Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201303330/1/V1

Uitspraak 201303330/1/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:1849
Datum uitspraak
29 oktober 2013
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 april 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel het verblijfsrecht van de vreemdeling beëindigd en hem ongewenst verklaard.
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201303330/1/V1.
Datum uitspraak: 29 oktober 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 maart 2013 in zaak nr. 12/31510 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij besluit van 27 april 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel het verblijfsrecht van de vreemdeling beëindigd en hem ongewenst verklaard.

Bij op 7 september 2012 verzonden besluit heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 13 maart 2013 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Onder de staatssecretaris wordt tevens verstaan: diens rechtsvoorgangers.

2. Hetgeen de vreemdeling als grieven 1 en 3 aanvoert en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, met dat oordeel volstaan.

3. In grief 2 klaagt de vreemdeling, onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2007, C-349/06, Polat (www.curia.europa.eu), dat de rechtbank, net als de staatssecretaris, ten onrechte in overwegende mate acht heeft geslagen op het veelvoud van veroordelingen en daarbij de aard van de desbetreffende misdrijven en de daardoor veroorzaakte schade ten onrechte buiten beoordeling heeft gelaten. De vreemdeling betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat bijna alle gepleegde strafbare feiten kleine winkeldiefstallen zijn geweest, waarbij hij het gestolene aan de rechthebbenden heeft teruggegeven.

3.1. Hoewel aannemelijk is dat de vreemdeling, zoals de staatssecretaris hem in het besluit van 27 april 2011 heeft tegengeworpen, met de - in de aangevallen uitspraak vermelde - strafbare feiten voor ergernis, overlast en financiële schade bij winkeliers heeft gezorgd en die feiten uiteindelijk de samenleving als zodanig raken, volgt uit de uitspraken van de Afdeling van 18 juni 2013 in zaak nr. 201207575/1/V1 en 5 september 2013 in zaak nr. 201205094/1/V1, dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de staatssecretaris, door zich slechts in algemene zin op het standpunt te stellen dat de vreemdeling schade heeft veroorzaakt, ten onrechte niet heeft geconcretiseerd welke schade de vreemdeling heeft veroorzaakt en niet is ingegaan op de hem persoonlijk betreffende omstandigheden. De rechtbank heeft niet onderkend dat de staatssecretaris aldus niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de vreemdeling een ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt in de zin van artikel 8.22, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.

3.2. De grief slaagt.

4. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal het beroep tegen het besluit van 7 september 2012 alsnog gegrond worden verklaard en dat besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb worden vernietigd.

5. De staatssecretaris moet op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 maart 2013 in zaak nr. 12/31510;

III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel van 7 september 2012, kenmerk 1006-01-1219;

V. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.416,00 (zegge: veertienhonderdzestien euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de vreemdeling het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 395,00 (zegge: driehonderdvijfennegentig euro) voor de behandeling van beroep en hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. G. van der Wiel, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, ambtenaar van staat.

w.g. Lubberdink w.g. Schuurman
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2013

282-787


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon