Uitspraak 201010893/1/M1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2011:BR4042
- Datum uitspraak
- 3 augustus 2011
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 28 september 2010 heeft het college het verzoek van Zandzuigbedrijf Gasselte om verlenging van de geldigheidsduur van de aan haar bij besluit van 15 augustus 1989 verleende ontgrondingsvergunning, zoals verlengd bij besluit van 12 oktober 1999 en gewijzigd bij besluit van 2 juni 2004, afgewezen. Dit besluit is op 6 oktober 2010 ter inzage gelegd.
- Eerste aanleg - meervoudig
- Ontgrondingen
Toon inhoud
201010893/1/M1
Datum uitspraak: 3 augustus 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Zandzuigbedrijf Gasselte B.V., gevestigd te Gieten, gemeente Aa en Hunze,
appellante,
en
het college van gedeputeerde staten van Drenthe,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 28 september 2010 heeft het college het verzoek van Zandzuigbedrijf Gasselte om verlenging van de geldigheidsduur van de aan haar bij besluit van 15 augustus 1989 verleende ontgrondingsvergunning, zoals verlengd bij besluit van 12 oktober 1999 en gewijzigd bij besluit van 2 juni 2004, afgewezen. Dit besluit is op 6 oktober 2010 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft Zandzuigbedrijf Gasselte bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 november 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 26 november 2010.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Zandzuigbedrijf Gasselte heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 april 2011, waar Zandzuigbedrijf Gasselte, vertegenwoordigd door mr. M.B.W. Litjens, advocaat te Assen, en S. Seldenrust, en het college, vertegenwoordigd door J. Venema en ir. H. Hidding, beiden werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.
2. Overwegingen
Inleiding
2.1. Bij besluit van 15 augustus 1989 heeft het college aan Zandzuigbedrijf Gasselte voor de duur van tien jaar een ontgrondingsvergunning verleend voor de uitbreiding van de zandwinplaats Gasselterveld. De geldigheidsduur van de vergunning is bij besluit van 12 oktober 1999 met tien jaar verlengd tot 1 januari 2010 en bij besluit van 2 juni 2004 is de vergunning gewijzigd vanwege inbressing. De locatie waarop deze vergunning betrekking heeft, wordt hierna aangeduid als de oorspronkelijke zandwinplaats.
Bij besluit van 28 augustus 2007 heeft het college aan Zandzuigbedrijf Gasselte een uitbreidingsvergunning verleend voor het ontgronden van een terrein van ten hoogste 16 hectare in de gemeente Aa en Hunze, plaatselijk bekend Gasselterveld, hierna aangeduid als de nieuwe zandwinplaats. De zandwinplaats waarop deze vergunning betrekking heeft, ligt op enkele honderden meters van de oorspronkelijke zandwinplaats. Deze uitbreidingsvergunning heeft een geldigheidsduur tot 2013 met dien verstande dat in voorschrift A.1 is bepaald dat de op grond van de vergunning uit te voeren werkzaamheden dienen te zijn voltooid vóór 1 januari 2013, maar dat de zandwinning ook voordien door een schriftelijke aanzegging van het college kan worden beëindigd wanneer overeenkomstig het provinciale ontgrondingenbeleid in Zuidwest-Drenthe substantieel beton- en metselzand kan worden gewonnen.
Zandzuigbedrijf Gasselte heeft verzocht om verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning van 15 augustus 1989 voor de oorspronkelijke zandwinplaats tot 1 januari 2013. Het doel van die verlenging is volgens Zandzuigbedrijf Gasselte het winnen van het nog resterende beton- en metselzand, het winnen van fijn zand (ophoogzand), het efficiënter leeghalen van het onderwaterdepot en zandwinning in het kader van de eindafwerking. Bij het bestreden besluit heeft het college de aangevraagde verlenging afgewezen.
2.2. In het Provinciaal Omgevingsplan II (hierna: het POP II) zijn de kenmerken en de ruimtelijke functies van het betrokken gebied beschreven. Voorts is in het POP II neergelegd uit welke gebieden de Ecologische Hoofdstructuur (hierna: de EHS) bestaat, te weten grotere bestaande natuur- en bosgebieden, de in het integraal gebiedsplan Drenthe begrensde natuur- en beheersgebieden, ecologische verbindingszones en robuuste verbindingen. De Omgevingsvisie Drenthe bevat het strategisch kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. Bij het tot stand komen van de Omgevingsvisie Drenthe is onder meer het POP II bepalend geweest.
Wettelijk kader
2.3. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet, voor zover hier van belang, is het verboden zonder vergunning te ontgronden dan wel als eigenaar, erfpachter, vruchtgebruiker, opstalhouder, beklemde meier of gebruiker van enige onroerende zaak toe te laten dat aldaar zonder vergunning ontgronding plaats heeft.
Ingevolge het tweede lid kunnen aan een vergunning voorschriften worden verbonden ter bevordering en bescherming van belangen, betrokken bij de ontgronding, de herinrichting van de ontgronde onroerende zaken en de aanpassing van de omgeving van de ontgronde onroerende zaken.
Ingevolge artikel 10, vijfde lid, voor zover hier van belang, worden besluiten tot het verlenen of wijzigen van een vergunning genomen na afweging van de in artikel 3, tweede lid, bedoelde belangen.
Tijdigheid besluit
2.4. Zandzuigbedrijf Gasselte betoogt dat het besluit niet binnen de daartoe gestelde termijn is genomen en dat daardoor de periode waarin zij haar ontgrondingsactiviteiten wil uitvoeren aanzienlijk is verkort.
Een overschrijding van de wettelijke beslistermijn tast de rechtmatigheid van het besluit niet aan. Deze beroepsgrond faalt dan ook.
Bestemmingsplan
2.5. Zandzuigbedrijf Gasselte betoogt dat de aangevraagde verlenging in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan "Zandwinning Gasselterveld". Hieruit blijkt volgens haar dat de oorspronkelijke zandwinplaats tot 1 januari 2013 de bestemming "Zandwinning" heeft en na die datum de bestemming "Natuurontwikkeling".
Het college stelt zich terecht op het standpunt dat wanneer een activiteit planologisch is geregeld, dit niet betekent dat een ontgrondingsvergunning moet worden verleend.
Deze beroepsgrond faalt.
Ecologische hoofdstructuur
2.6. Zandzuigbedrijf Gasselte betoogt dat uit het POP II blijkt dat de oorspronkelijke zandwinplaats geen onderdeel is van de EHS, zowel ten tijde van de aanvraag als na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn op de aanvraag. Zij voert hiertoe aan dat op kaart G van het POP II de oorspronkelijke zandwinplaats een witte vlek is, waarvoor geen natuurdoeleinden gelden. Volgens Zandzuigbedrijf Gasselte was kaart G ten tijde van het nemen van het bestreden besluit bepalend voor de begrenzing van de EHS. Zandzuigbedrijf Gasselte betoogt voorts dat de bij de Omgevingsvisie Drenthe gevoegde kaart niet aan de wettelijke eisen voldoet, omdat deze geometrisch niet bepaalbaar is.
2.6.1. Het college stelt zich op het standpunt dat de oorspronkelijke zandwinplaats onderdeel is van de EHS. Dit blijkt volgens het college uit kaart 1 van het POP II waarin het gebied als bestaand bosgebied is aangewezen. Op kaart G van het POP II is voor dit bosgebied geen natuurdoel vermeld, omdat voor deze 30 meter diepe zandwinplaats actieve zandwinning bijna onmogelijk is.
2.6.2. Op de informatieve kaart G van het POP II zijn de natuurdoelen van bestaande bos- en natuurgebieden, de natuurdoelen van de gebieden die zijn begrensd en verworven en de natuurdoelen die behoren bij de beheersgebieden weergegeven. Uit deze kaart blijkt dat de oorspronkelijke zandwinplaats onderdeel van de EHS is. Dit volgt ook uit overweging 2.4.2 van de uitspraak van de Afdeling van 22 oktober 2008 in zaak nr. 200707470/1.
Deze beroepsgrond faalt.
Beleid
2.7. Zandzuigbedrijf Gasselte betoogt dat de aangevraagde verlenging niet in strijd is met provinciaal beleid. Zij voert hiertoe aan dat in het POP II en de Omgevingsvisie Drenthe voor de beëindiging van de winning van beton- en metselzand in de EHS voor onder meer de locatie Gasselterveld een streefdatum van 1 januari 2013 wordt genoemd. Zandzuigbedrijf Gasselte betoogt dat uit de Beleidsregel concretisering EHS blijkt dat het huidige gebruik van de bos- en natuurgebieden voor het winnen van zand, waaronder ook het gebruik ten behoeve van zandwinning in de oorspronkelijke zandwinplaats moet worden verstaan, niet in strijd is met de doelstellingen als genoemd in de EHS.
Zandzuigbedrijf Gasselte betoogt voorts dat het doel van de aanvraag ook de winning van fijn zand (ophoogzand) betreft en niet alleen van het ophoogzand dat vrijkomt bij de winning van beton- en metselzand. Verder is het doel dat het onderste deel van het zand uit het onderwaterdepot wordt gehaald. Bij de verlenging worden volgens Zandzuigbedrijf Gasselte geen oevers verlegd, maar wordt slechts de oorspronkelijke zandwinplaats verder uitgediept binnen de kaders van de ontgrondingsvergunning en de milieuvergunning. De eindafwerking van de oorspronkelijke zandwinplaats is afhankelijk van de continuering van de zandwinning en de afzet daarvan.
Zandzuigbedrijf Gasselte betoogt dat haar economische belangen onvoldoende bij de besluitvorming zijn betrokken.
2.7.1. Het college stelt zich op het standpunt dat de aangevraagde verlenging van de vergunning voor zandwinning in de oorspronkelijke zandwinplaats niet in overeenstemming is met het provinciaal beleid met betrekking tot zandwinning als opgenomen in het op 7 juli 2004 vastgestelde POP II en de op 2 juni 2010 vastgestelde Omgevingsvisie Drenthe, omdat met de op grond van de uitbreidingsvergunning van 28 augustus 2007 toegestane zandwinning reeds wordt voorzien in de behoefte aan beton- en metselzand in de provincie Drenthe. Wat betreft het fijn zand waarop de aanvraag mede ziet, geldt volgens het college dat dit bij de winning van beton- en metselzand op grond van de bij besluit van 28 augustus 2007 verleende uitbreidingsvergunning reeds vrijkomt. Het college stelt zich voorts op het standpunt dat voor de eindafwerking van de oorspronkelijke zandwinplaats en het leeghalen van het onderwaterdepot verlenging van de aangevraagde vergunning niet nodig is.
2.7.2. Het POP II vermeldt dat met de rijksoverheid bestuurlijke afspraken zijn gemaakt over ieders aandeel in de voorziening van beton- en metselzand voor de periode 1998-2008. De provincie Drenthe heeft, overeenkomstig het tot dusver gevoerde beleid, kunnen voorzien in de eigen behoefte door zandwinning uit de oorspronkelijke winplaatsen in en nabij Gasselte en Ellertshaar. De winplaatsen voor beton- en metselzand liggen in of nabij kwetsbare gebieden. Voortzetting van het huidige beleid betekent dat de winning van beton- en metselzand zich concentreert in de winplaatsen nabij Gasselte en Ellertshaar. Om de continuïteit van de grondstoffenvoorziening voor de kortere termijn veilig te stellen, is volgens het POP II een uitbreiding van de oorspronkelijke zandwinplaats in Gasselte nodig.
De Omgevingsvisie Drenthe vermeldt als uitgangspunt dat zandwinning uitsluitend nog mogelijk wordt gemaakt om te voorzien in de feitelijke behoefte aan beton- en metselzand en ophoogzand. In de EHS is geen plaats voor nieuwe zandwinningen of uitbreiding van bestaande zandwinningen. Lopende vergunningen blijven onaangetast, maar ze worden niet verlengd. Evenmin worden nieuwe vergunningen verleend. Voorts is volgens de Omgevingsvisie Drenthe met het verlenen van een ontgrondingsvergunning in 2006 voor de locatie Traandijk in Echten de provinciale doelstelling gehaald om één toekomstige zandwinning voor beton- en metselzand in Zuidwest-Drenthe mogelijk te maken. Om de continuïteit van de grondstoffenvoorziening veilig te stellen, is een uitbreiding van de oorspronkelijke zandwinplaats bij Gasselte mogelijk gemaakt tot uiterlijk 1 januari 2013. Na deze datum is de winning van beton- en metselzand geconcentreerd in de winplaats Traandijk in Echten en in Ellertshaar.
2.7.3. De aan Zandzuigbedrijf Gasselte bij besluit van 28 augustus 2007 verleende uitbreidingsvergunning heeft betrekking op het winnen van beton- en metselzand in de zandwinplaats Gasselterveld in de periode tot 1 januari 2013 en strekt mede tot overbrugging voor de periode tussen het aflopen op 1 januari 2010 van de vergunning voor de oorspronkelijke zandwinplaats en het in gebruik nemen van de locatie Traandijk in Echten. Ingevolge voorschrift A.14 van deze vergunning mag per kalenderjaar 210.000 m3 vast zand, dat geschikt is als beton- en metselzand, worden gewonnen. Het college stelt zich blijkens het bestreden besluit op het standpunt dat die hoeveelheid zowel in 2008 als in 2009 is gewonnen en dat naar verwachting tot de vergunning van 28 augustus 2007 afloopt, de maximaal toegestane hoeveelheid per jaar kan worden gewonnen. Uit het bestreden besluit blijkt voorts dat volgens het college met zandwinning overeenkomstig de vergunning van 28 augustus 2007 in de behoefte aan beton- en metselzand in de provincie Drenthe kan worden voorzien.
2.7.4. Het beleid van het college met betrekking tot ontgrondingsvergunningen, dat is neergelegd in het POP II en de Omgevingsvisie Drenthe, is niet onredelijk.
Zandzuigbedrijf Gasselte heeft niet aannemelijk gemaakt dat afwijzing van haar aanvraag om verlenging er toe leidt dat de continuïteit van de zandwinning in de provincie Drenthe in gevaar komt. Gelet hierop heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat de aangevraagde verlenging in strijd zou zijn met het door het college gehanteerde provinciale beleid.
Zandzuigbedrijf Gasselte heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat de door het bedrijf genoemde economische belangen bijzondere omstandigheden opleverden die meebrachten dat de gevolgen van de toepassing van dit beleid voor haar zodanig onevenredig zijn, dat het college van zijn beleid had dienen af te wijken. Derhalve heeft het college bij afweging van belangen mogen weigeren de aangevraagde verlenging te vergunnen.
Deze beroepsgrond faalt.
Conclusie
2.8. Het beroep is ongegrond.
Proceskosten
2.9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. F.C.M.A. Michiels, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van staat.
w.g. Van Kreveld w.g. Melse
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2011
191-650.