Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201307208/1/R6

Uitspraak 201307208/1/R6

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:460
Datum uitspraak
12 februari 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 juni 2013 heeft het college op grond van artikel 110a in samenhang met artikel 83, tweede lid, van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) ten aanzien van twee varianten hogere grenswaarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai vastgesteld voor 52 woningen binnen het bestemmingsplan "Uithofslaan".
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201307208/1/R6.
Datum uitspraak: 12 februari 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Den Haag,

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 juni 2013 heeft het college op grond van artikel 110a in samenhang met artikel 83, tweede lid, van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) ten aanzien van twee varianten hogere grenswaarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai vastgesteld voor 52 woningen binnen het bestemmingsplan "Uithofslaan".

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 januari 2014, waar [appellant], en het college, vertegenwoordigd door mr. E.H. van Schaik-Sinnema en P.S.J.M.W. Cox, beiden werkzaam bij Omgevingsdienst Haaglanden, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 110c, eerste lid, van de Wgh in samenhang met de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpbesluit ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij het college.

2. Het ontwerpbesluit is blijkens de kennisgeving met ingang van 28 maart 2013 voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. De termijn waarbinnen zienswijzen naar voren konden worden gebracht eindigde op 9 mei 2013.

[appellant] heeft geen zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren gebracht bij het college.

Ingevolge artikel 6:13 van de Awb, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van hogere grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder door de belanghebbende die over het ontwerpbesluit tijdig een zienswijze bij het college naar voren heeft gebracht.

Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

Hiervan is de Afdeling niet gebleken. De door [appellant] ter zitting aangevoerde omstandigheid dat hij vanwege de door hem gestelde gebrekkige voorlichting door het gemeentebestuur pas op een later moment is gaan inzien dat de herinrichting van de Poeldijkseweg gevolgen voor hem kan hebben, betekent niet dat het niet naar voren brengen van een zienswijze hem redelijkerwijs niet kan worden verweten. Het behoorde tot de eigen verantwoordelijkheid van [appellant] om op basis van de daartoe geëigende publicatie kennis te nemen van het ontwerpbesluit.

3. Het beroep is niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Wiel w.g. Kuipers
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2014

271-745.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon