Uitspraak 201201470/1/R2


Volledige tekst

201201470/1/R2.
Datum uitspraak: 27 februari 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Delta Park Neeltje Jans B.V. (hierna: Delta Park), gevestigd te Vrouwenpolder, gemeente Veere,
appellante,

en

de raad van de gemeente Veere,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2011, kenmerk 88/2011, heeft de raad het bestemmingsplan "Neeltje Jans" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Delta Park beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.
Delta Park, de raad en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Windpark OSK B.V. hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

Delta Park heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 september 2012, waar Delta Park, vertegenwoordigd door mr. S.M.W.L. van Boven, advocaat te Middelburg en [ directeur], en de raad, vertegenwoordigd door mr. B.A.M. Suijkerbuik, mr. J. Vasseur en L.M. Louwerse, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Voorts zijn ter zitting Windpark OSK, vertegenwoordigd door mr. J.H.M. Berenschot, advocaat te Apeldoorn, bijgestaan door ing. J. Geleijns, drs. M.K. van der Hulst, en N. Minou, en de minister van Infrastructuur en Milieu, vertegenwoordigd door mr. W.T. Fukkink, werkzaam bij Rijkswaterstaat, en ir. J. Raes, werkzaam bij het Beheer- en Exploitatie Team (BET) van de Schelde Radar Keten, als partij gehoord.

Bij tussenuitspraak van 21 november 2012, nr. 201201470/1/T1/R2 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 10 november 2011 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij brief van 4 januari 2013 heeft de raad aan de Afdeling meegedeeld dat hij aan de bij de tussenuitspraak gegeven opdracht heeft voldaan.

Partijen zijn door de Afdeling in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Delta Park heeft een zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in overweging 16 van de tussenuitspraak overwogen dat de raad - met inachtneming van hetgeen onder 15.1 en onder 15.2 is overwogen - de elektronische verbeelding in overeenstemming dient te brengen met het vaststellingsbesluit van 10 november 2011.

2. In de raadsvergadering van 13 december 2012 heeft de raad ingestemd met aanpassing van de elektronische verbeelding naar aanleiding van de gegeven opdracht in de tussenuitspraak.

Anders dan Delta Park stelt, heeft de raad daartoe het besluit genomen. Op het aan de raad gedane voorstel van 6 december 2012 om in te stemmen met het aan de elektronische verbeelding toevoegen van de ontbrekende aanduiding 'maximum aantal te bouwen windturbines' met het cijfer '9', overeenkomstig het vaststellingsbesluit van 10 november 2011, is immers een voor conform getekend stempel geplaatst. Daaruit kan worden afgeleid dat de raad in zijn vergadering van 13 december 2012 met dit voorstel heeft ingestemd.

Het besluit van 13 december 2012 wordt ingevolge de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van de Awb, zoals deze luidden ten tijde van belang, geacht mede onderwerp te zijn van het geding.

3. De Afdeling stelt vast dat thans aan de elektronische verbeelding met het kenmerk NL.IMRO.0717.0010BPNjaAp-VG01 - zoals die is gepubliceerd op de website www.ruimtelijkeplannen.nl, de landelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening - ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' (wtp) tevens de aanduiding 'maximum aantal te bouwen windturbines' met het cijfer '9' is toegekend. Daarmee is naar het oordeel van de Afdeling de rechtsonzekere situatie ten aanzien van het plandeel dat betrekking heeft op het toekomstige windpark weggenomen.

4. Voor zover Delta Park in haar zienswijze aanvoert dat de raad niet aan de opdracht van de tussenuitspraak heeft voldaan, omdat bij het herstel van het geconstateerde gebrek door de raad niet de exacte locaties van de negen windturbines op de verbeelding zijn vastgelegd, overweegt de Afdeling dat de opdracht die is gegeven in de tussenuitspraak niet strekt tot een dergelijke wijziging van de elektronische verbeelding. Reeds hierom faalt dit betoog.

5. Gezien hetgeen is overwogen onder 16 van de tussenuitspraak, ziet de Afdeling in hetgeen Delta Park in zoverre heeft aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het besluit van 10 november 2011 is vastgesteld in strijd met de rechtszekerheid, voor zover op de elektronische verbeelding niet tevens de aanduiding 'maximum aantal te bouwen windturbines' met het cijfer '9' is opgenomen voor het plandeel met de aanduiding 'windturbinepark' (wtp). Het beroep van Delta Park tegen dit besluit is gegrond. Het besluit van 10 november 2011 dient in zoverre wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel te worden vernietigd.

Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak voor het overige is overwogen ten aanzien van het bestreden plandeel, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plandeel strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het besluit van 13 december 2012 anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het van rechtswege ontstane beroep van Delta Park tegen het besluit van 13 december 2012 is ongegrond.

6. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Veere van 10 november 2011 gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Veere van 10 november 2011, kenmerk 88/2011, voor zover op de elektronische verbeelding niet tevens de aanduiding 'maximum aantal te bouwen windturbines' met het cijfer '9' is toegekend aan het plandeel met de aanduiding 'windturbinepark' (wtp);

III. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Veere van 13 december 2012 ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Veere tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Delta Park Neeltje Jans B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.060,12 (zegge: tweeduizend zestig euro en twaalf cent), waarvan € 1.416,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Veere aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Delta Park Neeltje Jans B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.V. Vreugdenhil, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Vreugdenhil
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2013

571.