Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200410342/1

Uitspraak 200410342/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU6209
Datum uitspraak
16 november 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 juli 2004, kenmerk U-04-06075, heeft verweerder zijn beslissing om op 7 juli 2004 bestuursdwang toe te passen met betrekking tot de slachterij van appellante op het adres [locatie] te [plaats], vanwege het lozen van afvalwater zonder de daartoe vereiste vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, alsnog op schrift gesteld.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200410342/1.
Datum uitspraak: 16 november 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [plaats], gemeente [plaats],

en

het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2004, kenmerk U-04-06075, heeft verweerder zijn beslissing om op 7 juli 2004 bestuursdwang toe te passen met betrekking tot de slachterij van appellante op het adres [locatie] te [plaats], vanwege het lozen van afvalwater zonder de daartoe vereiste vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, alsnog op schrift gesteld.

Bij besluit van 8 november 2004, kenmerk U-04-08951, verzonden op 9 november 2004, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard wat het aangezegde kostenverhaal betreft. Voor het overige is het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 16 december 2004, bij de Raad van State per faxbericht ingekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 17 februari 2005.

Bij besluit van 3 juni 2005, kenmerk U-05-03976, heeft verweerder het besluit van 15 juli 2004 ingetrokken.

Bij brief van 22 augustus 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van verweerder. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 oktober 2005, waar appellante, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.P.J. van Leengoed, ambtenaar van het waterschap, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Vooreerst dient te worden beoordeeld of appellante nog een processueel belang heeft bij een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van de bestreden beslissing op het tegen het besluit van 15 juli 2004 gemaakte bezwaar, nu het laatstgenoemde besluit is ingetrokken.

Blijkens de stukken heeft verweerder, conform zijn aankondiging in het bestreden besluit, in een separaat besluit beslist op de door appellante gestelde schade als gevolg van de toegepaste bestuursdwang. In dit besluit heeft verweerder erkend dat hij gehouden is om tot vergoeding van schade over te gaan. Tegen dat besluit is door appellante bezwaar gemaakt. Tegen het daarop genomen besluit heeft appellante beroep ingesteld, wat betreft de hoogte van de te vergoeden schade. Ter zitting heeft appellante bevestigd dat zij in het kader van de onderhavige procedure niet meer of andere schade stelt dan zij in het kader van dat beroep heeft gedaan.

Gezien het vorenstaande heeft appellante naar het oordeel van de Afdeling geen processueel belang meer bij een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, Voorzitter, en mr. J.R. Schaafsma en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Van Heusden
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 november 2005

163-442.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon