Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201306085/1/A1

Uitspraak 201306085/1/A1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:1975
Datum uitspraak
28 mei 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 juni 2012 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de schuur op het perceel [locatie] te Tilburg in overeenstemming met de omgevingsvergunning te brengen.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201306085/1/A1.
Datum uitspraak: 28 mei 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Tilburg,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 mei 2013 in zaak nr. 12/5364 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Tilburg.

Procesverloop

Bij besluit van 14 juni 2012 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de schuur op het perceel [locatie] te Tilburg in overeenstemming met de omgevingsvergunning te brengen.

Bij besluit van 31 augustus 2012 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 mei 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 april 2014, waar [appellant], en het college, vertegenwoordigd door mr. J.M.B. van Overdijk, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. De aangevallen uitspraak is verzonden op 21 mei 2013, zodat de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:7, en artikel 6:8, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), is begonnen op 22 mei 2013 en geëindigd op 2 juli 2013.

2. Het hogerberoepschrift is blijkens het op de enveloppe aangebrachte poststempel op 5 juli 2013 verzonden via PostNL. Gesteld noch gebleken is dat het geschrift op eerdere datum is verzonden. Derhalve is het hoger beroep niet tijdig ingesteld.

3. [appellant] is bij brief van 26 augustus 2013 in de gelegenheid gesteld eventuele redenen voor de termijnoverschrijding aan de Afdeling mee te delen. [appellant] heeft de Afdeling bij brief van 19 september 2013 te kennen gegeven dat de oorzaak van de termijnoverschrijding is gelegen in het feit dat hij drie weken wegens vakantie afwezig is geweest en in de omstandigheid dat zijn partner na terugkeer daarvan te horen kreeg dat een goede vriendin ernstig ziek was.

4. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de indiener van een hogerberoepschrift om ervoor zorg te dragen dat ook in geval van afwezigheid of ziekte wordt voldaan aan de wettelijke vereisten verbonden aan het instellen van hoger beroep, door bijvoorbeeld een derde in te schakelen. In verband met het dwingende karakter van termijnen als de hogerberoepstermijn kan daarop slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, waarin aannemelijk wordt gemaakt dat er geen mogelijkheid was om daarvoor zorg te dragen, een uitzondering worden aanvaard. Het door [appellant] aangevoerde is niet een zodanig zeer uitzonderlijk geval, zodat het achterwege blijven van niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in artikel 6:11, gelezen in verbinding met artikel 6:24 van de Awb, niet aan de orde is.

5. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Spoel w.g. Fransen
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2014

407-619.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon