Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200503179/1

Uitspraak 200503179/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU5003
Datum uitspraak
26 oktober 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 december 2004 heeft verweerder zijn beslissing om op 15 november 2004 jegens appellant bestuursdwang toe te passen ter zake van het in strijd met Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200503179/1.
Datum uitspraak: 26 oktober 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 december 2004 heeft verweerder zijn beslissing om op 15 november 2004 jegens appellant bestuursdwang toe te passen ter zake van het in strijd met Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld.

Bij besluit van 17 maart 2005, kenmerk A.B.2005.2.00705/JIV, verzonden op dezelfde dag, heeft verweerder het daartegen door appellante gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellant door toezending van het bezwaarschrift, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 27 juli 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 oktober 2005, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. K.I. Siem, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het standpunt van verweerder dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de gronden van het beroep niet zien op het bestreden besluit maar op het primaire besluit van 9 december 2004, deelt de Afdeling niet. Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), dat bepaalt dat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevat, staat er niet aan in de weg dat in beroep dezelfde gronden worden aangevoerd als in bezwaar.

2.2. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet is ondertekend.

2.2.1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, Awb wordt het bezwaarschrift ondertekend.

Ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, Awb kan het bezwaar indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen daarvan, niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

2.2.2. Vaststaat dat het bij verweerder ingediende bezwaarschrift niet is ondertekend. Bij brief van 3 februari 2005 heeft verweerder appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim voor 17 februari 2005 te herstellen. Appellant is er hierbij op gewezen dat zijn bezwaar op grond van artikel 6:6 Awb niet-ontvankelijk zou worden verklaard indien hij het verzuim niet dan wel niet tijdig zou herstellen. Appellant heeft het verzuim niet hersteld.

Gelet hierop heeft verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.3. Aan een beoordeling van de gronden van het beroep, welke inhouden dat appellant de overtreding niet heeft begaan, komt de Afdeling, gelet op het vorenstaande, niet toe.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.

w.g. Oosting w.g. van der Maesen de Sombreff
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2005

190-509.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon