Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201401077/2/R2

Uitspraak 201401077/2/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:1465
Datum uitspraak
17 april 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 januari 2014 heeft het college het wijzigingsplan "’t Harde 2009" vastgesteld.
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201401077/2/R2.
Datum uitspraak: 17 april 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te 't Harde, gemeente Elburg,

en

het college van burgemeester en wethouders van Elburg,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2014 heeft het college het wijzigingsplan "’t Harde 2009" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 april 2014, waar [verzoeker], en het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. J.A.M. van der Velden, advocaat te Breda, vergezeld door W. Vierhuizen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is ter zitting het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, vertegenwoordigd door P.J. van der Eijk, als partij gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet in een reconstructie van de provinciale weg N309 (Eperweg) ter hoogte van de aansluiting op de rijksweg A28. Daartoe is in het plan de bestemming "Verkeer" toegekend aan enkele percelen die naast de N309 liggen, waaronder een gedeelte van het perceel van [verzoeker] aan de [locatie]. Het verzoek om een voorlopige voorziening is gericht tegen het plandeel dat betrekking heeft op zijn perceel.

3. Ter zitting is namens het college van burgemeester en wethouders toegelicht dat de reconstructie van de provinciale weg N309 pas kan worden uitgevoerd na het groot onderhoud aan de rijksweg A28, dat is voorzien in 2014. Omdat de werkzaamheden aan de N309 niet in de wintermaanden plaatsvinden, zal de reconstructie van de N309 pas in maart 2015 beginnen. Gelet op hetgeen naar voren is gebracht acht de voorzitter aannemelijk dat pas in het voorjaar van 2015 wordt begonnen met de reconstructie van de N309. Dat volgens [verzoeker] in het verleden een andere planning is aangehouden, geeft op zichzelf geen aanleiding om te twijfelen aan de huidige planning. Naar verwachting van de voorzitter zal de Afdeling voor aanvang van de werkzaamheden uitspraak hebben gedaan in de bodemzaak.

4. Bovendien is niet in geschil dat voor de reconstructie van de N309 zoals die is beoogd, bedoeld deel van het perceel van [verzoeker] benodigd is. Nu [verzoeker] daarvan eigenaar is, kunnen de werkzaamheden op zijn perceel niet aanvangen voordat hij met het college van gedeputeerde staten tot onderlinge overeenstemming is gekomen over minnelijke verwerving door de provincie van het gedeelte van het perceel waar het bestreden plandeel op ziet dan wel een onteigeningsprocedure ter zake is afgerond. Ook om deze reden verwacht de voorzitter niet dat het voorliggende plan zal zijn uitgevoerd voordat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure.

5. Gelet op het hiervoor overwogene is geen sprake van een spoedeisend belang dat rechtvaardigt dat in afwachting van de behandeling van het beroep door de Afdeling een voorlopige voorziening wordt getroffen, zodat het verzoek wordt afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.V. Vreugdenhil, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Vreugdenhil
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2014

571.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon