Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.742
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202307805/1/A2

Bij uitspraak van 6 november 2023 heeft de rechtbank het verzoek van [appellanten] om de burgemeester van Leusden te veroordelen in de vergoeding van schade afgewezen. In geschil is of [appellanten] recht hebben op een vergoeding van materiële en immateriële schade als gevolg van verwerking van hun persoonsgegevens in de gemeentelijke persoonsgerichte aanpak. De politie heeft [appellanten] op 25 juni 2019 aangemeld voor opname in de pga. Bij brieven van 1 augustus 2019 heeft de burgemeester [appellanten] laten weten dat zij zijn opgenomen in de pga omdat zij herhaaldelijk overlast hebben veroorzaakt in hun woonomgeving en de gemeente en de politie zorgen hebben over dit gedrag. Volgens de burgemeester is een geregisseerde, integrale aanpak nodig om de problemen op te lossen. Deze zorgen zijn gebaseerd op verschillende politieregistraties en meldingen. [appellanten] hebben desgevraagd op 5 december 2019 de geanonimiseerde pga-dossiers gekregen. Op 8 december 2021 hebben [appellanten] de rechtbank verzocht de burgemeester te veroordelen tot vergoeding van de schade die zij hebben geleden door schending van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5497
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307805/1/A2

202400090/1/A3

Bij besluit van 8 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag betaald parkeren ingevoerd in de wijk Moerwijk-Noord in Den Haag. Het college heeft met een aanwijzingsbesluit met ingang van 1 februari 2021 betaald parkeren ingevoerd in de wijk Moerwijk-Noord in Den Haag. Het college is hiertoe overgegaan, omdat de parkeerdruk in die wijk hoog was. Het college zag de invoering van betaald parkeren als oplossing hiervoor. Om te onderzoeken of bij de bewoners van de wijk voldoende draagvlak was voor betaald parkeren, heeft het college een enquête gehouden. Van de 2.115 bewoners die een formulier hebben ontvangen, hebben er 584 (27,71%) gereageerd. Daarvan was 52,74% voor de invoering van betaald parkeren, was 42,12% hier tegen en heeft 5,14% blanco gestemd. Op basis van deze uitkomst heeft het college het aanwijzingsbesluit genomen. Volgens [appellant] heeft het college het aanwijzingsbesluit niet mogen nemen, omdat het quorum van 35% niet is gehaald. Volgens [appellant] was maar 15% van de bewoners van Moerwijk-Noord voor het invoeren van betaald parkeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5476
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400090/1/A3

202400136/1/R1

Bij besluit van 22 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren [appellant] een last onder dwangsom opgelegd die inhoudt dat hij de erfafscheiding op het perceel [locatie A] in Susteren voor zover gelegen voor de voorgevelrooilijn terug moet brengen tot 1 m hoogte of moet verwijderen. [appellant] was op het moment dat de last onder dwangsom werd opgelegd eigenaar en bewoner van het perceel aan de [locatie A] in Susteren. Een toezichthouder van de gemeente heeft bij een controle op 8 november 2021 geconstateerd dat het hekwerk niet is verlaagd of verwijderd. Daarom is een dwangsom verbeurd. Het college is bij besluit van 23 november 2021 overgegaan tot invordering van de verbeurde dwangsom. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de last onder dwangsom mocht opleggen en bij [appellant] de verbeurde dwangsom mocht invorderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5478
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400136/1/R1

202400179/1/R3

Bij besluit van 23 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn aan [partij A] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en uitbreiden van het horecapand op het perceel [locatie] in Aarlanderveen. [partij A] is eigenaar van het horecapand op het perceel [locatie] in Aarlanderveen. Voor de verbouwing en uitbreiding van het horecapand is een omgevingsvergunning verleend. [appellant] en anderen wonen nabij het horecapand en vrezen overlast van de uitbreiding daarvan. [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college bij de verleende omgevingsvergunning is uitgegaan van een onjuiste bruto vloeroppervlakte. Zij voeren aan dat ook de zolder en de verdieping van het Voorhuis gebruikt worden voor horecadoeleinden en dat deze ruimtes zijn meegenomen in de in 2005 verleende bouwvergunning en de in 2007 verleende gebruiksvergunning. Volgens hen heeft de omgevingsvergunning daarom ten onrechte niet op alle ruimtes die voor horecadoeleinden zullen worden gebruikt, betrekking. Een te lage bruto vloeroppervlakte maakt dat bij het verlenen van de omgevingsvergunning ook van een te lage parkeerbehoefte is uitgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5498
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400179/1/R3

202400225/1/R1

Bij besluit van 28 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen [appellant] een last onder dwangsom opgelegd die inhoudt dat hij de aanbouw aan de achterzijde van zijn woning aan de [locatie A] in Melick moet verwijderen. De aanbouw bestaat uit diverse materialen. De zijkant van de aanbouw is bevestigd op de gedeelde erfscheidingsmuur met de buren. Voor de aanbouw is geen omgevingsvergunning vereist. Het college vindt de aanbouw in ernstige mate in strijd met de redelijke eisen van welstand. [appellant] betoogt dat zijn aanbouw geen welstandsexces is. Het college heeft zijn besluit niet mogen baseren op de welstandsadviezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5494
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400225/1/R1

202400429/1/R1

Bij besluit van 30 november 2023 heeft de raad van de gemeente Ouder-Amstel het bestemmingsplan "Duivendrechtsevaart Noord (water)" vastgesteld. Bij uitspraak van 10 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1834, heeft de Afdeling het besluit van de raad van 27 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Duivendrechtsevaart" vernietigd. Ter reparatie van het vernietigde plan wordt het plangebied dat dat bestemmingsplan besloeg opgedeeld in drie bestemmingsplannen, waar het voorliggende plan één van is. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is niet opnieuw doorlopen. De planologische regeling voor de gronden binnen het plangebied is ongewijzigd ten opzichte van het vernietigde plan. Het plan voorziet in een planologische regeling voor de gronden ter hoogte van de Willem Fenengastraat en Joan Muyskenweg, aan het deel van de Duivendrechtsevaart met uitzondering van de kade, tussen de A10 en het metrostation Amsterdam Overamstel. Met het plan krijgen de gronden de bestemming "Water". Op de gronden binnen het plangebied aan de Willem Fenengastraat 48 t/m 70 en aan de Joan Muyskenweg 27C en D liggen woonboten. Deze gronden krijgen met het plan de functieaanduiding "specifieke vorm van water - ligplaats - 1" of "specifieke vorm van water - ligplaats - 2". Op basis van die functieaanduidingen zijn ter plaatse woonboten toegestaan. [appellant] is eigenaar van onder meer een woonboot aan [locatie A] binnen het plangebied, waar hij ook woont. Hij is het niet eens met het plan. Volgens hem wordt met het plan ten onrechte een knip gemaakt tussen het water en de kade, in die zin dat voor de gronden niet hetzelfde bestemmingsplan geldt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5485
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202400429/1/R1

202400586/1/R3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Ommen het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan "Zonnebloem-West" ten behoeve van de realisatie van 5 recreatiewoningen aan de Zonnebloemweg 24 en Bergweg 33 in Lemele afgewezen. Deze zaak gaat over twee percelen op het zomerhuizenterrein "Zonnebloem West" in Lemele. Op één van de twee percelen staat een zomerhuis. [appellant] is, als rechtsopvolger van [partij], eigenaar van beide percelen. Vóór de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied, artikel 30 WRO herziening", op 30 januari 2003, bestond de mogelijkheid om op deze percelen in totaal 6 vrijstaande zomerhuizen te bouwen. Het toen vastgestelde bestemmingsplan sloot deze mogelijkheid uit. Volgens [appellant] heeft de raad vervolgens niet tijdig opnieuw op zijn aanvraag beslist. Hij heeft daarom beroep ingesteld bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5462
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202400586/1/R3

202401581/1/A3

Bij besluit van 9 juni 2022 heeft de burgemeester van Utrecht aan Lepeltje Lepeltje B.V. een evenementenvergunning verleend voor het evenement 'Lepeltje Lepeltje' op de locatie Park Lepelenburg van 22 juni 2022 tot en met 28 juni 2022, inclusief twee dagen opbouw en twee dagen afbouw. Op 30 maart 2022 heeft Lepeltje Lepeltje B.V. een evenementenvergunning aangevraagd voor het driedaagse evenement 'Lepeltje Lepeltje' in het Park Lepelenburg in Utrecht. Het evenement betrof een kleinschalig foodtruck festival waarbij ook livemuziek ten gehore werd gebracht. Bij besluit van 9 juni 2022 heeft de burgemeester de evenementenvergunning verleend en aan die vergunning diverse voorschriften verbonden met betrekking tot de geluidsnormen en het openbaar groen. In bezwaar heeft de burgemeester de vergunningverlening gehandhaafd. De Stichting is het niet eens met de besluitvorming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5491
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401581/1/A3

202401585/1/R2

Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft het college aan Schoorsteen B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan, verbreden van een uitweg en het maken van handelsreclame ten behoeve van het vestigen van een McDonald’s restaurant met een McDrive aan de Steenovenweg 21 in Helmond. McDonald’s Nederland B.V. is de rechtsopvolger van Schoorsteen B.V. en wil een McDonald's restaurant met een McDrive realiseren op het perceel. Op het perceel rust op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Schooten" de bestemming "Bedrijventerrein" en de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf-2", waar onder meer horeca I-bedrijven zijn toegestaan. [appellant A] en [appellant B] wonen tegenover het perceel en kunnen zich niet met de komst van een McDonald's restaurant met een McDrive op het perceel verenigen. Zij vinden dat een McDonald's restaurant met een McDrive geen horeca I-bedrijf is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5461
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401585/1/R2

202401783/1/A2

Bij beslissing van 25 augustus 2023 heeft de examencommissie het verzoek van [appellant] om hem een extra toets gelegenheid te bieden, afgewezen. [appellant] heeft in het laatste jaar van zijn bacheloropleiding slechts 11 van de vereiste 30 onderzoekscredits gehaald voor het praktijkvak Onderzoeksparticipatie 2, waardoor hij zijn bacheloropleiding niet op tijd zou kunnen afronden om in september 2023 te kunnen starten met een masteropleiding. Hij heeft de examencommissie daarom per e-mail van 27 juni 2023 verzocht hem een extra gelegenheid te bieden om de benodigde onderzoekscredits voor het vak te halen, zodat hij alsnog in september 2023 zou kunnen starten met een masteropleiding. [appellant] betoogt dat dat het niet redelijk is dat hem geen reële mogelijkheid tot herstel is geboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5446
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401783/1/A2

202401791/1/R3

Bij besluit van 25 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het tuinhuis op het perceel [locatie] in Rolde (hierna: het perceel) afgewezen. Het gaat in deze zaak om het tuinhuis bij de woning van [partij] op het perceel [locatie 1] in Rolde. [appellant] woont op [locatie 2]. Op 13 december 2021 heeft [appellant] een verzoek om handhaving ingediend. Volgens [appellant] is het tuinhuis op het perceel op een kunstmatige ophoging van 0,45 m gerealiseerd en daarmee te hoog. Het college heeft het verzoek afgewezen, omdat het tuinhuis volgens het college voldoet aan de vereisten voor vergunningvrij bouwen en geen sprake is van een kunstmatige ophoging van de grond. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college bij het bepalen van de hoogte van het tuinhuis ten onrechte heeft gemeten vanaf het bestaande, afgewerkte terrein. Volgens [appellant] heeft [partij] het tuinhuis op een fundering van 0,45 m boven peil gebouwd en het terrein rondom het tuinhuis daarna kunstmatig opgehoogd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5474
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401791/1/R3

202402284/1/R2

Bij besluit van 8 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur aan [appelante] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de huisvesting van maximaal zes individuele personen in de woning op het perceel gelegen aan de [locatie] in Etten-Leur. [appelante] is eigenaresse van het perceel en de daarop gelegen woning. Zij wenst dat zes arbeidsmigranten gehuisvest kunnen worden in deze woning. Voor het perceel geldt het bestemmingsplan "Grauwe Polder". Het perceel heeft de bestemming "Wonen-Aaneengesloten". Hier zijn minimaal drie aaneengesloten woningen toegestaan. Onder een "woning" moet volgens artikel 1.69 van de planregels "een gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden" worden verstaan. Omdat de door [appelante] gewenste huisvesting daarmee in strijd is, heeft zij daarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Na bezwaren van [partij A] en anderen heeft het college dit besluit op 22 november 2022 in bezwaar herroepen. Het college heeft daarvoor in de plaats een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de huisvesting van maximaal vier individuele personen in de woning op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5420
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402284/1/R2

202402728/1/R2

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Herontwikkeling Terpeborch 1, Rosmalen" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van een voormalig kantoorpand aan de Terpeborch in Rosmalen mogelijk. In het pand worden negen appartementen mogelijk gemaakt en in de tuin twee grondgebonden twee-onder-een-kapwoningen. VvE Terpeborch is de vereniging van eigenaren van het appartementengebouw aan de Terpeborch ten zuiden van het plan en [appellant sub 1] is een van de bewoners. [appellanten sub 2] en [appellant sub 3] en anderen zijn allen direct omwonenden van het plangebied. VvE Terpeborch en [appellant sub 1], [appellanten sub 2] en [appellant sub 3] en anderen vrezen dat het plan leidt tot aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellanten sub 2] en [appellant sub 3] en anderen betogen dat het plan niet zorgvuldig is voorbereid, omdat de inspraakprocedure onzorgvuldig is doorlopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5460
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402728/1/R2

202402975/1/A2

Bij ongedateerd besluit, verzonden op 19 mei 2023, heeft de raad de voor de toevoeging met kenmerk 1JJ8058 vastgestelde vergoeding aan [appellant] van € 1.532,86 ingetrokken en verrekend met zijn rekening-courant. [appellant] nam deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak toevoegingswaardig is niet langer door de raad naar aanleiding van een toevoegingsaanvraag, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld. Afgegeven toevoegingen en vastgestelde vergoedingen worden vervolgens achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd. [appellant] heeft rechtsbijstand verleend aan [persoon A] (hierna: rechtzoekende). De raad heeft aan rechtzoekende op 12 mei 2021 een toevoeging verstrekt met kenmerk 1JH9064 en op 30 juli 2021 een toevoeging met kenmerk 1JJ8058. In geschil is of het bij beide toevoegingen gaat om hetzelfde rechtsbelang dan wel belangen die zo nauw met elkaar samenhangen, dat er geen sprake is van een zelfstandig rechtsbelang en of sprake is van diversiteit van procedures als bedoeld in de artikelen 28, eerste lid en onder b, en 32 van de Wet op de rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5470
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202402975/1/A2

202403130/1/A2

Bij besluit van 27 juni 2022 heeft de minister geweigerd om private schulden van [appellante] over te nemen. Deze uitspraak gaat over verschoonbaarheid van termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat artikel luidt: "Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest." [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister verzocht om schulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. De minister heeft bij besluit van 27 juni 2022, voor zover relevant, geweigerd om een schuld over te nemen van € 1.200,00 aan Primeline en een schuld van € 2.300,00 aan Qander Consumer Finance. De minister heeft bij besluit van 16 oktober 2023 het op 22 februari 2023 daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit bezwaar te laat is ingediend. De termijn hiervoor liep tot en met 8 augustus 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5482
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403130/1/A2

202403264/1/A2

Bij besluiten van 7 oktober 2021 en 8 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht de aanvragen van [appellant] en anderen om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. appellant] en anderen hebben ieder afzonderlijk een aanvraag gedaan om een tegemoetkoming in planschade die zij, in de vorm van waardevermindering van hun woningen, hebben geleden door de inwerkingtreding op 29 juli 2016 van het bestemmingsplan Oud-Zuilen en Op Buuren e.o. Volgens [appellant] en anderen is het op grond van het nieuwe bestemmingsplan toegestaan om hogere bedrijfsbebouwing te realiseren op het perceel dan was toegestaan op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan Maarssen-Zuid. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat het college de aanvragen om een tegemoetkoming in planschade terecht heeft afgewezen. Volgens de rechtbank is het geschil in beroep beperkt tot de uitleg van de maximale invulling van de bouwmogelijkheden onder het oude bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5453
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403264/1/A2

202403368/1/A3

Bij besluit van 19 juli 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 2.500,00. [appellant] bezit het motorvrachtschip [naam] met duwbak. Het motorvrachtschip valt in categorie 4 van de Binnenvaartregeling en voldoet aan de standaarduitrusting S2. De minister heeft op 19 juli 2022 een boete aan [appellant] opgelegd wegens overtreding van artikel 2Op het moment van controle bestond de bemanning uit twee schippers en één stuurman. De toezichthouders hebben hieruit geconcludeerd dat er een bemanningstekort was van twee lichtmatrozen. 2, negende lid, van de Binnenvaartwet en de daarop berustende regelgeving. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank is het aan [appellant] om aan te tonen dat het gaat om een administratieve fout als er een onjuiste exploitatiewijze zou zijn vermeld in het vaartijdenboek. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij onvoldoende heeft aangetoond dat hij feitelijk A1 voer en dat er sprake was van een administratieve fout in het vaartijdenboek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5495
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202403368/1/A3

202403789/2/R1

Bij tussenuitspraak van 19 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:625, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Vlissingen opgedragen om binnen 26 weken na verzending van die tussenuitspraak het daarin omgeschreven gebrek in het besluit van 18 april 2024 te herstellen dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen en de uitkomst aan de Afdeling en Oosterveen mee te delen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 6.3 geoordeeld dat de raad het bestemmen van de groenstrook langs de Koudenhoek als "Verkeer" niet afdoende heeft onderbouwd. [appellante] betoogt dat de raad het gebrek in de tussenuitspraak niet heeft hersteld. Daartoe voert [appellante] in de eerste plaats aan dat de raad geen acht heeft geslagen op de door haar aangedragen alternatieve locaties voor parkeerplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5487
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202403789/2/R1

202403932/1/R4

Bij besluit van 20 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan "Gouden Ham/De Schans, randzone" ten behoeve van drie lichtmasten met ledlampen op het perceel [locatie 1] in Appeltern, gemeente West Maas en Waal. [partij] is eigenaar van het perceel. Op het perceel is het bestemmingsplan van toepassing. Aan de noordzijde van het perceel is een paardenbak gesitueerd, waarvoor het college eerder aan [partij] een omgevingsvergunning heeft verleend om af te wijken van het bestemmingsplan. Een paardenbak is niet toegestaan binnen de ter plaatse geldende bestemming "Recreatie". [partij] heeft aan de zuidrand van de paardenbak de lichtmasten gerealiseerd. De lichtmasten zijn volgens de aanvraag 7,8 m hoog en aan de bovenzijde van elke lichtmast zijn twee ledlampen gemonteerd. [appellant] woont ten zuiden van het perceel aan de [locatie 2] in Appeltern. Zijn woonperceel grenst aan het perceel. De afstand tussen die perceelsgrens en de paardenbak is ongeveer 64 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5499
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403932/1/R4

202404383/1/R1

Bij besluiten van 3 juli 2023 en 28 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn dwangsommen ingevorderd bij [appellante]. [appellante] was tot augustus 2023 eigenaar van de woning aan de [locatie A] in Hoorn. Zij woonde elders en verhuurde de woning. Een toezichthouder van de gemeente heeft bij controles op 17 maart 2023, 14 april 2023 en 26 mei 2023 geconstateerd dat de woning door meer dan één afzonderlijk huishouden werd bewoond. Vast staat dat drie dwangsommen van in totaal € 30.000,00 zijn verbeurd. Het college is bij besluiten van 3 juli 2023 en 28 augustus 2023 overgegaan tot invordering van de verbeurde dwangsommen. De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren en dat het college daarom heeft mogen besluiten tot invordering van de dwangsommen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5492
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404383/1/R1

202404643/1/A2

Bij brief van 9 januari 2023 heeft de raad aan [appellant] een verplichting tot betaling opgelegd. Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank het beroep van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] het beroepschrift niet tijdig heeft ingediend. De laatste dag voor het indienen van het beroepschrift was 11 juli 2023. [appellant] heeft het beroepschrift met dagtekening 11 juli 2023, in de brievenbus van het gerechtsgebouw gedeponeerd. De rechtbank is uitgegaan van de door de griffie op het beroepschrift gestempelde ontvangstdatum van 12 juli 2023. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het beroepschrift daadwerkelijk op 11 juli 2023 in de brievenbus van het gerechtsgebouw is gedeponeerd. Bovendien had hij na sluitingstijd van de rechtbank het beroepschrift langs digitale weg kunnen indienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5445
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404643/1/A2

202405173/1/A2

Bij besluit van 22 mei 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [appellanten] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 10.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 november 2021 tot aan de dag van uitbetaling. [appellanten] hebben op 17 september 2003 gekocht en zijn sinds 2 maart 2004 eigenaar van de woning met omliggende grond aan de [locatie] te Bruchem. De woning ligt ten westen van de nabij gelegen rijksweg A2 en ten zuiden van Zaltbommel. [appellanten] hebben verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 31 augustus 2018 in werking getreden provinciale inpassingsplan "Windpark Bommelerwaard A2" (hierna: het inpassingsplan). Volgens [appellanten] leidt het inpassingsplan tot waardedaling van hun woning, waardoor zij schade lijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5471
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202405173/1/A2

202406167/1/A2

Bij besluit van 15 september 2021 heeft de raad een verzoek van [appellante] om herziening van een besluit van 8 januari 2020 afgewezen. [appellante] heeft verzocht om herziening van een besluit waarbij haar op grond van artikel 5a, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand een vergoeding voor verlening van rechtsbijstand in de algemene asielprocedure is toegekend. Zij wil naast deze vergoeding ook een toeslag voor werkzaamheden in de verlengde asielprocedure op grond van het tweede lid van deze bepaling. De raad heeft dit verzoek afgewezen, omdat niet is gebleken dat de asielprocedure volgens de V.A.-procedure is afgehandeld. Het geschil gaat over de vraag of de raad zich terecht op dit standpunt heeft gesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad voor het toekennen van de toeslag het vereiste heeft mogen stellen dat [appellante] bij de declaratie een V.A.-brief van de IND overlegt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5469
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202406167/1/A2

202407413/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 3 augustus 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een compensatie toegekend voor de jaren 2007, 2012, 2013, 2014, 2016 en 2017 van in totaal € 141.397,00 en geweigerd aan [appellante] een compensatie toe te kennen voor de jaren 2006, 2008 tot en met 2011 en 2015. [appellante] heeft op 6 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag voor de jaren 2006 tot en met 2017. Met het besluit van 22 november 2023, zoals gewijzigd bij het besluit van 9 september 2025, heeft de Dienst Toeslagen voor de jaren 2007 en 2011 tot en met 2017 aan [appellante] een compensatie toegekend van in totaal € 197.092,00 en voor de jaren 2006, 2008, 2009 en 2010, onder verwijzing naar het advies van de Commissie van Wijzen, een compensatie geweigerd. [appellante] heeft in het nadere stuk van 22 september 2025 de gronden van het hoger beroep die gaan over de jaren 2007 en 2015 ingetrokken. Dit maakt dat het geschil in hoger beroep alleen nog ziet op de weigering van de compensatie voor het jaar 2010.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5457
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407413/1/A2

202407822/1/A2

Bij besluit van 1 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laren een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 15 augustus 2023 een urgentieverklaring op medische gronden aangevraagd. Hij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat hij met zijn vrouw en dochter, geboren in juni 2023, inwoont bij zijn ouders. De moeder van [appellant] heeft angstklachten, depressie, PTSS en ernstige longklachten. De vader van [appellant] heeft PTSS en is vaak verbaal agressief. [appellant] en zijn vader hebben vaak ruzie en de spanningen lopen op. Het college heeft de aanvraag afgewezen conform het advies van de urgentiecommissie waarin staat dat de aanvraag niet voldoet aan de randvoorwaarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5468
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407822/1/A2

202500134/1/A3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de korpschef de aan Night & Day Security B.V. verleende toestemming om [wederpartij] beveiligingswerkzaamheden voor haar te laten verrichten, ingetrokken. Night & Day Security B.V. had toestemming van de korpschef om [wederpartij] beveiligingswerkzaamheden voor haar te laten verrichten. [wederpartij] was behalve beveiliger ook taxichauffeur. In de nacht van 24 op 25 maart 2024 heeft [wederpartij] als taxichauffeur twee passagiers vervoerd. Een van de passagiers heeft overgegeven in de taxi. Na een discussie over schoonmaakkosten voor de taxi zou [wederpartij] die passagier een klap hebben gegeven. De korpschef heeft de toestemming als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus ingetrokken, omdat [wederpartij] volgens hem niet meer beschikt over de betrouwbaarheid die nodig is voor het te verrichten beveiligerswerk. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] gegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de strafrechter met de vrijspraak alle bewijsmiddelen heeft beoordeeld die ook ten grondslag liggen aan het bestreden besluit. De korpschef heeft geen aanvullende informatie overgelegd. De korpschef heeft daarom de toestemming niet mogen intrekken, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5493
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202500134/1/A3

202500694/1/A3

Bij besluit van 15 november 2019 heeft de burgemeester van 's-Hertogenbosch zijn beslissing om spoedeisende bestuursdwang toe te passen in de vorm van de onmiddellijke sluiting van café Opium aan de Parade 2 in ’s-Hertogenbosch, op schrift gesteld. De vennootschap exploiteerde café Opium in ’s-Hertogenbosch. Op 11 november 2019 vond in de binnenstad het jaarlijkse openingsfeest van het carnavalsseizoen plaats. De binnenstad was drukbezocht door uitgaanspubliek en de cafés, waaronder Opium, waren ook drukbezocht. De burgemeester heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat er op 11 november 2019 diverse overtredingen hebben plaatsgevonden van de voor Opium geldende vergunningsvoorschriften, die ertoe hebben geleid dat de veiligheid onvoldoende werd gewaarborgd doordat drukte en onrust in de hand werden gewerkt. In bezwaar heeft de burgemeester het besluit gehandhaafd. De voornaamste reden voor de onmiddellijke sluiting was de omstandigheid dat Opium de aanwijzing om gekwalificeerde portiers in te schakelen niet heeft opgevolgd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5489
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500694/1/A3

202501670/1/A2

Bij besluit van 11 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 3.750,- toegekend. [appellant] is sinds 25 april 2005 eigenaar van een appartement op de vierde etage van een appartementencomplex aan de [locatie] in Delft. Het geschil tussen partijen gaat over de hoogte van de door het college aan [appellant] toegekende tegemoetkoming in planschade. [appellant] betoogt dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld. Adviesbureau Thorbecke heeft de schadefactoren geluidhinder en afname van situeringswaarde onjuist (te licht) gewaardeerd. Dit volgt uit het advies van Langhout dat ziet op het appartement van zijn bovenbuurman, waarin deze schadefactoren als middelzwaar zijn beoordeeld. Volgens hem is hier geen objectieve rechtvaardiging voor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5483
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501670/1/A2

202501719/1/A2

Bij besluit van 3 april 2024 heeft Raad van Bestuur van het ROC van Amsterdam de inschrijving van [appellant] beëindigd. De Raad van Bestuur heeft op 3 april 2024, gehandhaafd bij besluit van 30 mei 2024, [appellant] uitgeschreven voor de BBL-opleiding Handel-/Retailmedewerker niveau 2, omdat hij geen leerwerkplek voor minimaal 20 uur per week (meer) had. Dit is wel vereist voor het succesvol afronden van de opleiding. De Afdeling heeft in een uitspraak van 24 juli 2024 vastgesteld dat er geen wettelijke grondslag is om een student om deze reden uit te schrijven. Zij heeft daarom het besluit van 30 mei 2024 vernietigd en het uitschrijvingsbesluit van 3 april 2024 herroepen. [appellant] betoogt dat de Raad van Bestuur geen gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2024. Hij had geen nieuw inschrijvingsbesluit moeten krijgen, maar zijn oude onderwijsovereenkomst had moeten worden hersteld. Volgens hem kan hij alleen in dat geval in staat worden gesteld om zijn diploma in juli 2025 ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5467
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501719/1/A2

202502316/1/R4

Bij besluit van 20 februari 2025 hebben de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het inpassingsplan "Radar Herwijnen" vastgesteld. Al een aantal jaren wil het Ministerie van Defensie in de buurt van het Gelderse dorp Herwijnen een nieuw militair radarstation bouwen, op de plek waar in het verleden een civiele radar van Luchtverkeersleiding Nederland heeft gestaan. Om dat mogelijk te maken is in 2017 een ontwerpbestemmingsplan opgesteld, maar de gemeenteraad van de voormalige gemeente Lingewaal (tegenwoordig de gemeente West Betuwe) heeft in 2018 besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen. Daardoor was de bouw van het nieuwe radarstation niet mogelijk. Verweerders hebben vervolgens besloten om zelf een bestemmingsplan te maken - een rijksinpassingsplan geheten - en vanwege de urgentie die volgens hen is gemoeid met het nieuwe radarstation gelijktijdig ook de benodigde omgevingsvergunning voor het bouwen en in werking hebben van de radar te verlenen. Bezwaarmakers betogen, kort samengevat, dat volgens artikel 3.35, negende lid, van de Wro voor het coördinatiebesluit voor dit project instemming is vereist van zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer en dat de Tweede Kamer tot op vandaag géén instemming heeft gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5496
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202502316/1/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202502316/1/R4

202504415/1/A2

Bij besluit van 12 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] is eigenares van een appartement op de eerste etage van een appartementencomplex aan de [locatie] in Delft. Op 1 december 2022 heeft [appellante] het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade. Zij stelt dat haar woning in waarde is verminderd door het op 29 november 2018 vastgestelde en op 25 januari 2019 in werking getreden bestemmingsplan Nieuw Delft, zuidelijke velden. Het nieuwe bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een gemengd hoogstedelijk gebied met een mix van stedelijke functies mogelijk. Binnen de bestemming Gemengd is een mix van functies toegestaan. Naast wonen gaat het onder meer om detailhandel, kantoren en horeca. Het nieuwe bestemmingsplan maakt ook hogere bebouwing mogelijk. Onder het oude regime gold op het zogenoemde veld 11 de bestemming Bedrijventerrein. De rechtbank is van oordeel dat het college voor de vaststelling van de omvang van het normale maatschappelijke risico een drempel van 5% van de waarde van de woning op de peildatum onder het oude planologische regime mocht hanteren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5481
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504415/1/A2

202505046/1/A2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door de examencommissie tot afgifte van een diploma voor de Master of Architecture van de Fontys Hogeschool. [appellant] heeft in het studiejaar 2021-2022 de afstudeeropdracht van de master gemaakt. Bij beslissing van 30 augustus 2022 heeft de examencommissie zijn afstudeeropdracht met een onvoldoende beoordeeld. Tegen deze beslissing heeft [appellant] administratief beroep ingesteld. Na een schikkingsgesprek heeft [appellant] zijn administratief beroep ingetrokken. [appellant] heeft zich vervolgens ingeschreven voor het studiejaar 2022-2023 en op 23 februari 2023 presentatiepanelen en een essay voor de herkansing van zijn afstudeeropdracht ingeleverd. De herkansing is niet beoordeeld. Op 7 mei 2023 heeft [appellant] een klacht ingediend, die bij beslissing van 20 juni 2023 is afgewezen. Deze beslissing is per abuis niet naar [appellant] gestuurd. Op 15 januari 2024 heeft [appellant] opnieuw een klacht ingediend. Bij beslissing van 15 februari 2024 is de beslissing van 20 juni 2023 gehandhaafd en is die beslissing alsnog naar [appellant] gestuurd. Hiertegen heeft [appellant] bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5466
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505046/1/A2

202404779/1/V1

Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5404
Datum uitspraak
11 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404779/1/V1

202407513/1/V3

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5406
Datum uitspraak
11 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407513/1/V3

202501689/1/V3

Bij besluit van 31 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5407
Datum uitspraak
11 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501689/1/V3

BRS.25.001295

Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5395
Datum uitspraak
11 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001295

BRS.25.001571

Bij besluit van 12 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5403
Datum uitspraak
11 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001571

BRS.25.001789

Bij besluit van 10 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5394
Datum uitspraak
11 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001789

202505469/1/A2

Het beroep is gericht tegen besluiten van 13 oktober 2025, waarbij de Kiesraad de onder nr. 422 geregistreerde aanduiding (ORDA) uit het register, bedoeld in artikel G1 van de Kieswet, heeft geschrapt en heeft bepaald dat de voor de registratie van de aanduiding betaalde waarborgsom van € 450,00 niet wordt terugbetaald. ORDA is bij brief van 23 oktober 2025 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 6 november 2025 moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5517
Datum uitspraak
11 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202505469/1/A2

202403299/1/V3

Bij besluit van 20 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5393
Datum uitspraak
10 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403299/1/V3

202406927/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan hem is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5397
Datum uitspraak
10 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406927/1/V1

202407743/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 13 december 2024 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister van Asiel en Migratie voor 30 juli 2025 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5398
Datum uitspraak
10 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407743/1/V1

202501633/1/V2

Bij besluit van 27 maart 2023, gewijzigd en aangevuld bij besluit van 9 december 2024, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5573
Datum uitspraak
10 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501633/1/V2

202501633/3/V2.

Bij besluit van 27 maart 2023, gewijzigd en aangevuld bij besluit van 9 december 2024, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5399
Datum uitspraak
10 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501633/3/V2.

202504978/1/V3

Bij besluit van 25 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5400
Datum uitspraak
10 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504978/1/V3

BRS.25.000404

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5376
Datum uitspraak
7 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000404

202502916/3/A2

Bij uitspraak van 30 juli 2025, in zaak nr. 202502916/2/A2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het verzoek om herziening van [opposant] tegen de uitspraak van de Afdeling van 25 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3875, afgewezen. In de uitspraak van 30 juli 2025, waartegen het verzet zich richt, heeft de Afdeling het herzieningsverzoek van [opposant] afgewezen omdat de aangevoerde wetenschappelijke inzichten volgens die uitspraak geen nieuwe feiten zijn die tot herziening van de uitspraak kunnen leiden. In verzet voert [opposant] allereerst aan dat de Afdeling in rechtsoverweging 4.1 van de uitspraak van 30 juli 2025 haar afwijzende oordeel baseert op een onjuiste wetstechnische interpretatie van artikel 8:119 van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5277
Datum uitspraak
7 november 2025
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202502916/3/A2

202406665/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5392
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406665/1/V1

202406791/2/R2

Bij besluit van 23 september 2024 heeft de raad van de gemeente Tilburg van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 6e herziening (Oud Lovenstraat)" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van 17 compacte woningen. [verzoekers] wonen aan de [locatie] en hun perceel grenst direct aan de voorziene woningen. Op dit moment is het gebied waar de woningen ontwikkeld moeten worden grasland. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat, in het bijzonder door geluids- en wateroverlast. Daarnaast betogen zij dat de toegangsweg niet berekend is op de voorziene toename van het verkeer, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.Honk Vastgoedontwikkeling B.V. is de initiatiefnemer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5380
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202406791/2/R2

202406934/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5391
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406934/1/V1

202406937/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5390
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406937/1/V1

202501151/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5379
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501151/1/V1

BRS.25.000967

Bij besluit van 9 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5269
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000967

BRS.25.000973

Bij besluit van 25 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellante om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5270
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000973

BRS.25.001032

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5271
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001032

BRS.25.001474 en BRS.25.001796

Bij besluiten van 18 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5388
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001474 en BRS.25.001796

BRS.25.001549 en BRS.25.001830

Bij besluit van 22 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5381
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001549 en BRS.25.001830

BRS.25.001551

Bij besluit van 28 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5282
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001551

BRS.25.001722

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5387
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001722

BRS.25.001768

Bij besluit van 7 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit geldt ook als een terugkeerbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5377
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001768

BRS.25.001835

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5389
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001835

202405526/1/A2

De Afdeling heeft in meerdere uitspraken, onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis, overwogen dat het overschrijden van de termijn van vier weken na ontvangst van de mededeling van de politie, die is opgenomen in artikel 131, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, niet betekent dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen onbevoegd is om een onderzoek naar de geschiktheid op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5591
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202405526/1/A2

202405829/1/A2

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen uitgaan van de juistheid van op ambtseed opgemaakte processen-verbaal. De bestuursrechter is in beginsel niet gebonden aan een sepot van de officier van justitie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5593
Datum uitspraak
6 november 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202405829/1/A2

202306919/1/V3

Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5256
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306919/1/V3

202307340/2/A2

Bij besluit van 30 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van [verzoeker] de aan hem uitbetaalde subsidievoorschotten ten bedrage van € 217.047,-, exclusief wettelijke rente, van hem teruggevorderd. Bij email van 2 september 2025 heeft het college [verzoeker] laten weten dat het een dwangbevel zal uitvaardigen dat op 4 september 2025 aan hem zal worden betekend. De betekening van het dwangbevel heeft op deze dag ook plaatsgevonden. In het dwangbevel is vermeld dat de betaling plaats dient te vinden binnen twee kalenderdagen en dat, als de betaling niet binnen die termijn plaatsvindt, overgegaan zal worden tot het leggen van executoriaal beslag op de woning van [verzoeker]. Ook is daarin vermeld dat dit kan betekenen dat de woning op korte termijn zal worden verkocht om de vordering die het college op [verzoeker] heeft te voldoen en dat de buitengerechtelijke incassokosten die daarmee samenhangen ook voor zijn rekening zullen komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5285
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202307340/2/A2

202404473/1/V1

Verzoekers hebben het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hen opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5288
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404473/1/V1

202406361/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5290
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406361/1/V1

202407786/1/V3

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5292
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407786/1/V3

202500809/1/V2

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die verblijfsvergunningen afgewezen, en een aanvraag om hun een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd of een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5294
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500809/1/V2

202501158/1/V3

Bij besluit van 29 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5295
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501158/1/V3

202502950/1/V1

Referent heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5297
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502950/1/V1

202503276/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5298
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503276/1/V1

202504248/1/V3

Bij besluit van 10 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5300
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504248/1/V3

202504250/1/V3

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5301
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504250/1/V3

202504251/1/V3

Bij besluit van 4 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5302
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504251/1/V3

202504253/1/V3

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5303
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504253/1/V3

202504255/1/V3

Bij besluit van 19 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5304
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504255/1/V3

202504256/1/V3

Bij besluit van 8 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5305
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504256/1/V3

202504309/2/R3

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de raad van de gemeente Waadhoeke het bestemmingsplan "Tzummarum – [locatie 1]-[locatie 2]" gewijzigd vastgesteld. Onder het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 2013" moest de co-mestvergistingsinstallatie ondergeschikt zijn aan het pluimveebedrijf. Het plan dat nu ter beoordeling staat, maakt het mogelijk om het pluimveebedrijf en de mestvergistingsactiviteiten afzonderlijk en zelfstandig te exploiteren. [verzoeker] en anderen betogen dat de raad ten onrechte stelt dat het plan geen uitbreiding van de vergistingsactiviteiten mogelijk maakt ten opzichte van de vorige planologische mogelijkheden. Zij voeren aan dat de voorwaarde van ondergeschiktheid in het vorige plan juist het knelpunt was waardoor de mestvergistingsinstallatie haar capaciteit niet kon uitbreiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5286
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202504309/2/R3

202505099/1/A2 en 202505099/2/A2

Bij beslissing van 20 mei 2025 heeft de examencommissie van de bachelor Rechtsgeleerdheid van de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht een verzoek van [appellant] om een individuele toetsvoorziening voor het vak Bestuursrecht afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht. Voor het vak Bestuursrecht moet een schriftelijke thuistoets worden gemaakt en een schriftelijke toets op locatie, die voor respectievelijk 40% en 60% meetellen voor het eindcijfer. Eerder in het studiejaar heeft [appellant] een 8 voor de schriftelijke thuistoets en een 2,8 voor de voor de toets op locatie gehaald. Als eindcijfer had hij een 4,9. In februari 2025 heeft hij deelgenomen aan een reparatietoets van de schriftelijke toets op locatie. Tijdens die toets kreeg [appellant] een paniekaanval die gepaard ging met hyperventilatie waardoor hij de toets niet normaal kon afronden. Hij heeft voor de toets een 3,6 behaald. Daarmee is zijn eindcijfer onvoldoende gebleven. In geschil is of de examencommissie het verzoek van [appellant] om een individuele toetsvoorziening voor het vak Bestuursrecht heeft mogen afwijzen op grond van artikel 2.8 van het Reglement examencommissie bachelor Rechtsgeleerdheid per 1 september 2024 en artikel 5.8 van de Onderwijs- en examenregeling bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid 2024-2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5252
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505099/1/A2 en 202505099/2/A2

BRS.25.001001

Bij besluit van 18 juli 2025 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5262
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001001

BRS.25.001033

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5273
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001033

BRS.25.001036

Bij besluit van 26 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5272
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001036

BRS.25.001595 en BRS.25.001596

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5276
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001595 en BRS.25.001596

202202341/1/R2

Bij besluit van 4 februari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland het verzoek van de Stichting om intrekking van de op 13 december 2016 aan Perkpolder Beheer B.V. verleende natuurvergunning voor het uitvoeren van de gebiedsontwikkeling Perkpolder, afgewezen. Deze procedure gaat over de verzoeken van de Stichting om intrekking van de natuurvergunning die op 13 december 2016 aan de rechtsvoorganger van Waterzande B.V. is verleend voor de gebiedsontwikkeling Perkpolder. Dat project omvat het realiseren van 250 woningen, een hotel en de aanleg van een golfbaan met 200 deeltijdwoningen, in de Perkpolder bij Walsoorden in de gemeente Hulst. In de natuurvergunning is bepaald: "Voor de aanlegfase is deze vergunning geldig tot en met 31 december 2024. Voor het in gebruik hebben van de gerealiseerde objecten is deze vergunning geldig voor onbepaalde tijd".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5310
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202202341/1/R2

202203702/1/R3

Bij besluit van 28 mei 2019 heeft het college de aanvraag van [appellant sub 2] om een omgevingsvergunning voor het in strijd met het bestemmingsplan parkeren van een toercaravan voor de duur van tien jaar op het perceel aan de [adres] in Oostvoorne afgewezen. [appellant sub 2] heeft op 25 februari 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd om in afwijking van het bestemmingsplan "Dorpsgebied Oostvoorne" voor een periode van tien jaar haar toercaravan te parkeren op een perceel aan de F.H.G. van Itersonlaan in Oostvoorne. Zij heeft in de aanvraag tevens aangegeven dat zij op het perceel wil kamperen. Bij besluit van 28 mei 2019 heeft het college de aanvraag van [appellant sub 2] afgewezen wegens strijd met het bestemmingsplan en omdat het college het vanuit ruimtelijk oogpunt wenselijk acht om het groene karakter van het perceel te behouden. Op 31 augustus 2021 heeft [appellant sub 2] een deel van haar perceel in eigendom overgedragen aan [adres]. Dit deel van het perceel is kadastraal aangeduid als gemeente Oostvoorne, sectie A, nummer 8782. Het resterende deel van het perceel is in eigendom van [appellant sub 2] gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5245
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202203702/1/R3

202203807/1/R3

Bij besluit van 31 augustus 2020 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het woongebouw op het perceel aan de [locatie] in Groningen in overeenstemming te brengen met de verleende omgevingsvergunning van 19 december 2014. Op 19 december 2014 heeft het college aan Camera een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een pand met twaalf studio’s op het perceel aan de [locatie] in Groningen. Het pand bestaat uit drie woonlagen met op elke woonlaag vier wooneenheden met een plat dak. Volgens de bouwtekening behorend bij het besluit van 19 december 2014 is de vergunning verleend voor een pand met een diepte van 15 m. Op 12 juni 2015 is het bouwwerk voltooid. Het gebouw is 9,95 m hoog. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek van omwonenden heeft een toezichthouder van de gemeente Groningen op 23 januari 2020 de locatie bezocht en geconstateerd dat het gebouw geen 15 m diep is, maar 17,15 m. Tegen de dwangsom heeft [appellant] bezwaar ingediend. Op 31 december 2020 heeft Stichting Brick One het gebouw in eigendom gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5331
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203807/1/R3

202203812/1/R3

Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wierden het handhavingsverzoek van [appellant] met betrekking tot de bouw van verschillende recreatiewoningen op het bungalowpark "Hoge Hexel" aan de Bruine Hoopsweg 6a in Hoge Hexel afgewezen. Op 25 oktober 2007 is een bouwvergunning verleend voor de bouw van 13 recreatiewoningen op het bungalowpark "Hoge Hexel" aan de Bruine Hoopsweg 6a in Hoge Hexel. Op verzoek van de vergunninghouder is diverse keren en voor verschillende van de 13 woningen een gewijzigde omgevingsvergunning verleend. Deze vergunningen zijn in rechte onaantastbaar geworden. Op de bouwtekeningen behorende bij de vergunningen is een rekenkundige nullijn geplaatst bij de lijn die de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer aangeeft. [appellant] is eigenaar van de percelen, kadastraal bekend als I 7082, I 7031 en I 7137, die grenzen aan de percelen waarop de vergunde recreatiewoningen zijn gebouwd. Hij heeft het college op 9 september 2020 verzocht om handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5337
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203812/1/R3

202203959/1/A3

Bij besluit van 12 januari 2017 heeft het college een last onder dwangsom aan Stromma opgelegd vanwege het zonder vergunning innemen van een ligplaats met een bedrijfsvaartuig. Stromma is eigenaar van de Pareen, een dekschuit met opbouw, afgemeerd aan de kade van de Singelgracht ter hoogte van het adres Marnixstraat 210 in Amsterdam. Op 16 augustus 2010 is door inspecteurs van Waternet geconstateerd dat er een nieuwe opbouw op de Pareen is geplaatst. Op 6 april 2011 zijn twee inspecteurs van Waternet aan boord van de Pareen geweest. De inspecteurs constateerden dat in de nieuwe opbouw een keukentje, bureau met computer, kluisjes voor de medewerkers, een douche en toiletten aanwezig zijn. Op basis van die constatering heeft het college geconcludeerd dat de Pareen moet worden aangemerkt als een bedrijfsvaartuig. Omdat de Pareen de daarvoor vereiste ligplaatsvergunning niet heeft, is sprake van een overtreding van artikel 2.4.1, eerste lid, van de Verordening op het binnenwater 2010.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5340
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203959/1/A3

202205821/1/R4

Bij besluit van 6 mei 2021 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (nu: de minister van Klimaat en Groene Groei) het verzoek van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden wegens overlast van laagfrequent geluid afgewezen. [appellant A] en [appellant B] woonden ten tijde van het verzoek op ongeveer 2 km afstand van de ondergrondse gasopslag Norg. Voor de exploitatie van deze gasopslag heeft de minister aan de NAM bij besluit van 7 april 2011 een omgevingsvergunning verleend. [appellant A] en [appellant B] hebben de minister verzocht om handhavend op te treden vanwege overlast van laagfrequent geluid. Zij willen dat de minister de geluidsoverlast beoordeelt met behulp van een dB(C) weging of met toepassing van een ongewogen dB(Z) registratie. De minister heeft het verzoek afgewezen omdat uit de geluidsvoorschriften bij de omgevingsvergunning volgt dat het geluidsniveau wordt gemeten met een dB(A) weging en een overtreding van die geluidsvoorschriften is niet geconstateerd. De rechtbank heeft overwogen dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake was van een overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5341
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202205821/1/R4

202300038/1/R1

Bij besluit van 17 september 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas bestuur aan [appellant] een maatwerkvoorschrift opgelegd dat inhoudt dat hij verschillende obstakels van zijn perceel [locatie] in [woonplaats] moet verwijderen en verwijderd houden. Het perceel is in eigendom van [appellant]. Het perceel grenst aan de Aa. Het dagelijks bestuur heeft geconstateerd dat verschillende obstakels, te weten een heg, overige beplanting, een stapel dakpannen en boomkonten, in de beschermingszone van de Aa liggen. Dit is volgens het dagelijks bestuur in strijd met artikel 3.1 van de Keur Waterschap Aa en Maas 2015. Het dagelijks bestuur wil deze obstakels verwijderd hebben om genoeg ruimte te krijgen voor onderhoud. Het dagelijks bestuur heeft daarom aan [appellant] een maatwerkvoorschrift opgelegd. Het maatwerkvoorschrift verplicht [appellant] om uiterlijk op 1 december 2020 genoemde obstakels op het perceel te verwijderen en verwijderd te houden uit de beschermingszone van de Aa. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat naleven van het maatwerkvoorschrift, zonder dat daar financiële compensatie tegenover staat, leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op zijn eigendom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5338
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300038/1/R1

202300595/1/A3

Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring van betrouwbaarheid afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag ingediend om afgifte van een verklaring van betrouwbaarheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, omdat hij wil werken als alarminstallateur. Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef deze aanvraag afgewezen, omdat uit het Justitiëel Documentatiesysteem blijkt dat op 23 september 2021 een zaak tegen [appellant] is geseponeerd op de grond ‘door feiten of gevolgen getroffen’. [appellant] werd ervan verdacht tijdens zijn werkzaamheden als politieagent een bepaald bedrag aan contant geld voor eigen gebruik te hebben achtergehouden. In het JDS staat hierover vermeld dat [appellant] op 15 januari 2020 is aangehouden op verdenking van verduistering in persoonlijke dienstbetrekking. De korpschef heeft het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 19 januari 2022 bij besluit van 11 april 2022 ongegrond verklaard. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de korpschef de toestemming mocht weigeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5317
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202300595/1/A3

202301766/1/A2

Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland de aan SuWoTec verleende subsidie ingetrokken en een bedrag van € 71.672,00 aan uitbetaalde voorschotten teruggevorderd. Op 19 februari 2018 heeft SuWoTec een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de Subsidieregeling Kennis en Innovatie 2018. Het doel van de KEI 2018 is het stimuleren van kennisontwikkeling, op het gebied van technologische innovatie, organisatie-innovatie of marktinnovatie bij het midden- en kleinbedrijf in de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De aanvraag van SuWoTec zag op detachering in de organisatie van hooggekwalificeerd personeel, in dit geval [persoon]. Aan het besluit om de subsidieverlening in te trekken en de uitbetaalde voorschotten terug te vorderen heeft SNN ten grondslag gelegd dat de activiteiten niet zijn uitgevoerd in overeenstemming met het doel of de voorschriften van de KEI 2018. Het project waarvoor de subsidie is verleend, is niet uitgevoerd in overeenstemming met de door SuWoTec op 23 maart 2018 gegeven toelichting. [persoon], die bij SuWoTec gedetacheerd is geweest, heeft zijn kennis namelijk niet gedeeld met nieuw aangenomen medewerkers. In de projectperiode, die liep van 2 april 2018 tot 31 maart 2020, zijn geen nieuwe medewerkers aangenomen. Dit had SuWoTec wel moeten doen, om zo kennisoverdracht mogelijk te maken, aldus SNN.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5345
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202301766/1/A2

202302077/1/A3

Bij besluit van 17 februari 2020 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] medegedeeld dat zij ten onrechte een ingebrekestelling heeft ingediend. Op 2 december 2019 heeft [appellante] een verzoek ingediend bij de Dienst Toeslagen om toezending van alle correspondentie, betaaloverzichten en aanvragen met betrekking tot haar kinderopvangtoeslag voor het jaar 2016. Op 5 februari 2020 heeft [appellante] een ingebrekestelling verstuurd aan de Dienst Toeslagen, omdat zij op dat moment nog niet de door haar gevraagde stukken had ontvangen. De Dienst Toeslagen heeft [appellante] op 17 februari 2020 medegedeeld dat zij deze ingebrekestelling ten onrechte heeft verstuurd. Hiertegen heeft [appellante] bezwaar gemaakt. De Dienst Toeslagen heeft het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat het verstrekken van een dossier geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat dit een feitelijke handeling is die niet gericht is op een rechtsgevolg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5350
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202302077/1/A3

202302138/1/R1

Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft het college aan [appellante sub 2] een last onder dwangsom opgelegd voor diverse overtredingen op het perceel gelegen aan de Duikerskampweg ongenummerd in Ingen. [appellante sub 2] heeft een boomkwekerij op het perceel. Naar aanleiding van controles door een toezichthouder van de omgevingsdienst Rivierenland op het perceel heeft het college zich op het standpunt gesteld dat [appellante sub 2] in strijd met het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied 2012" en zonder omgevingsvergunning het perceel heeft opgehoogd door het aanbrengen van een oppervlakteverharding, (laan)bomen inclusief bijbehorende tonkinstokken heeft aangeplant en beplanting in de teeltvrije zone heeft aangebracht. Hiermee handelt [appellante sub 2] volgens het college in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang bezien met onder meer de artikelen 24.4.1 en 28.4.1 van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5158
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302138/1/R1

202302715/1/R1

Bij besluit van 21 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Buren aan [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd voor diverse overtredingen op het perceel gelegen aan de Hogebrinksestraat ongenummerd, gelegen nabij nummer 8 in Lienden. [appellant sub 1] heeft een boomkwekerij op het perceel. Naar aanleiding van handhavingsverzoeken van de Stichting heeft een toezichthouder van Omgevingsdienst Rivierenland controles uitgevoerd op het perceel. Naar aanleiding van deze controles heeft het college geconstateerd dat [appellant sub 1] zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied 2012" op het perceel oppervlakteverharding en beplanting heeft aangebracht. Hierdoor handelt [appellant sub 1] volgens het college in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang bezien met onder meer de artikelen 24.4.1 en 28.4.1 van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5159
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302715/1/R1

202302812/1/R1

Bij besluit van 30 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Buren aan [appellant sub 2] een last onder dwangsom opgelegd voor diverse overtredingen op het perceel gelegen aan de Luchtenburg met de kruising Rijnstraat in Ingen. [appellant sub 2] heeft een boomkwekerij op het perceel. Naar aanleiding van een verzoek van de Stichting om handhavend op te treden tegen overtredingen op het perceel, heeft een toezichthouder van de omgevingsdienst Rivierenland een controle uitgevoerd bij het perceel. Het college heeft geconstateerd dat [appellant sub 2] zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied 2012" op het perceel een oppervlakteverharding van stelconplaten heeft aangebracht, een nieuwe uitrit heeft gemaakt en (laan)bomen inclusief bijbehorende tonkinstokken heeft aangeplant in een teeltvrije zone. Hiermee handelt [appellant sub 2] volgens het college in strijd met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang bezien met onder meer de planregels en de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente Buren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5161
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302812/1/R1

202302860/1/A3

Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft de burgemeester van Schiedam aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft de dwangsom opgelegd omdat hij artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 heeft overtreden. Op grond van die bepaling is het verboden om zich op de openbare weg te bevinden of in een voertuig te bevinden met het kennelijke doel om in drugs te handelen. Uit de bestuurlijke rapportage van 27 juli 2020 volgt dat politieagenten op [datum] 2020 om 01:45 uur twee personen hebben gezien in een geparkeerde auto op een parkeerplaats waarover vaker meldingen zijn gedaan van overlast. [wederpartij] zat naast de bestuurder op de bijrijdersstoel van de geparkeerde auto. Naast de auto waarin [wederpartij] zich bevond, stond zijn eigen auto. Na het vaststellen van de identiteit van de inzittenden, herkennen de politieagenten [wederpartij] van een eerdere briefing, omdat [wederpartij] in meerdere registraties in verband wordt gebracht met drugshandel. In de auto hing een henneplucht. De politieagenten hebben vervolgens een controle uitgevoerd en in de auto waarin [wederpartij] en de andere persoon zaten, verschillende soorten verdovende middelen gevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5330
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302860/1/A3

202303006/1/R2

Bij besluit van 30 augustus 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland het verzoek van de Stichting om handhavend op te treden tegen Waterzande B.V. afgewezen. Het college heeft op 13 december 2016 aan Perkpolder Beheer B.V., de rechtsvoorganger van Waterzande B.V., een natuurvergunning verleend voor de uitvoering van de gebiedsontwikkeling Perkpolder. Het project omvat het realiseren van 250 woningen, een hotel en de aanleg van een golfbaan met 200 deeltijdwoningen, in de Perkpolder bij Walsoorden, gemeente Hulst. De Stichting heeft het college op 29 april 2021 verzocht om handhavend op te treden tegen de werkzaamheden in de Perkpolder, zolang de gevolgen van het project voor de ontpolderde Noorddijkpolder niet passend zijn beoordeeld. Het college heeft het verzoek afgewezen en het bezwaar daartegen ongegrond verklaard. Het college en Waterzande B.V. betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het verzoek te beperkt heeft opgevat en het verzoek ook had moeten aanmerken als verzoek om een passende maatregel te nemen in de vorm van het opstellen van een passende beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5313
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202303006/1/R2

202303539/1/R2

Bij besluit van 30 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk verleend aan [partij] voor het realiseren van een carport en het moderniseren van de voorgevel/zijgevel aan de [locatie 1] in Rijsbergen. [partij] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] in Rijsbergen. Hij heeft een omgevingsvergunning gevraagd om een carport te realiseren en zijn voor- en zijgevel te moderniseren. Het college heeft hiervoor in eerste instantie een omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.10 van de Wabo. [appellant] woont aan de [locatie 2] en is het niet eens met het verlenen van de omgevingsvergunning. Hij vreest voor een vermindering van zijn uitzicht en een beperking van het zonlicht in zijn woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5314
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303539/1/R2
vorige pagina1...414243...1.258volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon