Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200507269/2

Uitspraak 200507269/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU8423
Datum uitspraak
13 december 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 augustus 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Niedorp (hierna: het college) geweigerd handhavend op te treden tegen het zonder bouwvergunning op het perceel [locatie] te [plaats] geplaatste bouwwerk dat voor het houden van honden wordt gebruikt.
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200507269/2.
Datum uitspraak: 13 december 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [verzoeker], wonend te [woonplaats], om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[partij], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 05/1213 en 05/1214 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar van 6 juli 2005 in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Niedorp.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 augustus 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Niedorp (hierna: het college) geweigerd handhavend op te treden tegen het zonder bouwvergunning op het perceel [locatie] te [plaats] geplaatste bouwwerk dat voor het houden van honden wordt gebruikt.

Bij besluit van 26 april 2005 heeft het college het daartegen door [verzoeker] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 juli 2005, verzonden op 12 juli 2005, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft [partij] bij brief van 17 augustus 2005, bij de Raad van State ingekomen op 18 augustus 2005, hoger beroep ingesteld.

Gevolg gevend aan de uitspraak van de voorzieningenrechter heeft het college bij besluit van 24 oktober 2005 opnieuw een beslissing genomen op het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 19 augustus 2004 en dat bezwaar gegrond verklaard en besloten [partijen] onder oplegging van een dwangsom te gelasten de kooiconstructie van het bouwwerk te verwijderen.

Bij brief van 5 november 2005, bij de rechtbank Alkmaar ingekomen op 9 november 2005, heeft verzoeker verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft het verzoek doorgezonden naar de Raad van State.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 december 2005, waar verzoeker in persoon en het college, vertegenwoordigd door mr. O.H. Minjon, advocaat te Alkmaar, en mr. P.J.M. Vink, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord [partij], bijgestaan door mr. H. Martens.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Ter zitting is door verzoeker verduidelijkt dat hij om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht heeft verzocht, teneinde de Voorzitter te bewegen om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van die wet uitspraak in het bodemgeschil te doen, opdat zo spoedig mogelijk duidelijkheid wordt verkregen over de punten die partijen verdeeld houden. Hierin is echter geen spoedeisend belang gelegen dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Ook overigens is niet aannemelijk gemaakt dat de behandeling in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

2.3. Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Duursma
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 december 2005

378.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon