Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201309723/2/V6

Uitspraak 201309723/2/V6

ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:364
Datum uitspraak
29 januari 2014
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 maart 2013 heeft de minister [verzoekster] een boete opgelegd van € 38.000,00 wegens vier overtredingen van de artikelen 2, eerste lid, en 15, tweede en derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.
  • Voorlopige voorziening
  • Wet arbeid vreemdelingen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201309723/2/V6.
Datum uitspraak: 29 januari 2014

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 september 2013 in zaak nr. 13/3990 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Procesverloop

Bij besluit van 28 maart 2013 heeft de minister [verzoekster] een boete opgelegd van € 38.000,00 wegens vier overtredingen van de artikelen 2, eerste lid, en 15, tweede en derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.

Bij besluit van 10 juni 2013 heeft de minister het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 september 2013 heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld. Voorts heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoekster] heeft een nader stuk ingediend.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 januari 2014, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door J.H.O.N. Knecht, bijgestaan door mr. E.M. Richel, advocaat te Capelle aan den IJssel, en de minister, vertegenwoordigd door mr. P. Farahani, werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Met het verzoek beoogt [verzoekster] te voorkomen dat de minister de aan haar opgelegde boete invordert voordat de Afdeling op het door haar ingestelde hoger beroep heeft beslist. Zij voert hiertoe aan dat indien de minister tot invordering van de boete overgaat, haar onderneming in financiële problemen zal komen te verkeren. Ter staving hiervan heeft zij een conceptjaarrekening van het jaar 2012 en een financiële prognose voor de maanden januari tot en met juni 2014 voor haar onderneming overgelegd.

2. De voorzitter is van oordeel dat het verzoek het voor inwilliging daarvan noodzakelijke spoedeisende belang ontbeert. [verzoekster] heeft niet met financiële gegevens aannemelijk gemaakt dat invordering van de boete voor haar zal leiden tot een financiële noodsituatie. De conceptjaarrekening van het jaar 2012 bevat geen definitieve cijfers. [verzoekster] heeft geen andere financiële gegevens overgelegd waarmee de financiële situatie van de onderneming inzichtelijk wordt gemaakt. De financiële prognoses voor de maanden januari tot en met juni 2014 geven, gelet op de berekende netto cashflow en verwachte netto resultaten, evenmin aanleiding om aan te nemen dat bij invordering van de boete voor [verzoekster] een financiële noodsituatie zal ontstaan.

3. Het verzoek moet worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.S.N. Nasrullah-Oemar, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. Nasrullah-Oemar
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2014

404.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon