Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201104657/2/R3

Uitspraak 201104657/2/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2011:1821
Datum uitspraak
3 oktober 2011
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 januari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Molendreef" vastgesteld.
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201104657/2/R3.
Datum uitspraak: 3 oktober 2011

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Lieshout, gemeente Laarbeek,

en

de raad van de gemeente Laarbeek,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 januari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Molendreef" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 april 2011, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 juli 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 augustus 2011, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. I. Smeenk, advocaat te Nijmegen en de raad, vertegenwoordigd door A.J.M. van Doorn, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in het realiseren van drie woningen in het buitengebied. Hieraan ligt volgens het bestreden besluit het beleid uit de regeling Ruimte voor Ruimte (hierna: Ruimte voor Ruimte) en de nota Buitengebied in ontwikkeling (hierna: BIO) ten grondslag.

2.3. [verzoeker] stelt dat de raad het plan ten onrechte heeft vastgesteld. Hiertoe voert hij aan dat het plan in strijd is met het provinciale beleid zoals dat gold ten tijde van de vaststelling van het plan, nu niet wordt voldaan aan de eis in artikel 3.5.2, tweede lid, sub a, van de Verordening Ruimte Noord-Brabant fase 1 dat de cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden in de nabijheid van de te bouwen woning worden behouden dan wel versterkt.

Voorts wordt volgens [verzoeker] niet voldaan de in artikel 2.1.6, eerste lid, van de Verordening Ruimte fase 1 gestelde eis dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat voorziet in de nieuwbouw van woningen een verantwoording bevat over de wijze waarop afspraken die daaromtrent in het regionaal planningsoverleg zijn gemaakt worden nagekomen en hoe de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot deze afspraken en de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw.

2.3.1. De raad heeft ter zitting toegelicht bij de vaststelling van het plan geanticipeerd te hebben op de op 17 december 2010 vastgestelde en op 1 maart 2011 in werking getreden Verordening Ruimte Noord-Brabant 2011 (hierna: de Verordening). Het plan is volgens de raad niet in strijd met deze Verordening.

2.3.2. Ingevolge artikel 11.1, van de Verordening worden in een bestemmingsplan dat is gelegen in de groenblauwe mantel of agrarisch gebied, met inbegrip van een landbouwontwikkelingsgebied of een vestigingsgebied glastuinbouw, regels gesteld ter voorkoming van nieuwbouw van één of meer woningen en zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen.

Ingevolge artikel 11.2, eerste lid (Regels voor ruimte-voor-ruimtekavels), kan, in afwijking van artikel 11.1, eerste lid, een bestemmingsplan dat is gelegen in een bebouwingsconcentratie binnen de groenblauwe mantel of agrarisch gebied, niet zijnde een landbouwontwikkelingsgebied of een vestigingsgebied glastuinbouw, voorzien in de nieuwbouw van één of meer woningen waarbij er geen sprake behoeft te zijn van het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, mits de toelichting daaromtrent een verantwoording bevat.

Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder a, voor zover van belang, blijkt uit de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, dat het bestemmingsplan de nodige voorwaarden bevat om een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woningen te verzekeren.

Ingevolge artikel 1.1, onder 12, wordt onder bebouwingsconcentratie verstaan een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster.

Ingevolge artikel 1.1, onder 45, wordt onder kernrandzone verstaan een overgangsgebied naar het buitengebied, gelegen langs bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie.

Ingevolge artikel 11.4, eerste lid (kwaliteitsverbetering in bebouwingsconcentratie), kan in afwijking van artikel 11.1, eerste lid, een bestemmingsplan dat is gelegen in een bebouwingsconcentratie binnen een zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling of binnen een integratie stad-land, voorzien in de nieuwbouw van een of meer woningen waarbij er geen sprake behoeft te zijn van het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, mits de toelichting daaromtrent een verantwoording bevat.

Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder a, voor zover van belang, blijkt uit de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, dat het bestemmingsplan de nodige voorwaarden bevat om een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woningen te verzekeren.

Ingevolge artikel 14.4, eerste lid, blijft de Verordening ruimte Noord-Brabant van toepassing op een bestemmingsplan dat binnen een jaar na inwerkingtreding en met inachtneming van die verordening dient te worden vastgesteld ter voldoening van het bepaalde in artikel 4.1, tweede lid, van de wet.

Ingevolge artikel 14.4, derde lid, kan, in afwijking van artikel 11.4, eerste lid, een bestemmingsplan dat voor 1 juli 2011 is vastgesteld en gelegen in een bebouwingsconcentratie binnen de groenblauwe mantel of binnen agrarisch gebied, niet zijnde een landbouwontwikkelingsgebied of een vestigingsgebied glastuinbouw, voorzien in de bouw van één of meer woningen mits de toelichting daaromtrent een verantwoording bevat, als bedoeld in artikel 11.4, tweede lid.

2.3.3. Bij brief van 21 april 2010 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een nieuwe regeling aangekondigd voor onder meer Ruimte voor ruimte-woningen en medegedeeld dat voor lopende trajecten, waaronder BIO-woningen, een overgangsregeling zal worden opgenomen. Gelet hierop en de omstandigheid dat de Verordening reeds was vastgesteld ten tijde van het bestreden besluit heeft de raad zich met juistheid op het standpunt gesteld dat deze Verordening als toetsingskader voor het plan moest worden aangehouden.

De voorzitter stelt vast dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het plangebied is gelegen in een bebouwingsconcentratie als bedoeld in artikel 11, in samenhang met artikel 1.1, onder 12 en 45, van de Verordening nu het perceel is gelegen op de grens tussen stedelijk gebied en het buitengebied. Ingevolge artikel 11.2 en 11.4, tweede lid, van de Verordening dient een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning verzekerd te zijn. De landschappelijke inpassing is gewaarborgd in artikel 4.3 van de planregels. Voorts bevatten artikel 11.2 en 11.4 van de Verordening geen regels over te verantwoorden regionale woningbouwafspraken. Gelet hierop bestaat er geen grond voor het oordeel dat het plan in zoverre in strijd is met het provinciale beleid.

2.4. Voorts betoogt [verzoeker] dat het plan een aantasting vormt van zijn woongenot nu hij door de woning het vrije zicht op het agrarisch buitengebied verliest.

2.4.1. Gezien de bebouwingsmogelijkheid waarin het plan voorziet, kan worden aangenomen dat het uitzicht van [verzoeker] zal verslechteren. Er bestaat evenwel in het algemeen geen recht op blijvend vrij uitzicht. De raad heeft in redelijkheid meer gewicht kunnen toekennen aan het belang dat gebaat is bij de Ruimte-voor-ruimtewoning en BIO-woningen, namelijk respectievelijk de sloop van agrarische gebouwen in het buitengebied en kwaliteitsverbeteringen van bebouwingsconcentraties in het buitengebied, dan aan het ongestoorde uitzicht van [verzoeker].

2.5. Verder stelt [verzoeker] dat bij de gewijzigde vaststelling twee van de drie kavels zijn verkleind waardoor geen sprake meer is van samenhang tussen deze kavels.

2.6. Blijkens het verweerschrift en de door de raad ter zitting gegeven toelichting zijn de BIO-kavels naar aanleiding van de tegen het ontwerpplan door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant ingediende zienswijze verkleind. De voorzitter ziet geen aanleiding voor het oordeel dat door de omvang van de kavels zoals opgenomen in het vastgestelde plan geen sprake meer zou zijn van een uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening noodzakelijke samenhang tussen de percelen in het plangebied.

2.7. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Boermans
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 oktober 2011

429-653.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon