Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201401500/2/R6

Uitspraak 201401500/2/R6

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:1461
Datum uitspraak
18 april 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 december 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Verdubbeling Tractaatweg" vastgesteld.
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zeeland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201401500/2/R6.
Datum uitspraak: 18 april 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoeker sub 1], wonend te Axel, gemeente Terneuzen,
2. [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B], wonend te Sluiskil, gemeente Terneuzen,
verzoekers,

en

de raad van de gemeente Terneuzen,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 december 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Verdubbeling Tractaatweg" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] beroep ingesteld.

[verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 8 april 2014, waar de raad, vertegenwoordigd door J. Ocké, werkzaam bij de gemeente, en [belanghebbende], is verschenen. Voorts is het college van gedeputeerde staten van Zeeland, vertegenwoordigd door T.P. Gilde en A. Dommisse, beiden werkzaam bij de provincie, ter zitting als partij gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het bestemmingsplan plan voorziet in een verdubbeling van de Tractaatweg. De Tractaatweg is het gedeelte van de N62 dat is gelegen tussen de N61 en de grens met België.

3. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] kunnen zich niet verenigen met de vaststelling van het bestemmingsplan. Zij voeren hiertoe onder meer aan dat als gevolg van de verdubbeling van de Tractaatweg geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd op hun percelen [locatie 1] en [locatie 2]. [verzoeker sub 1] acht het voorts onzorgvuldig dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan is uitgegaan van de beëindiging van het gebruik voor woondoeleinden op het perceel [locatie 2], terwijl in het kader van minnelijk overleg met de provincie nog geen alternatieve locatie is gevonden voor de oprichting van een nieuwe woning.

4. Aan het perceel [locatie 2] is de bestemming "Verkeer" toegekend. Aan het perceel [locatie 1] zijn gedeeltelijk de bestemming "Verkeer" en gedeeltelijk de bestemming "Agrarisch met waarden - Coulisselandschap en microrelief" toegekend. Niet in geschil is dat de woningen op de percelen [locatie 2] en [locatie 1] onder het algemene overgangsrecht van het bestemmingsplan zijn gebracht.

4.1. De raad en het college hebben toegelicht dat een beëindiging van het gebruik van de percelen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] voor woondoeleinden ter plaatse noodzakelijk is voor de verdubbeling van de Tractaatweg. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] hebben dit niet betwist. Voorts hebben zij niet betwist dat de verdubbeling van de weg noodzakelijk is om de verkeersdruk op te vangen. De raad en het college hebben toegelicht dat ernaar gestreefd wordt de gronden minnelijk te verwerven en dat zo nodig zal worden overgegaan tot onteigening teneinde de in het plan voorziene verbreding van de Tractaatweg te kunnen bewerkstelligen. Gelet hierop acht de voorzitter voorshands aannemelijk dat het bestaande gebruik van de percelen [locatie 2] en [locatie 1], voor woondoeleinden, binnen de planperiode zal worden beëindigd en de ter plaatse aanwezige bebouwing zal worden verwijderd. Dat op deze percelen geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, betekent naar voorlopig oordeel derhalve niet dat de raad het plan niet als zodanig heeft kunnen vast stellen. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de raad voorts niet om reeds in het kader van de bestemmingsplanprocedure over de mogelijkheden van een vervangende locatie voor de woningen van verzoekers volledige duidelijkheid te verschaffen. De zorgvuldigheid die dient te worden betracht bij het voorbereiden van besluiten, brengt deze verplichting evenmin met zich.

5. Verder overweegt de voorzitter dat de aanspraken van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] op grond van hun privaatrechtelijke positie bij een minnelijke verwerving dan wel een onteigeningsprocedure van de percelen [locatie 2] onderscheidenlijk [locatie 1] voldoende zijn beschermd. Daarbij geldt immers dat niet kan worden aangevangen met werkzaamheden ten behoeve van de verbreding van de Tractaatweg op die percelen, zolang deze nog in eigendom toebehoren aan [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B]. Gelet hierop bestaat ook in zoverre geen aanleiding om vooruitlopend op het oordeel van de Afdeling een voorlopige voorziening te treffen.

6. In hetgeen [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] voor het overige hebben aangevoerd ziet de voorzitter geen aanknopingspunten voor de verwachting dat het bestreden besluit in de bodemprocedure geen stand zal kunnen houden.

7. Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van staat.

w.g. Polak w.g. Bošnjaković
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 april 2014

523-749.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon