Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200506948/1

Uitspraak 200506948/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AV0267
Datum uitspraak
25 januari 2006
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 28 juni 2005, verzonden op 28 juni 2005, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het beroep dat is ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op administratief beroep door appellant gegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200506948/1.
Datum uitspraak: 25 januari 2006.

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden,
appellant,

tegen de uitspraak in zaak no. 03/1408 van de rechtbank Leeuwarden van 28 juni 2005 in het geding tussen:

[wederpartij], verblijvend te [land]

en

appellant.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 28 juni 2005, verzonden op 28 juni 2005, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het beroep dat is ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op administratief beroep door appellant gegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 8 augustus 2005, bij de Raad van State ingekomen op 8 augustus 2005, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 15 september 2005. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 12 oktober 2005 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 januari 2006, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. J.T. Buysman, gemachtigde, is verschenen. [wederpartij] is met bericht niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Op 11 december 2003 heeft [wederpartij] beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn administratief beroepschrift van 4 augustus 2003. De rechtbank heeft dit beroep gegrond verklaard in haar uitspraak van 28 juni 2005; geregistreerd onder procedurenummer 03/1408 WRB. De rechtbank oordeelde dat appellant zich kennelijk niet heeft gerealiseerd dat er sprake is geweest van twee aanvragen om toevoeging en van twee administratieve beroepschriften waarop beslist diende te worden. Appellant bestrijdt dit oordeel en stelt dat er slechts één aanvraag is geweest en één administratief beroepschrift. Op dit administratief beroepschrift heeft appellant een besluit genomen op 17 oktober 2003 waartegen door [wederpartij] beroep is ingesteld bij de rechtbank. Op 28 juni 2005 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in deze zaak, welke is geregistreerd onder procedurenummer 03/1196 WRB.

2.2. In het onderhavige procesdossier bevindt zich een administratief beroepschrift van 4 augustus 2003. Dit administratief beroepschrift is een kopie van het administratief beroepschrift in het procesdossier, geregistreerd bij de rechtbank onder procedurenummer 03/1196 WRB. Nu in deze laatste zaak door appellant een besluit op administratief beroep is genomen, staat dit eraan in de weg dat een kopie van het daaraan ten grondslag liggende administratief beroepschrift in een andere zaak, te weten de onderhavige zaak, als een zelfstandig administratief beroepschrift aangemerkt kan worden. Ook op andere wijze is niet gebleken of door [wederpartij] aannemelijk gemaakt dat hij in de onderhavige zaak administratief beroep heeft ingesteld. De rechtbank heeft dit miskend.

2.3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep bij de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 28 juni 2005, 03/1408;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena w.g. Klein
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2006.

176-512.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon