocatuur die bestuursrechtelijk kunnen worden gehandhaafd. Er kan dus geen bezwaar tegen worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:24
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207472/1/A3

202207475/1/A3

Bij brief van 25 maart 2022 heeft de deken gereageerd op het handhavingsverzoek van [appellant] en hem meegedeeld dat het onderzoek is afgerond. [appellant] heeft op 5 februari 2021 de deken verzocht om een onderzoek in te stellen omdat [appellant] vanuit een anoniem e-mailadres informatie heeft ontvangen over gevoerde rechtszaken, waarbij hij betrokken is geweest. [appellant] heeft hierbij de deken verzocht om handhavend op te treden. De deken heeft bij brief van 24 februari 2021 in eerste instantie gesteld dat hij niet bevoegd is om een onderzoek in te stellen. De deken heeft het bezwaar tegen die brief daarom niet-ontvankelijk verklaard. Bij nader indien heeft de deken tijdens de zitting bij de rechtbank in de beroepsprocedure die heeft geleid tot de uitspraak van 18 november 2021, gesteld dat het handhavingsverzoek moest worden afgewezen en dat het bezwaar hiertegen ongegrond was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:105
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207475/1/A3

202207476/1/A3

Bij besluit van 30 april 2019 heeft de raad van de Amsterdamse Orde van advocaten het verzoek van [appellant] tot wijziging van zijn patronaat goedgekeurd. [appellant] liep tot en met 17 februari 2020 stage ten behoeve van de beroepsopleiding voor de advocatuur. Tijdens zijn stage heeft [appellant] de Amsterdamse Orde verzocht in te stemmen met een wijziging van zijn patronaat. De Amsterdamse Orde heeft ingestemd met dat verzoek. De stage van [appellant] is geëindigd zonder stageverklaring. Met ingang van 3 juni 2020 is [appellant] geschrapt van het tableau. [appellant] heeft op 12 mei 2021 verzocht om herziening van het besluit van 30 april 2019 tot goedkeuring van de wijziging van zijn patronaat. Dit herzieningsverzoek is afgewezen en het administratief beroep is niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft ook administratief beroep ingesteld tegen het goedkeuringsbesluit van 30 april 2019. Dit administratief beroep is ook niet-ontvankelijk verklaard omdat [appellant] te laat zijn administratief beroepschrift heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:103
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207476/1/A3
vorige pagina1...921922923...12.605volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon