Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200502342/1

Uitspraak 200502342/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU4989
Datum uitspraak
26 oktober 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 maart 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel (hierna: het college) vergunning verleend voor het slopen van een brandweergarage op het perceel [locatie] te [plaats].
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200502342/1.
Datum uitspraak: 26 oktober 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats], gemeente Zaltbommel,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/1833 van de rechtbank Arnhem van 27 januari 2005 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 maart 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel (hierna: het college) vergunning verleend voor het slopen van een brandweergarage op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 8 juni 2004 heeft het college het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 januari 2005, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 8 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 10 maart 2005, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 15 april 2005. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 19 mei 2005 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 oktober 2005, waar [appellant] in persoon, bijgestaan door mr. J.H. Hartman, en het college, vertegenwoordigd door L.C.A. Theunisse, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellanten betogen eerst in hoger beroep dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 8.1.2, derde en vierde lid, van de Bouwverordening van de gemeente Zaltbommel (hierna: de Bouwverordening), in verband met het mogelijk in het pand aanwezig zijn van asbest. Dit betoog vindt geen grondslag in het beroepschrift dat appellanten bij de rechtbank hebben ingediend. Niet is gebleken dat appellanten dit standpunt redelijkerwijs niet reeds bij de rechtbank naar voren hadden kunnen brengen. Derhalve laat de Afdeling dit betoog buiten beschouwing.

2.2. Het betoog van appellanten dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat de sloopvergunning terecht in bezwaar in stand is gebleven, omdat er volgens hen sprake is van strijdigheid met artikel 8.1.6, onder a en b, van de Bouwverordening, faalt. Door het college is aangegeven dat er voorschriften in de sloopvergunning zijn opgenomen en dat daarmee de veiligheid tijdens het slopen en de bescherming van nabijgelegen gebouwen voldoende zijn gewaarborgd. De rechtbank heeft terecht in de enkele stelling van appellanten dat deze veiligheid en bescherming onvoldoende zijn gewaarborgd geen aanleiding gezien om aan te nemen dat de door het college gestelde voorwaarden niet een voldoende mate van bescherming bieden.

De rechtbank is voorts voldoende gemotiveerd ingegaan op hetgeen appellanten overigens in beroep hebben aangevoerd.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Klein Nulent, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Klein Nulent
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2005

218-444.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon