Uitspraak 201401315/1/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2014:710
- Datum uitspraak
- 17 februari 2014
- Inhoudsindicatie
- Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 7 februari 2014, waarbij de lijst met daarboven de aanduiding Piratenpartij geldig is verklaard.
- Mondelinge uitspraak
- Kieswet
Toon inhoud
201401315/1/A2.
Datum uitspraak: 17 februari 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de vereniging Piratenpartij, gevestigd te Den Haag,
appellante,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Nijmegen,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 17 februari 2014 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. A.W.M. Bijloos voorzitter
ambtenaar van staat mr. R.F.J. Bindels
Verschenen:
Piratenpartij, vertegenwoordigd door haar voorzitter H. Heslinga en haar woordvoerder [naam persoon].
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 7 februari 2014, waarbij de lijst met daarboven de aanduiding Piratenpartij geldig is verklaard.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Daartoe overweegt de Afdeling het volgende.
Ingevolge artikel I 4 van de Kieswet beslist het centraal stembureau op de laatste dag van de termijn, genoemd in artikel I 2, tweede lid, in een openbare zitting die om zestien uur aanvangt, over de geldigheid van de lijsten voor iedere kieskring waarvoor zij zijn ingeleverd en over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten, alsmede over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding van een politieke groepering, en maakt deze beslissingen op de zitting bekend.
Ingevolge artikel I 7, eerste lid, kan tegen een beschikking als bedoeld in artikel I 4, in afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), beroep worden ingesteld door een belanghebbende en iedere kiezer. In afwijking van artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift vier dagen.
Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Tegen het besluit van 7 februari 2014 kon, gelet op artikel I 7, eerste lid, van de Kieswet, beroep worden ingesteld. De beroepstermijn is aangevangen op 8 februari 2014 en bedroeg vier dagen. Die termijn is geëindigd op 11 februari 2014. Het beroep is eerst bij fax op 12 februari 2014, derhalve na afloop van de termijn en te laat, ingediend. Piratenpartij heeft gesteld dat op 10 februari 2014 op of omstreeks 22:45 uur bij fax een beroepschrift aan de Afdeling is gezonden. Ter staving daarvan heeft zij geen faxjournaal of ander stuk overgelegd. Voorts is uit de faxregistratie van de Raad van State niet gebleken dat omstreeks dat tijdstip een faxbericht is ontvangen. Derhalve is niet aannemelijk geworden dat Piratenpartij de fax op maandag 10 februari 2014 heeft verzonden. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. Bijloos w.g. Bindels
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
85-705.