Uitspraak 201403873/2/R6
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2014:2805
- Datum uitspraak
- 15 juli 2014
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 5 maart 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "De Groendijck-Oost" vastgesteld.
- Voorlopige voorziening
- RO - Zuid-Holland
Toon inhoud
201403873/2/R6.
Datum uitspraak: 15 juli 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend te Driebruggen, gemeente Bodegraven-Reeuwijk,
en
de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 5 maart 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "De Groendijck-Oost" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] beroep ingesteld.
[verzoekers] hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 juli 2014, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door mr. J.C. Blonk, en de raad, vertegenwoordigd door mr. Th. L. van Deursen en drs. E. van Dijk, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 86 woningen en een kerkgebouw.
3. De raad heeft meegedeeld dat de gronden binnen het plangebied voor het grootste deel eigendom zijn van de gemeente en dat daarnaast alleen de Hersteld Hervormde Gemeente over gronden binnen het plangebied beschikt. De gemeente heeft voorts laten weten dat zij zelf geen bouw- of aanlegwerkzaamheden zal uitvoeren ten behoeve van het project, maar dat zij met [ontwikkelaar] afspraken heeft gemaakt omtrent de ontwikkeling en realisatie van het plangebied.
De Hersteld Hervormde Gemeente en [ontwikkelaar] hebben laten weten dat zij, in het geval van [ontwikkelaar] tot 1 december 2014, geen omgevingsvergunningen zullen aanvragen totdat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan op de beroepen tegen het besluit van 5 maart 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "De Groendijck-Oost". Gelet hierop ontbreekt het spoedeisend belang voor het vaststellen van een voorlopige voorziening.
4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, ambtenaar van staat.
w.g. Hagen w.g. Bijleveld
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2014
433.