Uitspraak 201304948/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:2971
- Datum uitspraak
- 24 juli 2013
- Inhoudsindicatie
- In zijn vergadering van 25 april 2013 heeft de raad het initiatiefvoorstel van Groep De Mos en Groep Van Doorn "aanpassing spreektijd voor afgesplitste raadsleden", kenmerk RIS 257391, verworpen.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Andere zaken - Overige
Toon inhoud
201304948/2/A3.
Datum uitspraak: 24 juli 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:
R. de Mos, wonend te Den Haag,
appellant,
en
de raad van de gemeente Den Haag,
verweerder.
Procesverloop
In zijn vergadering van 25 april 2013 heeft de raad het initiatiefvoorstel van Groep De Mos en Groep Van Doorn "aanpassing spreektijd voor afgesplitste raadsleden", kenmerk RIS 257391, verworpen.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 mei 2013, heeft De Mos beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 25 april 2013.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Ingevolge artikel 8:1 kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.
2. Met het initiatiefvoorstel "aanpassing spreektijd voor afgesplitste raadsleden" is beoogd de raad te bewegen tot aanpassing van artikel 22, vijfde lid, van het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, dat gaat over de spreektijd tijdens de raadsvergadering. In zijn vergadering van 25 april 2013 heeft de raad besloten het initiatiefvoorstel te verwerpen. De Mos heeft beroep tegen deze beslissing ingesteld en voert als beroepsgrond aan dat artikel 22, vijfde lid, van het Reglement tot rechtsongelijkheid tussen de kleine en de grote fracties in de raad leidt.
3. Zoals volgt uit de parlementaire geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb (Kamerstukken II 1991/92, 21 221, nr. 3, blz. 38-39) dient een besluit als bedoeld in dit artikellid te zijn gericht op extern rechtsgevolg. Een beslissing van een bestuursorgaan over artikel 22, vijfde lid, van het Reglement, waarin een bepaling is vervat die uitsluitend geldt voor raadsleden, is daar niet op gericht en heeft een zuiver intern karakter. Deze beslissing is dan ook niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Gelet op artikel 8:1 van de Awb kon hiertegen geen beroep worden ingesteld.
4. Gelet op het vorenstaande is de Afdeling kennelijk onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De Mos kan ter zake van het onderhavige geschil uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter indienen. Aan bespreking van de door De Mos aangevoerde beroepsgrond komt de Afdeling niet meer toe.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Binnema, ambtenaar van staat.
w.g. Hagen w.g. Binnema
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2013
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb).
- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.
- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.
- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.
589.