Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200507857/1

Uitspraak 200507857/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AW1269
Datum uitspraak
12 april 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 maart 2005 heeft verweerder zijn beslissing om op 10 maart 2005 bestuursdwang toe te passen ter zake van het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft verweerder beslist dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van appellant komen.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200507857/1.
Datum uitspraak: 12 april 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 maart 2005 heeft verweerder zijn beslissing om op 10 maart 2005 bestuursdwang toe te passen ter zake van het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft verweerder beslist dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van appellant komen.

Bij besluit van 28 juli 2005, verzonden op dezelfde datum, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 7 september 2005, bij de Raad van State ingekomen op 8 september 2005, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 14 september 2005.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 maart 2006, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. K.I. Siem en mr. S.D.M. Mahangi, ambtenaren van de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Artikel 4.2.15, derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam (hierna: APV) verbiedt het op andere dagen en tijden dan krachtens het eerste lid en in het tweede lid is bepaald ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen.

2.2. De toepassing van bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak met afvalstoffen die op 10 maart 2005 is aangetroffen aan de Zwaluwweg, ter hoogte van nummer 4, te Rotterdam. Volgens verweerder was deze huisvuilzak, blijkens een daarin aangetroffen poststuk, afkomstig van appellant en heeft hij die in strijd met de APV ter inzameling aangeboden.

2.3. Niet betwist wordt dat door appellant is gehandeld in strijd met artikel 4.2.15, derde lid van de APV. Appellant voert aan dat hij zich bij het begaan van de overtreding heeft vergist in de dag en dat het door hem in zijn bezwaarschrift van 14 april 2005 daarvoor aangeboden excuus in het bestreden besluit niet voldoende wordt beantwoord. De Afdeling begrijpt dit aldus, dat volgens appellant het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd.

2.4. Het in bestreden besluit overwogene komt erop neer dat hetgeen door appellant in het bezwaarschrift is aangevoerd geen aanleiding is om te moeten concluderen dat de belangen van appellant zwaarder wegen dan de algemene belangen die worden gediend met de handhaving van wettelijke voorschriften. In dit geval is in concreto van belang dat de openbare weg blijft gevrijwaard van afvalstoffen. De stelling van appellant dat hij zich in de dag heeft vergist - wat daarvan zij - doet niet af aan de overtreding en is geen grond voor een oordeel dat de kosten van bestuursdwang redelijkerwijs niet te zijnen laste behoren te komen.

Aldus heeft verweerder naar het oordeel van de Afdeling voldoende gemotiveerd waarom er geen aanleiding is het primaire besluit van 30 maart 2005 te herroepen.

2.5. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.R. Schaafsma, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.

w.g. Schaafsma w.g. Van der Zijpp
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 april 2006

262-509.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon