Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200506555/1

Uitspraak 200506555/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AV1269
Datum uitspraak
8 februari 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 februari 2004 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat het rijbewijs van appellant met ingang van de zevende dag na dagtekening van het besluit, voor alle categorieën ongeldig verklaard.
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200506555/1.
Datum uitspraak: 8 februari 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. 04/1035 van de rechtbank Leeuwarden van 22 juni 2005 in het geding tussen:

appellant

en

de stichting "Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen" als rechtsopvolger van de Minister van Verkeer en Waterstaat.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 februari 2004 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat het rijbewijs van appellant met ingang van de zevende dag na dagtekening van het besluit, voor alle categorieën ongeldig verklaard.

Bij besluit van 6 augustus 2004 heeft de stichting "Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen" (hierna: het CBR) het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 juni 2005, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 26 juli 2005, bij de Raad van State ingekomen op 27 juli 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 24 augustus 2004 heeft het CBR van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 december 2005, waar het CBR, vertegenwoordigd door drs. M.M. van Dongen, medewerker bij de divisie vorderingen van het CBR, is verschenen. Appellant is niet ter zitting verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het CBR heeft op grond van de resultaten van twee onderzoeken ingesteld door twee aangewezen adviserend psychiaters (hierna: keuringsartsen) - van wie de tweede is aangewezen op verzoek van appellant die een herkeuring wenste - de conclusie getrokken dat appellant niet voldoet aan de eisen van geschiktheid en op grond van die conclusie het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van appellant gehandhaafd.

2.2. De rechtbank heeft overwogen dat het CBR op basis van de rapporten van beide keuringsartsen heeft kunnen concluderen dat appellant niet aan de eisen van rijgeschiktheid voldoet.

Appellant kan zich hiermede niet verenigen. Hij betoogt daartoe dat de rapporten zo verschillend zijn wat betreft oordeelsvorming dat bij het CBR op zijn minst twijfel hierover had moeten rijzen. Die twijfel had moeten leiden tot het instellen van een hernieuwd onderzoek of tot een betere motivering van het CBR.

2.3. Voor de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994, de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid van 17 april 1996, Stcrt 1996, 81 en de Regeling eisen geschiktheid 2000 van 18 mei 2000 Stcrt 2000, 99, zoals nadien gewijzigd, verwijst de Afdeling naar de aangehechte uitspraak van de rechtbank.

2.4. De rechtbank heeft terecht vooropgesteld dat naar haar oordeel niet is gebleken dat de twee onderzoeken van de keuringsartsen onzorgvuldig of op grond van onjuiste gegevens zijn tot stand gekomen.

2.4.1. In de omstandigheid dat de eerste keuringsarts tot zijn oordeel komt aan de hand van de criteria van de DSM-IV classificatie, terwijl de tweede keuringsarts op basis van laboratoriumonderzoek tot dezelfde conclusie komt, behoefde het CBR geen grond te vinden te twijfelen aan de uitkomsten. De resultaten zijn immers eenduidig; beide keuringsartsen hebben vastgesteld dat in appellants geval sprake is van alcoholmisbruik, terwijl de eerste keuringsarts daarnaast van oordeel is dat volgens de criteria van de DSM-IV-classificatie sprake is van alcoholafhankelijkheid en de tweede keuringsarts voorts opmerkt dat de geconstateerde verhoogde CDT-waarde duidt op actueel overmatig en regelmatig alcoholgebruik.

Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat het CBR de resultaten en conclusies van beide onderzoeken aan het besluit tot handhaving van de ongeldigverklaring ten grondslag mocht leggen, mede in aanmerking genomen dat appellant tegenover die resultaten en conclusies geen andersluidende, van een deskundige afkomstige gegevens heeft overgelegd. Het betoog van appellant faalt.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Koning, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena w.g. De Koning
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2006

221.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon