Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201400497/1/V1

Uitspraak 201400497/1/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:4808
Datum uitspraak
12 maart 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 november 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201400497/1/V1.
Datum uitspraak: 12 maart 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 december 2013 in zaak nr. 13/22622 in het geding tussen:

[vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 4 november 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

Bij besluit van 23 augustus 2013 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 20 december 2013 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Onder de staatssecretaris wordt tevens verstaan: diens rechtsvoorgangers.

2. De staatssecretaris klaagt in zijn eerste grief dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij ten onrechte is uitgegaan van de juistheid van de adviezen van het Bureau Medische Advisering (hierna: BMA) van 26 oktober 2011 en 25 januari 2013 (hierna: de adviezen), nu niet inzichtelijk is dat het uitvoeren van resistentietesten geen wezenlijk onderdeel is van de vereiste medische behandeling van de vreemdeling en dat resistentietesten in Nigeria beschikbaar zijn. De staatssecretaris voert daartoe, onder verwijzing naar zijn hogerberoepschrift in zaak nr. 201306475/1/V1 en de bijlage bij de interne richtlijn HIV en aids van het BMA van oktober 2007 (hierna: de bijlage), aan dat het niet in alle fasen van de behandeling van HIV-patiënten noodzakelijk is resistentietesten uit te voeren. De staatssecretaris voert voorts aan dat het uitvoeren van resistentietesten in dit geval niet is geïndiceerd, dat in de medische wereld geen consensus bestaat over de noodzaak daarvan en dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van een door haar in een andere zaak benoemde deskundige (hierna: de deskundige) aan haar oordeel ten grondslag heeft gelegd.

2.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 13 oktober 2010 in zaak nr. 201001245/1/V1), strekt, indien en voor zover de staatssecretaris BMA-adviezen aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, de door de rechtbank te verrichten toetsing, indien de desbetreffende vreemdeling geen contra-expertise overlegt, niet verder dan dat zij naar aanleiding van een aangevoerde beroepsgrond beoordeelt of de staatssecretaris zich ingevolge artikel 3:2 van de Awb ervan heeft vergewist dat de BMA-adviezen - naar wijze van totstandkoming - zorgvuldig en - naar inhoud - inzichtelijk en concludent zijn.

2.2. Uit de adviezen blijkt dat de vreemdeling voor zijn HIV-infectie onder behandeling staat van een internist, waarbij CD4- en viral load-bepaling plaatsvindt. Over het al dan niet uitvoeren van resistentietesten en de noodzaak ervan vermelden de adviezen niets. Gelet op de beschikbare informatie over de therapiemogelijkheden in Nigeria is behandeling aldaar, in medisch-technische zin, van de klachten van de vreemdeling aanwezig. Volgens het BMA is niet uit te sluiten dat het uitblijven van behandeling van de vreemdeling zal leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn. Bij de beantwoording van de voorliggende rechtsvraag heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij hetgeen zij hierover heeft overwogen in de uitspraak van 20 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4994. De deskundige heeft in die zaak verklaard dat het uitvoeren van resistentietesten een wezenlijk onderdeel is van de medische behandeling van HIV-patiënten en dat dit even belangrijk is als CD4- en viral load-bepaling, waarmee wordt vastgesteld of de gebruikte medicijnen werken. Met het uitvoeren van een resistentietest wordt bepaald op welke combinatie van medicijnen de desbetreffende HIV-patiënt moet overstappen, indien blijkt dat de huidige medicijnen niet werken. Indien deze overstapt op andere medicijnen, zonder dat bekend is voor welke medicijnen hij resistent is, kan dat volgens de deskundige leiden tot verdere ontwikkeling van het virus en tot kruisresistentie, hetgeen betekent dat een groep medicijnen niet meer bruikbaar is. Wanneer resistentie optreedt, is onvoorspelbaar en afhankelijk van verschillende factoren. Zo luistert de inname van medicijnen bij HIV-patiënten heel nauw. Indien zij gedurende enkele dagen geen medicijnen slikken of deze niet kunnen binnenhouden, kan resistentie optreden, aldus de deskundige. De bijlage vermeldt, onder verwijzing naar onder meer het "Clinical Protocol for the WHO European Region", dat de meeste HIV-patiënten goed zijn ingesteld op hun medicatie, hetgeen betekent dat wijziging daarin en het uitvoeren van resistentietesten in die gevallen niet noodzakelijk is. In de nadere reactie van het BMA van 5 december 2012, die de staatssecretaris bij het hogerberoepschrift in zaak nr. 201306475/1/V1 heeft gevoegd en die hij ook aan de rechtbank heeft overgelegd, heeft het BMA het in de bijlage ingenomen standpunt, onder verwijzing naar voormeld protocol, het "WHO HIV drug resistance fact sheet" en informatie van de Hiv Vereniging Nederland, nader toegelicht.

2.3. Hoewel het uitvoeren van resistentietesten volgens de deskundige een wezenlijk onderdeel is van de medische behandeling van HIV-patiënten, betoogt de staatssecretaris terecht, onder verwijzing naar de onder 2.2 vermelde stukken, dat hierover in de medische wereld geen consensus bestaat. De staatssecretaris betoogt voorts terecht dat het uitvoeren van resistentietesten in dit geval niet is geïndiceerd. Uit de adviezen blijkt immers niet dat in de rede ligt dat de vreemdeling binnen de door het BMA in aanmerking genomen periode een resistentietest moet ondergaan. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de behandelaar bij brief van 18 juli 2013 aan de gemachtigde van de vreemdeling te kennen heeft gegeven dat bij een afspraak op 25 juni 2013 is gebleken dat de gezondheidsklachten van de vreemdeling niet zijn gewijzigd, waarna zijn behandeling ongewijzigd is voortgezet. Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat, nu niet inzichtelijk is dat het uitvoeren van resistentietesten geen wezenlijk onderdeel is van de medische behandeling van de vreemdeling en het BMA niet heeft bezien of resistentietesten in Nigeria beschikbaar zijn, de staatssecretaris ten onrechte is uitgegaan van de juistheid van de adviezen. De grief slaagt.

3. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, wordt het inleidend beroep ongegrond verklaard. Aan de hiervoor niet besproken bij de rechtbank voorgedragen beroepsgronden wordt niet toegekomen. Over die gronden heeft de rechtbank uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een oordeel gegeven, waartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Evenmin bestaat nauwe verwevenheid tussen het oordeel over die gronden, dan wel onderdelen van het besluit van 23 augustus 2013 waarop ze betrekking hebben, en hetgeen in hoger beroep aan de orde is gesteld. Die gronden vallen thans dientengevolge buiten het geschil.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 december 2013 in zaak nr. 13/22622;

III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. G. van der Wiel, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.V.T.K. Oei, ambtenaar van staat.

w.g. Lubberdink w.g. Oei
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2014

670.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon