Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200300245/1

Uitspraak 200300245/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AH9815
Datum uitspraak
27 maart 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 september 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) een aanvraag van appellante om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200300245/1.
Datum uitspraak: 27 maart 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen, van 16 december 2002 in het geding tussen:

appellante

en

de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 september 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) een aanvraag van appellante om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 16 december 2002, verzonden op diezelfde dag, heeft de rechtbank te ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen, (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 13 januari 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 24 januari 2003 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (hierna: de minister) een reactie ingediend.

Bij brief van 19 februari 2003 heeft de minister desgevraagd inlichtingen verstrekt.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 39, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), voorzover thans van belang, wordt de vreemdeling, indien de minister voornemens is de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning af te wijzen, hiervan, onder opgave van redenen, schriftelijk mededeling gedaan.

Ingevolge het tweede lid brengt de vreemdeling zijn zienswijze, in afwijking van artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), schriftelijk naar voren binnen de door de minister bepaalde redelijke termijn.

Ingevolge artikel 3.115, zesde lid van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: het Vb 2000), houdt de minister rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt.

2.2. In de enige grief klaagt appellante dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris niet inhoudelijk op de zienswijze van 10 september 2001 behoefde in te gaan, nu gemachtigde van appellante zich niet voor afloop van de termijn, die gold voor het indienen van de zienswijze, tot de staatssecretaris heeft gewend met een gemotiveerd verzoek om uitstel en pas één dag voor de verzenddatum van het bestreden besluit een zienswijze heeft ingediend. Volgens appellante staat vast dat de zienswijze niet binnen de in het voornemen gestelde termijn, maar wel voor de bekendmaking van het besluit is ingediend, zodat de staatssecretaris ingevolge artikel 3.115, zesde lid, van het Vb 2000, in het besluit van 11 september 2001 op de in de zienswijze aangevoerde gronden had moeten ingaan.

2.2.1. In geschil is of de zienswijze is ingediend vóór de bekendmaking van het besluit. Vaststaat dat het besluit op 11 september 2001 bekend is gemaakt. De staatssecretaris heeft gesteld dat hij de zienswijze van appellante pas op 11 september 2001 per post heeft ontvangen. Hij heeft de ontvangst van de volgens appellante op 10 september 2001 per fax verzonden zienswijze ontkend.

2.2.2. Bij de rechtbank is door de gemachtigde van appellante een zendbevestigingsoverzicht overgelegd, waarin staat dat op 10 september 2001 om 9:36 uur 4 pagina’s zijn verzonden naar het faxnummer van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de IND) Regionale Directie Noord-West (Hoofddorp). Bij brief van 10 september 2001 is de zienswijze door de gemachtigde van appellante per post verzonden. In die brief is vermeld dat de zienswijze eveneens per fax is verzonden. Het is op grond van het voorgaande voldoende aannemelijk dat de zienswijze op 10 september 2001 per fax naar de IND is verzonden.

Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de minister in reactie op het verzoek om inlichtingen van de Afdeling van 14 januari 2003 ter staving van zijn stelling dat de fax van 10 september 2001 in het geheel niet is ontvangen, geen overzicht van die dag op het aangegeven faxnummer wel ontvangen faxberichten heeft overgelegd, kan de enkele stelling van de staatssecretaris dat hij de zienswijze niet per fax op 10 september 2001 heeft ontvangen, niet worden aangemerkt als een niet-ongeloofwaardige ontkenning van de ontvangst, en moet het er voor worden gehouden dat de staatssecretaris de zienswijze op die datum per fax heeft ontvangen.

Nu de zienswijze is ontvangen vóór de bekendmaking van de beschikking, heeft de staatssecretaris gelet op artikel 3.115, zesde lid, van het Vb 2000 ten onrechte geen rekening gehouden met de door appellante ingediende zienswijze. De grief slaagt.

2.3. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris alsnog gegrond verklaren. Het bestreden besluit komt eveneens voor vernietiging in aanmerking. De minister dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

2.4. De minister dient op na te melden wijze in de proceskosten worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen van 16 december 2002 in zaak nr. AWB 01/52417;

III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 11 september 2001, kenmerk 0101-25-8043;

V. draagt de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen;

VI. veroordeelt de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie in de door appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 966,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Justitie) te worden betaald aan de Secretaris van de Raad van State (bankrekening Raad van State 192323091 onder vermelding van het zaaknummer).

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Voorzitter, en mr. B. van Wagtendonk en mr. T.M.A. Claessens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. I. Beurmanjer-de Lange, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Beurmanjer-de Lange
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2003

241-435.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon