Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201405766/2/V4

Uitspraak 201405766/2/V4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:2820
Datum uitspraak
14 juli 2014
Inhoudsindicatie
Bij onderscheiden besluiten van 5 juni 2014 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201405766/2/V4.
Datum uitspraak: 14 juli 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[vreemdeling A], mede voor zijn minderjarige kind, en Stichting Nidos, in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [vreemdeling B] (hierna tezamen: de vreemdelingen),

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 juli 2014 in zaken nrs. 14/13445 en 14/13448 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 5 juni 2014 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij uitspraak van 11 juli 2014 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld.
Voorts hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De staatssecretaris en de vreemdelingen hebben een schriftelijke reactie ingediend.

Overwegingen

1. Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de vreemdelingen worden overgedragen aan Italië gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep. Daartoe betogen zij dat de rechtbank niet heeft onderkend dat, mede in aanmerking genomen dat twee van de vreemdelingen, geboren op respectievelijk 19 juli 2001 en 15 augustus 2002, minderjarig zijn, zij na overdracht aan Italië in een situatie komen te verkeren die in strijd is met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

2. In zijn schriftelijke reactie heeft de staatssecretaris uiteengezet dat hij de overdracht van vreemdelingen aan Italië in zijn algemeenheid verantwoord acht, maar dat uit zijn antwoorden van 2 juli 2014 op vragen van een lid van de Tweede Kamer (met kenmerk 2014Z10275) volgt dat hij in lijn met de situatie in Denemarken en in afwachting van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in zaak nr. 29217/12, Tarakhel tegen Zwitserland, zich niet zal verzetten tegen een toewijzing van een verzoek om een voorlopige voorziening indien het gaat om gezinnen met een kind jonger dan vijf jaar of van wie één van de gezinsleden een ernstige lichamelijke of geestelijke ziekte heeft. Dit in aanmerking genomen is in hetgeen de vreemdelingen hebben aangevoerd geen reden gelegen om van overdracht af te zien, aldus de staatssecretaris.

3. De vreemdelingen vallen niet binnen de in voormelde antwoorden van 2 juli 2014 geduide categorie vreemdelingen. Nu voorts thans geen grond bestaat om aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep zal worden vernietigd, ziet de voorzitter onder deze omstandigheden, hoewel aan de vreemdelingen is aangekondigd dat zij op zeer korte termijn zullen worden overgedragen, geen aanleiding om een voorziening, als verzocht, te treffen.

4. Het verzoek dient daarom als ongegrond te worden afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. Verbeek
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2014

574.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon