Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200600905/2

Uitspraak 200600905/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AV6221
Datum uitspraak
13 maart 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 december 2005 heeft verweerder aan [vergunninghoudster] een vergunning, als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet milieubeheer, verleend voor het oprichten en in werking hebben van een bloembollenverwerkingsbedrijf en jongvee opfokbedrijf, gelegen aan [locatie] te [plaats], gemeente De Wolden. Dit besluit is op 22 december 2005 ter inzage gelegd.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200600905/2.
Datum uitspraak: 13 maart 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1. de stichting "Stichting Bollenboos", gevestigd te Diever, gemeente Westerveld,
2. de stichting "Stichting Milieufederatie Drenthe", gevestigd te Assen, en Staatsbosbeheer regio Noord, gevestigd te Groningen,
verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van De Wolden,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2005 heeft verweerder aan [vergunninghoudster] een vergunning, als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet milieubeheer, verleend voor het oprichten en in werking hebben van een bloembollenverwerkingsbedrijf en jongvee opfokbedrijf, gelegen aan [locatie] te [plaats], gemeente De Wolden. Dit besluit is op 22 december 2005 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben verzoekster sub 1 bij brief van 30 januari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2006, en verzoekers sub 2 bij brief van 31 januari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2006, beroep ingesteld.
Bij brief van 30 januari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2006, heeft verzoekster sub 1 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 31 januari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 2 februari 2006, hebben verzoekers sub 2 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 28 februari 2006, waar verzoekster sub 1, vertegenwoordigd door [secretaris van de Stichting], verzoekers sub 2, vertegenwoordigd door ir. J. van den Berg, medewerker van de Milieufederatie Drenthe, en verweerder, vertegenwoordigd door drs. K.F. de Ruijter-Thijssen, ir. K. Mensinga, ambtenaren van de gemeente, en dhr. ing. F.H.C. van Houts, werkzaam bij de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor bloembollencultuur, zijn verschenen.
Voorts is vergunninghoudster, vertegenwoordigd door [directeur] als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat de bij deze wetten doorgevoerde wetswijzigingen niet van toepassing zijn op dit geding.

2.3. Verzoekers hebben, kort weergegeven, aangevoerd dat de bij het bestreden besluit verleende vergunning onvoldoende waarborgen biedt tegen verontreiniging van het milieu met bestrijdingsmiddelen vanuit het in de inrichting geplande bezinkbassin voor het opvangen van spoelwater. Gevreesd wordt voor onomkeerbare gevolgen voor de kwetsbare omgeving waarin de inrichting volgens hen is gelegen.

2.4. Verweerder heeft bij het nemen van het besluit ten aanzien van de beoordeling van de milieugevolgen van het hierboven genoemde bezinkbassin de "Handreiking aanleg, beheer en monitoring bezinkbassins voor de bloembollensector" van Alterra van 31 oktober 2002 gehanteerd.

2.5. De gronden die verzoekers naar voren hebben gebracht vergen nader onderzoek waarvoor de onderhavige procedure zich niet leent, waarbij de Voorzitter in aanmerking neemt dat de Afdeling nog geen uitspraak heeft gedaan waarin een oordeel is gegeven over het hanteren van de "Handreiking aanleg, beheer en monitoring bezinkbassins voor de bloembollensector" van Alterra van 31 oktober 2002 als toetsingskader. Mede in aanmerking genomen de omstandigheid dat het hier een oprichtingssituatie betreft en onomkeerbare gevolgen kunnen intreden indien het bestreden besluit in werking treedt, ziet de Voorzitter aanleiding de verzoeken toe te wijzen.

2.6. Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.7. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van De Wolden van 16 december 2005, kenmerk VV-2005-043;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van De Wolden tot vergoeding van bij verzoekster sub 1 in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 39,27 (zegge: negenendertig euro en zevenentwintig cent); het dient door de gemeente De Wolden aan verzoekster sub 1 onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van De Wolden tot vergoeding van bij verzoekers sub 2 in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 42,27 (zegge: tweeënveertig euro en zevenentwintig cent); het dient door de gemeente De Wolden aan verzoekers sub 2 onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

III. gelast dat de gemeente De Wolden aan verzoekster sub 1 het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 276,00 (zegge: tweehonderdzesenzeventig euro) vergoedt;

IV. gelast dat de gemeente De Wolden aan verzoekers sub 2 het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 276,00 (zegge: tweehonderdzesenzeventig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Kuipers
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2006

271-509.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon