Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201305600/1/V1

Uitspraak 201305600/1/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:2270
Datum uitspraak
17 juni 2014
Inhoudsindicatie
Bij onderscheiden besluiten van 4 februari 2010 heeft de staatssecretaris van Justitie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Regulier

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201305600/1/V1.
Datum uitspraak: 17 juni 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[vreemdeling A] en [vreemdeling B],
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 24 mei 2013 in zaak nr. 10/20139 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (hierna: de staatssecretaris).

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 4 februari 2010 heeft de staatssecretaris van Justitie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij besluit van 6 februari 2013 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, het door de vreemdelingen gemaakte bezwaar tegen de hoogte van de leges gegrond verklaard, het legesbedrag verlaagd naar € 130,00 per persoon en het teveel betaalde bedrag van € 142,00 gerestitueerd. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 24 mei 2013 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 april 2014, waar de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. W.P.C. de Vries, advocaat te Amsterdam, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. M.M. van Asperen, advocaat te Den Haag, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Onder de staatssecretaris word tevens verstaan: zijn rechtsvoorgangers.

2. In hun grieven klagen de vreemdelingen dat de rechtbank ten onrechte is voorbij gegaan aan hun betoog dat ten tijde van de indiening van hun aanvragen op 12 november 2009 een wettelijke grondslag voor een legestarief van € 130,00 per persoon ontbrak, ten onrechte de conclusie van de Advocaat-Generaal bij het Hof van Justitie in C-508/10 van 19 januari 2012 (www.curia.europa.eu) niet is gevolgd, ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris met zijn verwijzing naar zijn brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 4 juli 2012 (Kamerstukken II 2011/12, 30 573, nr. 108) het legesbedrag van € 130,00 voldoende heeft gemotiveerd, en ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat dit legesbedrag geen belemmering vormt voor de uitoefening van de door richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PB 2004 L 16) toegekende rechten en niet in strijd is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel.

3. De grieven leiden, gelet op de uitspraak van de Afdeling van heden in zaak nr. 201401261/1/V1, niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.J.A. Idema, ambtenaar van staat.

w.g. Lubberdink w.g. Idema
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2014

512.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon