Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200510375/2

Uitspraak 200510375/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AV1756
Datum uitspraak
8 februari 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 december 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer (hierna: het college) [verzoeker] gelast onder oplegging van een dwangsom de met het bestemmingsplan en de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) strijdige detailhandel- en horeca-activiteiten op het perceel [locatie] te [plaats] te beëindigen en beëindigd te houden, hetgeen tenminste betekent dat:1. verkoop van producten, anders dan op basis van een overeenkomst met in de omgeving gevestigde bedrijven of instellingen, dient te worden gestaakt;2. alle op de particulier gerichte aanbiedingsborden in en buiten de zaak worden verwijderd;3. internetactiviteiten gericht op het aantrekken van particulieren worden beëindigd;4. alle, zonder vereiste vergunning, geplaatste solitaire reclameobjecten, zoals de grote reclamezuil, kok met reclamebord, en aanbiedingsbord worden verwijderd;5. alle horeca-activiteiten worden beëindigd. Dit betekent tenminste dat alle tafels en stoelen per direct worden verwijderd, met uit
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200510375/2.
Datum uitspraak: 8 februari 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 05/1683 en 05/1772 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 22 november 2005 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Deventer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer (hierna: het college) [verzoeker] gelast onder oplegging van een dwangsom de met het bestemmingsplan en de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) strijdige detailhandel- en horeca-activiteiten op het perceel [locatie] te [plaats] te beëindigen en beëindigd te houden, hetgeen tenminste betekent dat:
1. verkoop van producten, anders dan op basis van een overeenkomst met in de omgeving gevestigde bedrijven of instellingen, dient te worden gestaakt;
2. alle op de particulier gerichte aanbiedingsborden in en buiten de zaak worden verwijderd;
3. internetactiviteiten gericht op het aantrekken van particulieren worden beëindigd;
4. alle, zonder vereiste vergunning, geplaatste solitaire reclameobjecten, zoals de grote reclamezuil, kok met reclamebord, en aanbiedingsbord worden verwijderd;
5. alle horeca-activiteiten worden beëindigd. Dit betekent tenminste dat alle tafels en stoelen per direct worden verwijderd, met uitzondering van enkele tafels en stoelen ten behoeve van personen die wachten op bestelde etenswaren;
6. het houden van kookcursussen (horecacategorie II) beëindigd wordt.

Bij besluit van 23 augustus 2005 heeft het college het daartegen door [partij] gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de last verduidelijkt in die zin dat het aantal tafels en stoelen dat mag blijven staan wordt beperkt tot 1 tafel en 4 stoelen en voorts dat onder de verkoop van produkten, anders dan op basis van een overeenkomst met in de omgeving gevestigde bedrijven of instellingen, ook de verkoop van cateringprodukten aan particulieren wordt verstaan.

Bij uitspraak van 22 november 2005, verzonden op 28 november 2005, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 20 december 2005, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2005, hoger beroep ingesteld.
Tevens heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 januari 2006, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. H.J. de Groot, advocaat te Deventer, en het college, vertegenwoordigd door J. Teesink en F.W.H.M. Helmich, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is als partij gehoord [partij], vertegenwoordigd door mr. E.K.J. Eilander, gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Niet in geschil is dat [verzoeker] op het betrokken perceel activiteiten verricht die in strijd zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bergweide 1969" en de APV. Het college was derhalve bevoegd terzake handhavend op te treden.

2.3. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het college van handhavend optreden had behoren af te zien. Weliswaar is voldoende aannemelijk dat een beleid in voorbereiding is dat mogelijk zal voorzien in het toelaten van bepaalde vormen van detailhandel en of/horeca-activiteiten op het bedrijventerrein maar daarmee is nog geen concreet zicht op legalisatie van (een gedeelte van) de in geding zijnde activiteiten van verzoeker. Ten tijde van de beslissing op bezwaar en ook thans is volstrekt onduidelijk hoe het voorgenomen beleid vorm zal krijgen en dus ook in hoeverre de activiteiten daarin passen. Voorts heeft het college voldoende aannemelijk gemaakt dat met de situatie van verzoeker vergelijkbare gevallen zich niet voordoen en voor zover daar wel sprake van is, handhavend zal worden opgetreden.

2.4. Onder die omstandigheden en gelet op de betrokken belangen bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Duursma
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2006

378.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon