Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.893
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202303845/1/A3

Bij besluit van 24 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de kosten voor toepassing van bestuursdwang om een zeecontainer te verwijderen vastgesteld op € 9.552,95 en [appellant] meegedeeld dat deze kosten op hem worden verhaald. Op 5 oktober 2020 heeft een gemeentelijk toezichthouder geconstateerd dat een zeecontainer zonder vergunning op de weg was geplaatst ter hoogte van de Jupiterkade 36 te Den Haag. Dit is in strijd met artikel 2:10, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de Gemeente Den Haag. Omdat de eigenaar niet achterhaald kon worden heeft het college een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang tot verwijdering van de zeecontainer genomen en dit besluit in het Gemeenteblad van 2 december 2020 bekend gemaakt. Op 30 december 2020 heeft het college, nadat door een gemeentelijk toezichthouder was geconstateerd dat de zeecontainer nog steeds op de openbare weg was geplaatst, de zeecontainer verwijderd. Op 18 juni 2021 heeft [appellant] zich via zijn gemachtigde als eigenaar gemeld en verzocht de zeecontainer aan hem terug te geven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4167
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303845/1/A3

202303852/1/A2

Bij besluit van 15 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is gediagnostiseerd met schizofrenie en is bekend met verslavingsproblematiek. Hiervoor is hij behandeld en ook is hij hiervoor opgenomen geweest. [appellant] is vanwege zijn medische problematiek in 2015 weer bij zijn ouders gaan wonen in Amsterdam. Vanwege zijn medische problematiek en de wrijving die hierdoor ontstaat met zijn ouders hebben de ouders van [appellant] aangegeven dat hij niet meer bij hen in huis kan wonen. [appellant] heeft daarom op 29 januari 2021 een urgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft de urgentieverklaring afgewezen op grond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder b, en het vierde lid, van de Huisvestingsverordening 2020 (hierna: de verordening). Volgens het college is niet gebleken van een urgent huisvestingsprobleem omdat [appellant] bij zijn ouders en op diverse andere plekken kan wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4157
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303852/1/A2

202303947/1/A2

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een medisch onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Het CBR heeft het besluit van 4 maart 2021 genomen op basis van het vermoeden dat [appellant] niet over de vereiste rijgeschiktheid beschikt. Aan dat besluit is een proces-verbaal van de politie van 15 december 2020 ten grondslag gelegd. In dat proces-verbaal is onder meer vermeld dat de politie heeft waargenomen dat [appellant] gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond en zich gedurende de staandehouding verward heeft gedragen. Volgens de rechtbank heeft [appellant] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat niet van het proces-verbaal kan worden uitgegaan. Verder heeft het CBR zich op het standpunt kunnen stellen dat op grond van zijn gedragingen het vermoeden bestond dat deze het gevolg zijn van onvoldoende geestelijke geschiktheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het CBR [appellant] terecht een medisch onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4148
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202303947/1/A2

202304066/1/R3

Bij besluit van 1 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan Herbel Beleggingen een omgevingsvergunning verleend voor de herontwikkeling van het Grand Hotel Central op het perceel Kruiskade 12 in Rotterdam. Het Grand Hotel Central heeft cultuurhistorische waarde omdat het één van slechts twee panden in het centrum van Rotterdam is die het bombardement van 14 mei 1940 hebben overleefd. Herbel wil dit hotel herontwikkelen. Het hotel zal worden gesloopt, maar de voorgevel zal worden behouden. Het bestaande hotelvolume zal worden herbouwd en door verhoging zal een nieuw volume worden toegevoegd. Het hotel zal ongeveer 56 m hoog worden. Het toegevoegde volume zal aan de straatzijde 5 m terugspringen en zich voegen in het patroon van andere blokken tussen de Lijnbaan en Coolsingel. Het hotel zal 245 kamers krijgen. Op de begane grond komt een los te exploiteren restaurant. Herbel heeft hiervoor een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De Stichting is het niet eens met de omgevingsvergunning. Volgens de Stichting gaan met het bouwplan de cultuurhistorische waarden van het pand verloren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4171
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304066/1/R3

202304928/4/A3

Bij drie brieven, ingekomen op 3 september 2024, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.H.M. van Altena, mr. C.H. Bangma en mr. M. den Heyer, als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202304928/1/A3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4181
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304928/4/A3

202305083/1/R1

Bij besluit van 7 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan het Project Management Bureau van de gemeente Amsterdam een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het Amsterdam Museum op de locatie Kalverstraat 92 in Amsterdam, ook wel aangeduid als het voormalige Burgerweeshuis. Het Burgerweeshuis is een historisch gebouwencomplex in het centrum van Amsterdam, dat in 1970 is aangewezen als rijksmonument. In de periode 1962-1975 is het complex verbouwd/gerestaureerd naar het ontwerp van de architecten Van Kasteel en Schipper, waarbij onder meer de Schuttersgalerij is gerealiseerd, en bestemd tot museumgebouw. Sinds 1975 is het Amsterdam Museum, voorheen bekend als het Amsterdams Historisch Museum, gevestigd in het Burgerweeshuis. Het bouwplan betreft de verbouwing van het Amsterdam Museum. Het bouwplan voorziet onder meer in twee nieuwe museumzalen ten behoeve waarvan de Schuttersgalerij, ook wel aangeduid als de museumstraat, wordt gesloopt en de gebouwdelen A en E, weergegeven op voorgaande afbeelding, worden samengevoegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4168
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305083/1/R1

202305799/1/R1

Bij brief van 12 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de garage op het perceel [locatie 1] in Muiderberg buiten behandeling gelaten. Het college heeft aan [vergunninghouder] op 24 augustus 2017 een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van een boom vanwege het bouwen van een garage op het perceel. Ook heeft het college op 13 februari 2018 een omgevingsvergunning verleend voor het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een garage op het perceel. Deze vergunningen zijn onherroepelijk. [appellant] woonde ten tijde van het instellen van het (hoger) beroep aan de [locatie 2] in Muiderberg. Inmiddels woont hij aan het [locatie 3] in Muiderberg. [appellant] heeft het college op 30 mei 2022 verzocht om handhavend op te treden tegen de garage op het perceel. Het college heeft met de brief van 12 juli 2022 dat verzoek buiten behandeling gelaten, omdat [appellant] geen belanghebbende is bij zijn verzoek om handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4142
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305799/1/R1

202306023/4/A3

Bij drie brieven, ingekomen op 3 september 2024, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.H.M. van Altena, mr. C.H. Bangma en mr. M. den Heyer, als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202306023/1/A3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4182
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306023/4/A3

202306979/1/A3

Bij besluit van 22 maart 2022 heeft de burgemeester van Alkmaar de aanvraag van [appellante] om een evenementenvergunning buiten behandeling gesteld. [appellante] heeft op 15 december 2021 een aanvraag ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het op 27 april 2022 organiseren van het evenement Oranje Koningsdag 2022 op het terrein P8 en P9 van het AFAS Stadion te Alkmaar. Op 25 februari 2022 heeft zij ook gevraagd het evenement te mogen houden op Koningsnacht. Op verzoek van de burgemeester heeft [appellante] op 7 maart 2022 aanvullende stukken ingediend. Op 15 maart 2022 heeft de burgemeester het voornemen kenbaar gemaakt de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat de aangeleverde stukken onvoldoende en onvolledig waren. [appellante] kreeg tot uiterlijk 17 maart 2022 de tijd om de ontbrekende stukken aan te leveren maar heeft dit niet gedaan, waarna de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling is gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4166
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306979/1/A3

202307209/1/V6

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [wederpartij] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [wederpartij] heeft de Syrische nationaliteit. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De reden daarvoor is dat volgens de staatssecretaris ernstige vermoedens bestaan dat [wederpartij] een gevaar vormt voor de openbare orde. [wederpartij] heeft de Syrische nationaliteit. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De reden daarvoor is dat volgens de staatssecretaris ernstige vermoedens bestaan dat [wederpartij] een gevaar vormt voor de openbare orde. Waarom het concreet gaat is dat tegen [wederpartij] op 15 januari 2019 een strafbeschikking is uitgevaardigd wegens handelen in strijd met artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994, waarbij aan [wederpartij] een rijontzegging van twee maanden is opgelegd en een geldboete van € 150,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4161
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202307209/1/V6

202401517/1/R3

Bij besluit van 12 december 2023 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Vrijstaande woning Schenkeldijk ong. Strijen" vastgesteld. Het plan voorziet in een vrijstaande woning met tuin aan de [locatie] (ong) in Strijen. [appellant A] en [appellant B] wonen naast de locatie waar de woning is voorzien. Zij zijn van mening dat het plan leidt tot een aantasting van het landschap en negatieve gevolgen heeft voor hun woon- en leefklimaat. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de vaststelling van het plan. [appellant A] en [appellant B] betogen dat het plan leidt tot een aantasting van het landschap. Zij voeren aan dat het plan is vastgesteld in strijd met de artikelen 6.9 en 6.9a van de Omgevingsverordening Zuid-Holland en de gemeentelijke Omgevingsvisie waarin is opgenomen dat inbreiding voor uitbreiding hoort te gaan en de openheid en het waardevolle landschap behouden moeten worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4176
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401517/1/R3

202401694/6/A3

Bij drie brieven, ingekomen op 3 september 2024, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.H.M. van Altena, mr. C.H. Bangma en mr. M. den Heyer, als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202401694/1/A3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4183
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401694/6/A3

202401698/5/A3

Bij drie brieven, ingekomen op 3 september 2024, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.H.M. van Altena, mr. C.H. Bangma en mr. M. den Heyer, als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202401698/1/A3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4184
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401698/5/A3

202401818/1/A2

Bij besluit van 12 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is gediagnostiseerd met een autismespectrumstoornis en daarnaast is bij hem depressiviteit, een burn-out en een angststoornis vastgesteld. De medische klachten zorgen ervoor dat hij onder meer zeer gevoelig is voor geluiden en drukte. Vanwege zijn medische klachten zag hij zich genoodzaakt om in 2018 terug te verhuizen naar de woning van zijn ouders in de gemeente Velsen. Omdat [appellant] in deze woonsituatie ook veel last heeft van zijn medische problemen en deze situatie bovendien te zwaar werd voor zijn ouders, heeft hij vervolgens in een aantal gemeenten, waaronder de gemeente Bloemendaal, een urgentieverklaring aangevraagd om een zelfstandige woonruimte te krijgen in de buurt van zijn ouders, zodat zij aan hem mantelzorg kunnen blijven verlenen. Met een bij besluit van 15 november 2020 verleende urgentieverklaring van de gemeente Bloemendaal heeft [appellant] een zelfstandige woonruimte toegewezen gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4175
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401818/1/A2

202404052/1/R3

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Den Haag het bestemmingsplan "Brasserskade 2023" vastgesteld. Het bestemmingsplan beoogt op een terrein van Defensie aan de Brasserskade in Den Haag een nieuw gebouw mogelijk te maken voor de landelijk eenheid van de Nationale Politie die belast is met het bewaken en beveiligen van leden van het Koninklijk Huis, politici, en vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen. Dit gebouw is bedoeld voor trainingsruimten, waaronder een schietbaan, voor overdekte stalling van materieel, voor slaapgelegenheid en administratieve werkplekken voor de medewerkers van de eenheid. Ook is een open parkeerterrein voor reguliere motorvoertuigen voorzien. Na de vaststelling van het bestemmingsplan door de raad heeft het college omgevingsvergunning verleend voor het gebouw. [appellant] en anderen wonen allen aan de Henricuskade, tegenover het plangebied. Zij vrezen nadelige gevolgen voor hun woon- en leefklimaat als gevolg van het plan en het vergunde gebouw te ondervinden en hebben daarom beroep tegen het plan en de verleende omgevingsvergunning ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4170
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404052/1/R3

202402848/1/V2

Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4124
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402848/1/V2

202405496/1/V3

Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4125
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405496/1/V3

202405507/1/V3

Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4126
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405507/1/V3

202405675/2/V2

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opnieuw ambtshalve geweigerd om de vreemdeling krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4127
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405675/2/V2

202405923/1/V3 en 202405923/2/V3

Bij besluiten van 23 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4128
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405923/1/V3 en 202405923/2/V3

202406223/1/V3 en 202406223/2/V3

Bij besluit van 26 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4131
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406223/1/V3 en 202406223/2/V3

202406225/1/V3

Bij besluit van 2 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4132
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406225/1/V3

BRS.24.000167

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4118
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000167

BRS.24.000268

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4117
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000268

202402553/3/A3

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op een verzoek op grond van de Wet open overheid van [appellant]. [appellant] heeft het college op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van alle stukken en correspondentie over een door de gemeente Utrecht aan [consultancybureau] verstrekte opdracht. [consultancybureau] is een consultancybureau dat door de gemeente is ingesteld in een juridisch conflict tussen de gemeente Utrecht en [appellant]. [appellant] is het er niet mee eens dat het college als gevolg van zijn Woo-verzoek ook de adresgegevens van zijn pand en van de omliggende panden openbaar maakt. Hij is gedurende het conflict met de gemeente een groot aantal juridische procedures tegen de gemeente gestart, waardoor hij recht heeft op hoge bedragen aan dwangsommen van de gemeente. Als het adres van zijn pand en van de omliggende panden openbaar wordt gemaakt, dan kan een verband tussen hem en deze hoge dwangsommen worden gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5327
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402553/3/A3

202202085/1/V1

Bij besluit van 28 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4114
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202085/1/V1

202404089/1/V3

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4115
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404089/1/V3

202405423/1/V3

Bij besluit van 12 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4116
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405423/1/V3

202406028/2/V3

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4122
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406028/2/V3

202406158/1/V3 en 202406158/2/V3

Bij besluit van 9 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4133
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406158/1/V3 en 202406158/2/V3

202406224/1/V3

Bij besluit van 2 augustus 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4134
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406224/1/V3

202301503/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 januari 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 4 mei 2022 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de burgemeester het bezwaar tegen het besluit van 15 januari 2022, waarbij een noodbevel is uitgevaardigd, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4327
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202301503/1/A3

202302216/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 7 maart 2023 waarbij de rechtbank [appellant] niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beroep tegen het besluit van 31 maart 2021. In dat besluit heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bezwaar tegen het besluit van 10 juli 2020, waarbij besloten is tot onttrekking van wegen aan het openbaar verkeer, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen procesbelang heeft. [appellant] heeft in beroep geen gronden aangevoerd over de vraag of de raad kon besluiten tot onttrekking van wegen aan het openbaar verkeer. Het beroep van [appellant] is gericht tegen de sloop van het Waddenwegviaduct en de wijze waarop de bestemmingsplannen tot stand zijn gekomen. Deze kwestie kan [appellant] volgens de rechtbank niet alsnog in deze procedure aan de rechtbank voorleggen. De rechtbank heeft [appellant] niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank door de niet-ontvankelijkverklaring zijn beroep ten onrechte niet inhoudelijk heeft behandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4236
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202302216/1/A3

202303135/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 maart 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellanten] tegen het besluit van 10 februari 2022 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het bezwaar tegen het besluit van 17 december 2021, waarbij een aanvraag om een parkeervergunning voor bewoners is afgewezen, ongegrond verklaard. [appellanten] wonen met hun drie volwassen kinderen op het adres [locatie] te Amsterdam. Dit adres, gelegen in stadsdeel Nieuw-West, kent een maximum van twee bewonersvergunningen per adres. De bewoners beschikken over drie garageboxen in het vergunningengebied. Uit het bestemmingsplan volgt dat dit stallingsplaatsen zijn en bestemd voor stalling van auto's. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat de Parkeerverordening 2013 (hierna: Parkeerverordening) voorschrijft dat stallingsplaatsen dienen te worden afgetrokken van het aantal te verlenen vergunningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4232
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303135/1/A3

202303730/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 19 april 2023, waarbij de voorzieningenrechter van de rechtbank (hierna: de rechtbank) het door [appellant] gedane verzoek om een voorlopige voorziening heeft afgewezen en het ingestelde beroep tegen de besluiten van 6 april 2023 en 13 april 2023 ongegrond heeft verklaard. In die besluiten heeft de burgemeester van Den Haag aan [appellant] een huis- en contactverbod opgelegd en verlengd. De burgemeester heeft aan [appellant] een huisverbod opgelegd, dat gold van 6 april 2023 (14:51 uur) tot en met 16 april 2023 (14:51 uur), ter zake van de woning aan de [locatie] te Den Haag. Het huisverbod omvatte tevens een contactverbod met de op dat adres woonachtige achterblijfster en de drie minderjarige kinderen van [appellant] en achterblijfster.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4233
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202303730/1/A3

202304126/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 mei 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 5 april 2022 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de burgemeester van Den Helder het bezwaar tegen de besluiten van 11 december 2021 en 21 december 2021, waarbij aan [appellant] een gebiedsverbod is opgelegd en uitgebreid, ongegrond verklaard. De burgemeester heeft op basis van een proces-verbaal van de politie, waaruit blijkt dat [appellant] zeer regelmatig bij de politie in beeld is gekomen vanwege het veroorzaken van ernstige vormen van overlast, besloten aan [appellant] een gebiedsverbod op te leggen voor de duur van drie maanden. De burgemeester heeft vervolgens besloten het gebiedsverbod uit te breiden. [appellant] betwist de inhoud en totstandkoming van de bestuurlijke rapportage die aan de besluitvorming ten grondslag is gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4234
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304126/1/A3

202302762/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4042
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302762/1/V1

202303266/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.J. Verwers, advocaat in Wageningen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 26 april 2023 in zaak nr. NL23.4155.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4043
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303266/1/V1

202400775/2/V1

Bij uitspraak van 12 juli 2024 heeft de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 januari 2024 in zaak nr. 23/3802 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4105
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Verzet
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400775/2/V1

202405000/1/V1

Bij brief van 20 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen te kennen gegeven dat hij de bemiddeling door de Dienst Terugkeer & Vertrek als beëindigd beschouwt en het verzoek om bemiddeling niet verder in behandeling neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4106
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405000/1/V1

202405011/2/R4

Bij besluiten van 19 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg aan LRE twee lasten onder dwangsom opgelegd vanwege het opslaan van gevaarlijke afvalstoffen op de locaties Lage Kanaaldijk 115 in Maastricht en Kranenpool 2 in Brunssum. LRE is eigenaar van deze locaties. Bij diverse controles in 2023 is volgens het college geconstateerd dat op deze percelen grote hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen (1.500 ton onderscheidenlijk 780 ton) werden opgeslagen, zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning en zonder dat werd voldaan aan artikel 2.9 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij de besluiten van 19 oktober 2023 heeft het college vermeld dat LRE dit bijvoorbeeld kan doen door alle aanwezige gevaarlijke afvalstoffen af te voeren naar een erkende verwerker, het water in de kelders waarin de afvalstoffen hebben gelegen af te voeren naar een erkende verwerker en geen nieuwe afvalstoffen aan te voeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4111
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405011/2/R4

202405859/2/V2

Bij besluiten van 6 januari 2022 en 14 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4107
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405859/2/V2

202406028/1/V3

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4108
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406028/1/V3

202406051/2/V1

Bij besluit van 16 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4109
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406051/2/V1

202406083/2/V1

Bij besluit van 21 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4110
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406083/2/V1

202406117/1/V3 en 202406117/2/V3

Bij besluit van 2 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4112
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406117/1/V3 en 202406117/2/V3

202406184/1/V3 en 202406184/2/V3

Bij besluit van 21 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4121
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406184/1/V3 en 202406184/2/V3

202402005/2/R2

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Ommuurde tuin, kasteel Gemert" (hierna: het plan) gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 19 december 2023 heeft het college aan BL Huisvesting B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het restaureren van een tuinmuur, de reconstructie van een kas en het bouwen van 13 patiowoningen aan de Geestlaan 10 tot en met 34 (even) in Gemert. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4098
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402005/2/R2

202404710/2/R4

Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede aan [verzoekster] een omgevingsvergunning verleend voor een uitbreiding van haar vleeskalverenhouderij aan de [locatie] in Lunteren. [verzoekster] exploiteert een vleeskalverenhouderij aan de [locatie] in Lunteren. Op 6 januari 2022 heeft hij een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor uitbreiding van deze inrichting met een nieuwe stal en uitbreiding van het aantal vleeskalveren in de inrichting tot 1.418 dieren. Het college heeft de omgevingsvergunning bij het besluit van 22 augustus 2022 verleend. De omgevingsvergunning heeft betrekking op het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo) en het oprichten en in werking hebben van een inrichting (artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4053
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404710/2/R4

202405969/2/V2

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4102
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405969/2/V2

202406029/1/V3 en 202406029/2/V3

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4120
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406029/1/V3 en 202406029/2/V3

202406087/1/V3 en 202406087/2/V3

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4103
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406087/1/V3 en 202406087/2/V3

202406116/1/V3 en 202406116/2/V3

Bij besluit van 28 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4104
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406116/1/V3 en 202406116/2/V3

BRS.24.000131

Bij besluit van 23 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4038
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000131

BRS.24.000140

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4039
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000140

BRS.24.000158

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4040
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000158

BRS.24.000226

Bij besluit van 19 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4044
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000226

202303082/1/R3

Het college van burgemeester en wethouders van Katwijk heeft een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van twee bootoverkappingen ter hoogte van de percelen van [locatie 1] en [locatie 2] in Valkenburg

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4119
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303082/1/R3

202405540/2/R4

De NAM wil aardgas winnen op de mijnbouwlocatie Ternaard in de gemeente Noardeast-Fryslân en dat aardgas transporteren naar een gasbehandelingsinstallatie in Moddergat. De NAM heeft tien aanvragen gedaan voor de nodige vergunningen voor de realisatie van de productiefaciliteit en transportleidingen en de uitbreiding van de installatie in Moddergat. De activiteiten worden gezamenlijk aangeduid als het project Gaswinning Ternaard. Er zijn nog geen besluiten op die aanvragen bekendgemaakt. De NAM heeft al een keer eerder beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op haar aanvragen. Bij uitspraak van 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:365, heeft de Afdeling dat beroep gegrond verklaard en de destijds bevoegde staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat opgedragen om vóór 1 april 2024 de besluiten op de tien aanvragen voor het project Gaswinning Ternaard op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4045
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202405540/2/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202405540/2/R4

202400208/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4048
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400208/1/V1

202400351/1/V1

Bij besluit van 24 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4035
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400351/1/V1

202402468/1/V2

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4049
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402468/1/V2

202404843/2/R3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem het wijzigingsplan "Hof Noordeinde Roelofarendsveen" vastgesteld. De bestreden besluiten van het college van 18 juni 2024 maken de bouw van 20 woningen mogelijk achter het Noordeinde 96 in Roelofarendsveen. Heembouw Wonen en Heevas B.V. zijn de initiatiefnemers van de ontwikkeling. De bestreden besluiten van het college van 18 juni 2024 maken de bouw van 20 woningen mogelijk achter het Noordeinde 96 in Roelofarendsveen. Heembouw Wonen en Heevas B.V. zijn de initiatiefnemers van de ontwikkeling. [verzoeker] en anderen zijn het niet eens met deze besluiten en hebben daarom beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. De realisering van het plan leidt volgens hen tot een verdere verslechtering van de verkeersveiligheid in het gebied. Met name op de weg Noordeinde die al overbelast is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4052
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404843/2/R3

202405841/1/V3 en 202405841/2/V3

Bij besluiten van 8 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4100
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405841/1/V3 en 202405841/2/V3

202405882/1/V3

Bij besluit van 31 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4358
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405882/1/V3

202406015/1/V3 en 202406015/2/V3

Bij besluit van 2 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4047
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406015/1/V3 en 202406015/2/V3

202406183/1/V3 en 202406183/2/V3

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4099
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406183/1/V3 en 202406183/2/V3

202406215/2/V3

Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4113
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406215/2/V3

202102206/1/R2

Bij besluit van 2 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray aan Roekenbosch Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning voor de duur van 10 jaar verleend voor het in gebruik nemen van 104 huisjes voor het huisvesten van arbeidsmigranten en woonurgenten op recreatiepark Het Roekenbosch te Blitterswijck. De Afdeling gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden in deze zaak. Het Roekenbosch is een bungalowpark met recreatiewoningen bij Blitterswijck. De recreatiewoningen zijn in eigendom bij verschillende eigenaren. Roekenbosch heeft een groot aantal van de recreatiewoningen in eigendom. De eigenaren waren in het verleden verenigd in een coöperatieve vereniging, maar die is niet meer actief. Sommige recreatiewoningen staan op eigen grond, andere op grond die in erfpacht is gegeven door de gemeente. De erfpacht loopt af op 31 december 2029. Alle eisers, met uitzondering van [partij A], zijn eigenaar van een of meer huisjes op het park. Eén eiser woont er permanent. De anderen verhuren de huisjes. [partij A] woont in de directe omgeving van het recreatiepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4067
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202102206/1/R2

202104668/1/R4

Bij besluit van 21 juni 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het saneringsplan "Noord-Brabant West - Fase 1" vastgesteld en besloten tot verlaging van bepaalde geluidproductieplafonds. Het saneringsplan heeft betrekking op diverse wegvakken van de rijkswegen A4, A16, A17, A27, A58, A59, A65 en N65, gelegen in westelijk Noord-Brabant. Het saneringsplan bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen die ertoe leiden dat de geluidsbelasting op de referentiepunten langs een aantal van de genoemde rijkswegen wordt verlaagd. De woningen van [appellant sub 2] en [appellant sub 1] aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Heijningen zijn samen een cluster nabij de A29/A59. Voor hun woningen zijn geen bronmaatregelen of afschermende maatregelen voorzien. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn het daar niet mee eens en voeren verschillende, merendeels dezelfde beroepsgronden aan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4093
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202104668/1/R4

202105911/1/R4

Bij besluit van 18 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest besloten over te gaan tot invordering van door [wederpartij] verbeurde dwangsommen ten bedrage van € 15.000,00. Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan "Soestdijkse Grachten" strijdige gebruik van een autohandelsbedrijf op het perceel [locatie] in Soest te beëindigen en beëindigd te houden. Ook is in dat besluit bepaald dat [wederpartij] na afloop van de begunstigingstermijn een dwangsom van € 5.000,00 verbeurt per maand of deel van een maand dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 50.000,00. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat uit controles op 19 september 2019 en 30 oktober 2019 blijkt dat [wederpartij] in strijd met de last onder dwangsom een autohandelsbedrijf op het perceel had. Volgens het college betekent dit dat in september en oktober 2019 dwangsommen zijn verbeurd. Daarom heeft het college bij het besluit op bezwaar van 15 oktober 2020 besloten tot invordering van een bedrag van € 10.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4055
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105911/1/R4

202106452/1/R2

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de raad van burgemeester en wethouders van Boxtel het bestemmingsplan "Kerkweide-West" gewijzigd vastgesteld. De besluiten maken de bouw van 18 grondgebonden woningen en een appartementengebouw mogelijk in het plangebied Kerkweide-West in Liempde, dat begrensd wordt door de Kerkheiseweg, de Bergstraat en de Boxtelseweg in Liempde. [appellante] en anderen exploiteren een bouw- en onderhoudsbedrijf, interieurbouw- en autobedrijf nabij het plangebied. [appellante] is gevestigd aan de [locatie 1] en gebruikt ook een deel van de locatie aan de [locatie 2] in Liempde. InterUnique interieurbouw huurt een deel van de Bergstraat 19 en Golden Years huurt een deel van Bergstraat 21. Deze appellanten vrezen dat realisatie van de ontwikkeling, vooral van het appartementengebouw dat dichtbij de bedrijven zal staan, zal leiden tot beperking van hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4089
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202106452/1/R2

202107715/1/A2

Bij twee afzonderlijke besluiten van 27 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellanten] ieder een bestuurlijke boete van € 18.000,00 opgelegd. [appellanten] zijn zwagers en gezamenlijk eigenaar van de woning aan [locatie] in Amsterdam. Naar aanleiding van meldingen over woonfraude en overlast is de woning onderzocht. Op 28 februari 2019 hebben toezichthouders de woning bezocht, waarbij zij twee personen hebben aangetroffen. Deze hebben beiden onder meer verklaard dat er zes personen in de woning wonen, dat ieder een eigen kamer heeft die op slot kan, dat de keuken, douche en toilet worden gedeeld en dat iedere bewoner een eigen huurcontract heeft met de eigenaren. Op basis van de resultaten van het onderzoek heeft het college geconcludeerd dat de woning zonder de benodigde vergunning van zelfstandige woonruimte is omgezet in zes onzelfstandige woonruimten. Dat is in strijd met artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4087
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202107715/1/A2

202200214/1/R3

Bij besluit van 3 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan Extenzo Groningen B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van houten damwanden met dekplanken op het perceel "Garmpoleiland zuidzijde" te Eelderwolde. Deze zaak gaat over een houten damwand met dekplanken die is aangelegd aan het zuiden van het Garmpoleiland te Eelderwolde. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] woonden ten tijde van het besluit van 3 oktober 2019 allen op het Warmoltseiland, gelegen ten zuiden van het Garmpoleiland. Tussen het Garmpoleiland en het Warmoltseiland ligt een watergang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4091
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200214/1/R3

202200281/3/R3

Bij tussenuitspraak van 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4245, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Oegstgeest opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van overweging 53 de daar omschreven gebreken in het besluit van 25 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "De Geesten" te herstellen, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak een aantal gebreken geconstateerd. Met het oog op finale beslechting van het geschil heeft de Afdeling de raad opgedragen om deze gebreken binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak en met inachtneming van wat in deze tussenuitspraak is overwogen, te herstellen. De stichting betoogt dat de raad ten onrechte de indruk wekt dat "Life Science & Health"-functies kleinschalig zijn. "Life Science & Health" bedrijven en instellingen passen volgens de stichting niet binnen een maatschappelijke bestemming. De ruimtelijke impact van dit soort bedrijven en instellingen is te groot voor de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4069
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200281/3/R3

202201742/1/V2

Bij besluit van 4 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Op 21 december 2019 heeft de vreemdeling een asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Malinese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2003. De minister heeft de asielaanvraag van de vreemdeling ingewilligd, omdat hij de verklaringen van de vreemdeling over zijn nationaliteit en herkomst en over de problemen met de Toeareg-rebellen geloofwaardig heeft geacht. Maar hij heeft de gestelde geboortedatum, en daarmee dat de vreemdeling minderjarig was ten tijde van de aanvraag, niet geloofwaardig geacht. De vreemdeling is bij aankomst geschouwd. Omdat er tijdens de schouw twijfel bestond over de opgegeven leeftijd, heeft de minister nader onderzoek gedaan naar de geboortedatum van de vreemdeling. Hij heeft zich daarna op het standpunt gesteld dat hij op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van een eerdere leeftijdsregistratie in België.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3992
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201742/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201742/1/V2

202202033/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [bedrijf] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [bedrijf] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Lelie. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2030.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4074
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202033/1/A3

202202034/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Rederij Belle gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Rederij Belle had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Emma. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4097
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202034/1/A3

202202035/1/A3

Bij drie afzonderlijke besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Amsterdam Boat Events gewijzigd in drie exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Amsterdam Boat Events had drie exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen De Tijd zal het Leeren, Hoop op behoud en Johanna. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4072
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202035/1/A3

202202037/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor onbepaalde tijd van De Muze gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De Muze had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het gelijknamige vaartuig De Muze. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning zou verlopen op 1 maart 2028.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4064
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202037/1/A3

202202039/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van [appellant A] gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen, behalve die van Zonneboot, verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4073
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202039/1/A3

202202042/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Rederij Amsterdam gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Rederij Amsterdam had vijf exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor vijf vaartuigen. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij twee afzonderlijke besluiten van 4 juni 2020 heeft het college de einddata van de vaartuigen H.R.H. en Bota Fogo opnieuw vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4065
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202042/1/A3

202202045/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Salonboot Belle van Zuylen gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Salonboot Belle van Zuylen had drie exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor drie vaartuigen. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4071
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202045/1/A3

202202046/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [appellant] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [appellant] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Hilda. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning zou op 1 maart 2026 verlopen. Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college het besluit van 4 juni 2020 herroepen en de einddatum van de exploitatievergunning vastgesteld op 1 maart 2028.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4066
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202046/1/A3

202202076/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Sinta en anderen gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Sinta en anderen hadden meerdere exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor meerdere vaartuigen. De exploitatievergunningen van Sinta en anderen, waarover deze procedure gaat, vallen onder, zoals zij zelf verklaren, het going concern BoatAmsterdam.com/Electric Tours. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Sinta B.V. heeft de naam van het vaartuig Sinta gewijzigd in Sinta 2. Dit vaartuig heeft Sinta B.V. overgedragen aan Electric Boats B.V. Daarnaast heeft Sinta B.V. het vaartuig Bali overgenomen van [appellant A]. Sinta B.V. heeft de naam van het vaartuig gewijzigd in Sinta. Vervolgens heeft Sinta B.V. het vaartuig overgedragen aan Sinta Nautica. [appellant A] heeft verder het vaartuig The Club overgedragen aan Electric Boats B.V.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4070
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202076/1/A3

202202091/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Rederij ’t Smidtje gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college het door Rederij ’t Smidtje daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Verder heeft het college de bezwaren van Rederij ’t Smidtje tegen de wijzigingsbesluiten van anderen niet-ontvankelijk verklaard. Rederij ’t Smidtje had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Rijk de Gooyer. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2024. Rederij ’t Smidtje is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4061
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202091/1/A3

202202181/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [appellante] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [appellante] had een exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor onbepaalde tijd. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4062
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202181/1/A3

202202182/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van [appellante] gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. [appellante] had twee exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor twee vaartuigen. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen voor het vaartuig Soeverein verliep op 1 maart 2024. Voor het vaartuig Valentijn verloopt de exploitatievergunning op 1 maart 2026. [appellante] is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4068
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202182/1/A3

202202200/1/A3

Bij drie besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Smidtje Holding gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij besluit van 25 september 2020 heeft het college op verzoek van Smidtje Holding de einddatum van het aflopen van de exploitatievergunningen van het vaartuig Picasso opnieuw vastgesteld. Smidtje Holding is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4063
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202200/1/A3

202202201/1/A3

Bij vijftien besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Smidtje Beheer gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij afzonderlijk besluit van 4 juni 2020 heeft het college op verzoek van Smidtje Beheer de einddata van het aflopen van de exploitatievergunningen van zes vaartuigen opnieuw vastgesteld. Smidtje Beheer had vijftien exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor passagiersvaartuigen. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij de besluiten van 4 juli 2020 en 25 september 2020 heeft het college de einddatum voor een aantal vaartuigen opnieuw vastgesteld. Verder heeft Smidtje Beheer bij brief van 9 september 2024 medegedeeld dat het vaartuig Bennie Jolink aan Tulpa Tours is verkocht. De vaartuigen Harry Slinger en Herman Brood zijn aan Flagship Holding verkocht. De exploitatievergunningen voor de volgende vaartuigen van Smidtje Beheer verliepen of verlopen op latere data.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4059
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202201/1/A3

202202584/1/A2

Bij besluit van 25 februari 2020 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de aanvraag van [appellant] om ontheffing te verlenen van de benoembaarheidsvereisten van de vakken economie en natuurkunde en het profielvak Groen, afgewezen. In 1991 heeft [appellant] een doctoraal Landbouwtechniek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen behaald. Van 1993 tot en met 2018 was hij leraar op het EduDelta College. Hij gaf daar les in het beroepsonderwijs en volwasseneducatie in de vakken economie, natuurkunde en het profielvak Groen. Op verzoek van zijn werkgever bij EduDelta heeft hij, in aanvulling op zijn doctoraal Landbouwtechniek, in 1995 een pedagogisch-didactisch diploma van de pedagogisch technische hogeschool Nederland behaald om als eerstegraadsdocent met brede bevoegdheid les te kunnen geven. Per 1 december 2019 is [appellant] niet meer werkzaam bij de Pontes Scholengroep, maar werkt hij bij de Christelijke Scholengemeenschap Walcheren. In 2021 heeft hij een lerarenopleiding economie afgerond aan de Hogeschool Rotterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4080
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202202584/1/A2

202203444/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda de aan de Stichting verleende omgevingsvergunning ingetrokken. De Stichting is eigenaar van het pand gelegen aan de [locatie] in Breda. Het college heeft op 11 april 2019 aan de Stichting een omgevingsvergunning verleend voor onder andere het aanbrengen van enkele brandwerende voorzieningen in het pand. Het college heeft een openbronnenonderzoek verricht op grond van artikel 7b van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, nadat een toezichthouder op 4 maart 2020 heeft geconstateerd dat in strijd met het bestemmingsplan een zelfstandige woning op de zolder is gerealiseerd. Uit het onderzoek volgt volgens het college dat [partij 1] de volledig bestuurlijke zeggenschap heeft over de Stichting en dat aanwijzingen bestaan dat sprake is van een verhullingsconstructie. Vervolgens heeft het college de Stichting op 27 maart 2020 en op 17 en 28 april 2020 verzocht om Bibob-formulieren in te vullen. De Stichting heeft dit niet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4077
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202203444/1/A3

202203522/1/R3

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen verschillende gestelde overtredingen aangaande het pand aan de [locatie 1] in Dordrecht, afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] in Dordrecht. Deze woning grenst aan het pand [locatie 1] (hierna: het pand). Het pand is in gebruik als appartementencomplex en wordt beheerd door de VvE. Beide gebouwen hebben een monumentale status. De zuidwestelijke gevel van het pand grenst gedeeltelijk aan de woning van [appellant]. Vanuit de woning bestaat zicht op het overige deel van deze gevel. Op 21 mei 2002 heeft het college aan de toenmalige eigenaar van het pand een bouwvergunning (tegenwoordig: omgevingsvergunning) verleend voor het verbouwen van het pand. Op de bijbehorende bouwtekening staat bij zeven ramen in de zuidwestelijke gevel van het pand vermeld: "kozijn en ramen verwijderen dichtmetselen terugliggend als "blindnis" uitvoeren".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4057
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203522/1/R3

202203768/1/A2

De raad voor rechtsbijstand heeft op 25 november 2020 op zijn website ‘Belangrijk bericht voor bijzonder curatoren’ (hierna: het bericht) geplaatst. [appellant] stond ingeschreven als bijzondere curator bij de rechtbank voor toevoegingen in zaken genoemd in de artikelen 1:212 en 1:250 van het Burgerlijk Wetboek. Om de kwaliteit van de te verlenen rechtsbijstand te waarborgen heeft de raad voor het verlenen van rechtsbijstand op basis van een toevoeging als bijzondere curator in 2019 de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2020, versie 1.00 opgesteld. Voor toevoeging als bijzondere curator in BW-zaken dienen advocaten op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden onder meer eerst een examen af te leggen. Advocaten die al rechtsbijstand voor BW-zaken verleenden voor inwerkingtreding van de Inschrijvingsvoorwaarden, is met een overgangsregeling de mogelijkheid geboden om voorwaardelijk ingeschreven te staan om BW-zaken op basis van een toevoeging te blijven behandelen in afwachting van het behalen van een examen, bestaande uit een schriftelijk examen en een assessment. Daarna wordt de inschrijving omgezet in een onvoorwaardelijke inschrijving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3993
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202203768/1/A2

202204221/1/R2

Bij besluit van 19 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bladel aan [appellante sub 16] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een winkelcentrum aan de Markt 12 in Bladel. Op 9 oktober 2018 heeft [appellante sub 16] een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend, voor het uitbreiden van het winkelcentrum De Posthof voor de vestiging van een supermarkt en het renoveren van appartementen aan de Markt 12 in Bladel. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen. Op de begane grond zal een supermarkt worden gerealiseerd. De appartementen zijn gelegen op de eerste en tweede verdieping. [appellante sub 1] en anderen zijn ondernemers in het centrum van Bladel. Een aantal van de ondernemers is gevestigd aan de Markt in Bladel en een aantal in het winkelcentrum De Sniederspassage. Dat winkelcentrum is gelegen op een afstand van 500 m van De Posthof. [appellante sub 1] en anderen zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning, omdat zij onder andere vrezen voor parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4088
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204221/1/R2

202205022/1/A3

Bij besluit van 18 december 2018 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van La Forge om verlenging van een exploitatievergunning afgewezen en de drank- en horecavergunning ingetrokken. [gemachtigde] was enig aandeelhouder, bestuurder en leidinggevende van het horecabedrijf La Forge B.V. op de Korte Leidsedwarsstraat 26 in Amsterdam. Op 14 maart 2016 heeft [gemachtigde] namens La Forge een aanvraag ingediend voor verlenging van de exploitatievergunning van La Forge. De burgemeester heeft naar aanleiding van een tip van een officier van justitie het Landelijk Bureau Bibob om een advies gevraagd. In een advies van 2 februari 2017 heeft het Bureau geconcludeerd dat sprake is van met strafbare feiten verkregen zeer groot financieel voordeel en om die reden ernstig gevaar bestaat dat de vergunningen mede zullen worden gebruikt om op geld waardeerbare voordelen te benutten die zijn verkregen of zullen worden verkregen uit gepleegde strafbare feiten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a (de a-grond), van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4076
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202205022/1/A3

202205129/1/R4

Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet een omgevingsvergunning verleend aan Brivec B.V. voor het realiseren van 21 appartementen op het perceel Markstraat 15 te Nunspeet. Brivec heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de realisatie van 21 appartementen aan de Marktstraat 15 te Nunspeet. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatste geldende bestemmingsplan "Nunspeet centrum". Het college heeft daarom bij besluit van 30 juli 2020 niet alleen een vergunning verleend voor de activiteit bouwen, maar ook een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. [appellant] en anderen vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat en voeren in hoger beroep aan, dat het bouwplan qua maatvoering niet past in de omgeving en in onvoldoende mate voorziet in de parkeerbehoefte, hetgeen onder meer had kunnen worden opgelost door het bouwplan aan te passen. Dit heeft de rechtbank miskent volgens [appellant] en anderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4090
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205129/1/R4

202206786/1/A2

Bij besluiten van 17 augustus 2021 heeft de raad voor rechtsbijstand de voorwaardelijke inschrijving van [appellant] als bijzondere curator in zaken als genoemd in de artikelen 1:212 en 1:250 van het Burgerlijk Wetboek per 1 juni 2021 beëindigd. [appellant] stond ingeschreven als bijzondere curator bij de rechtbank voor toevoegingen in BW-zaken. Om de kwaliteit van de te verlenen rechtsbijstand te waarborgen heeft de raad voor het verlenen van rechtsbijstand op basis van een toevoeging als bijzondere curator in 2019 de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2020, versie 1.00 opgesteld. Voor toevoeging als bijzondere curator in BW‑zaken moeten advocaten op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden onder meer eerst een examen afleggen. Advocaten die al rechtsbijstand voor BW-zaken verleenden voor inwerkingtreding van de Inschrijvingsvoorwaarden, is met een overgangsregeling de mogelijkheid geboden om voorwaardelijk ingeschreven te staan om BW-zaken op basis van een toevoeging te blijven behandelen in afwachting van het behalen van een examen, bestaande uit een schriftelijk examen en een assessment.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4081
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206786/1/A2

202206967/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van rechtbank Overijssel van 27 oktober 2022, waarin de rechtbank het beroep van [appellant A] en [appellante B] tegen het besluit van 3 september 2021 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de minister het bezwaar van [appellant A] en [appellante B] tegen de besluiten van 20 mei 2021, waarbij hun verzoeken om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) zijn afgewezen, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4194
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206967/1/A3

202300222/1/A2

Bij besluiten van 20 augustus 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant A] en [appellant B] ieder een schadevergoeding van € 1.915,06, vermeerderd met wettelijke rente, voor waardedaling van hun woning toegekend. Lefier heeft op 3 maart 1977 de eigendom verkregen van een perceel grond, met de daarop aanwezige opstallen van een ééngezinswoning met toebehoren, plaatselijk bekend als [locatie] te Groningen. Op 20 april 2011 hebben Lefier en [appellant A] en [appellant B] een notariële akte ‘vestiging erfpacht koopgarant eengezinswoning’ getekend (verder: de akte). Door inschrijving van de akte in de openbare registers van het Kadaster is een (eeuwigdurend) recht van erfpacht op het perceel ten behoeve van [appellant A] en [appellant B] voor het gebruik van de woning gevestigd. Voor de vestiging van dit erfpachtrecht hebben [appellant A] en [appellant B] een bedrag van € 109.500,- betaald aan Lefier. De onderhandse verkoopwaarde van het registergoed is getaxeerd op € 146.000,- (vrij van huur en gebruik) inbegrepen de afkoopsom van de canon voor de gehele duur van het erfpachtrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4079
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300222/1/A2
vorige pagina1...114115116...1.269volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon