Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201307330/2/R3

Uitspraak 201307330/2/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:2515
Datum uitspraak
13 december 2013
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest" vastgesteld.
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201307330/2/R3.
Datum uitspraak: 13 december 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend te Nuenen, gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten,
verzoekers,

en

de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker A] en [verzoeker B] beroep ingesteld.
Bij afzonderlijke brief hebben [verzoeker A] en [verzoeker B] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 december 2013, waar [verzoeker A] en [verzoeker B] en de raad, vertegenwoordigd door C.M.G. Schoof, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Binnen het plandeel met de bestemming "Gemengd" op het perceel [locatie] zijn twee bouwvlakken opgenomen.

3. [verzoeker A] en [verzoeker B] betogen dat de raad de aanduiding "bouwvlak", die over een perceelgedeelte ter grootte van ongeveer 90 m² is aangebracht, voor het plandeel met de bestemming "Gemengd" op het perceel [locatie] ten onrechte heeft vastgesteld.

3.1. De raad heeft erkend dat voornoemd bouwvlak abusievelijk is opgenomen. Gelet hierop verwacht de voorzitter dat in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen ziet de voorzitter aanleiding het plan, voor zover het betreft de aanduiding "bouwvlak", die over een perceelgedeelte ter grootte van ongeveer 90 m² is aangebracht, voor het plandeel met de bestemming "Gemengd" op het perceel [locatie], te schorsen.

4. [verzoeker A] en [verzoeker B] richten zich voorts tegen de aanduidingen "bouwvlak", die over een perceelgedeelte ter grootte van ongeveer 1.250 m² is aangebracht, en "maximum bebouwd oppervlak (m²) = 850" voor het plandeel met de bestemming "Gemengd" op het perceel [locatie]. Met het verzoek beogen zij overlast in verband met de sloop en de herbouw van gebouwen elders binnen dit bouwvlak te voorkomen.

4.1. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat voor het overgrote deel van de bestaande bebouwing op het perceel [locatie], dat binnen het bouwvlak met een omvang van ongeveer 1.250 m² staat, een onherroepelijke bouwvergunning is verleend. Het bouwvlak is vergroot teneinde alle bestaande bebouwing binnen het bouwvlak op te nemen. De voorzitter acht het onaannemelijk dat de eigenaar van voornoemd perceel voordat in de hoofdzaak op de beroepen zal zijn beslist de bestaande bebouwing zal slopen en alsdan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen in zal dienen. De voorzitter gaat ervan uit dat, mocht desondanks een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen worden ingediend, [verzoeker A] en [verzoeker B] daarvan op de hoogte worden gesteld. Over de vrees voor sloop van de bebouwing op het perceel overweegt de voorzitter dat een bestemmingsplan niet ziet op sloop van bebouwing, maar op de bestemming die aan gronden wordt toegekend en waarmee de bebouwing in overeenstemming dient te zijn.

Gelet op het voorgaande is er in zoverre geen spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

5. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Omdat [verzoeker A] en [verzoeker B] gezamenlijk één verzoekschrift hebben ingediend, wordt ten behoeve van één van hen reis- en verletkosten toegekend. Nu de opgegeven verletkosten van [verzoeker B] niet zijn onderbouwd, is het bedrag daarvoor vastgesteld aan de hand van de gegevens van [verzoeker A].

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten van 27 juni 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest" voor zover het betreft de aanduiding "bouwvlak", die over een perceelgedeelte ter grootte van ongeveer 90 m² is aangebracht, voor het plandeel met de bestemming "Gemengd" op het perceel [locatie];

II. wijst het verzoek voor het overige af;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten tot vergoeding van bij [verzoeker A] en [verzoeker B] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 161,78 (zegge: honderdeenenzestig euro en achtenzeventig cent), met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten aan [verzoeker A] en [verzoeker B] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Matulewicz
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 december 2013

45-709.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon