Uitspraak 200510558/1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2006:15
- Datum uitspraak
- 26 april 2006
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kieswet
Toon inhoud
200510558/1.
Datum uitspraak: 25 april 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de vereniging "Politieke Vereniging Lijst Pim Fortuyn", gevestigd te Rotterdam,
appellante,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
verweerder.
Bij besluit van 7 december 2005 heeft de Kiesraad, te dezen handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, voor de politieke groepering "FVP" op haar verzoek de aanduiding 'FVP' geregistreerd voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 27 december 2005, bij de Raad van State ingekomen op 29 december 2005, beroep ingesteld.
Bij brief van 18 januari 2006 heeft de politieke groepering "FVP" een reactie ingediend.
Bij brief van 19 januari 2006 heeft de Kiesraad een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 april 2006, waar de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. J. Schipper-Spanninga, secretaris-directeur van de Kiesraad en drs. P.J. Young, juridisch adviseur, en de politieke groepering "FVP", vertegenwoordigd door [voorzitter], zijn verschenen. Appellante heeft zich niet doen vertegenwoordigen.
De Afdeling heeft onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan en daarbij het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daartoe heeft zij het volgende overwogen.
Ingevolge artikel G 1, eerste lid, van de Kieswet, voor zover thans van belang, kan een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden.
Ingevolge artikel G 1, vijfde lid, van de Kieswet wordt de beslissing van het centraal stembureau op het verzoek aan de gemachtigde bekendgemaakt. Van de beslissing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Ingevolge artikel G 5, tweede lid, aanhef en onder a, van de Kieswet, voor zover thans van belang, wordt in afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht een beroepschrift ingevolge die wet tegen een beschikking als bedoeld in artikel G 1 van de Kieswet ingediend uiterlijk op de zesde dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin de beschikking is opgenomen.
Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet wordt een in een wet gestelde termijn die op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet, voor zover thans van belang, zijn algemeen erkende feestdagen in de zin van deze wet de beide Kerstdagen.
Het besluit van 7 december 2005 is bekendgemaakt in de Staatscourant van 19 december 2005. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde derhalve op 27 december 2005.
Het beroepschrift is bij de Raad van State per koerier ingekomen op 29 december 2005. Dit is buiten de gestelde termijn. Omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar kan worden geacht, zijn gesteld noch gebleken.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht door mr. P. van Dijk, Voorzitter, en mr. J.H.B. van der Meer en mr. G.J. van Muijen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Dijk w.g. Dallinga
Voorzitter ambtenaar van Staat
18-453.